Shannon Wright Bloeddoorlopen

Botanique, Brussel
Shannon Wright

Ze wordt wel eens vergeleken met PJ Harvey en Cat Power, maar Shannon Wright zal nooit kunnen tippen aan de naam en faam van die dames. En bovendien loopt de vergelijking - zoals de meeste vergelijkingen - ook behoorlijk mank. Dat bleek ook in de Botanique.



Al twintig jaar houdt Shannon Wright zich bezig met muziek. Uitgegroeid van puur doe-het-zelfpunkster tot lievelingetje van superproducer Steve Albini, met wie ze trouwens meermaals samenwerkte. En dat was eraan te merken. De manier, waarop Wright haar gitaar folterde, deed onmiddellijk aan Albini denken. De snaren werden met de vlakke hand betrommeld of met de vingers bespeeld als het instrument de bovenhand had in de song, maar gestreeld en geliefkoosd terwijl ze zong. Het zorgde voor een rauw contrast dat ze ook fysiek kracht bijzette door met haar instrument over het podium te dwalen als een soldaat tijdens een stadsguerillagevecht.

Ook haar uiterlijk was nauwelijks doordeweeks te noemen. Wrights ogen zaten voortdurend verscholen onder een afdakje van haar, dat ook nog eens wild in het rond geschud werd. Onder dat haar leek haar gezicht lijkbleek in het karige licht; alsof één van de zombies uit ‘The Walking Dead’ was ontsnapt. De boedrode lippenstift accentueerde dat zo mogelijk nog meer. Slechts af en toe werd een blik in het publiek gegooid en verscheen er zelfs occasioneel een glimlach vanwege het enthousiasme, dat het Brusselse publiek voor haar over had.

Nochtans was het niet altijd een pretje om de woede van deze jongedame aan te horen. Teksten als “I lay craving your death” (uit Birds), waren eerder regel dan uitzondering en werden onderstreept door de muziek. Ze schrok er bovendien niet voor terug om tijdens Black Little Stray de microfoon te laten voor wat hij was en haar gitzwarte teksten onversterkt de rotonde in te schreeuwen, enkel begeleid door de ruis uit de versterkers.

Naast de gitaar werd ook de vleugel onder handen genomen, maar dan was de aanpak subtieler en borrelden namen als Satie op uit de zwarte poel, die haar teksten waren. “Can we please forget today”, smeekte ze bijvoorbeeld in Help Us, alsof ze om vergiffenis vroeg aan haar publiek, dat werd meegesleurd in haar roes van duistere gedachten.

Maar het was moeilijk om steeds bij de les te blijven. Daarvoor verviel ze waarschijnlijk iets te veel in herhaling. Steeds weer was er datzelfde contrast van rauwe, bloederige muziek tegenover de soms gefluisterde teksten. Pas in de bisnummers en met name tijdens afsluiter Father leek alles in de plooi te vallen. Nog even was er die oerschreeuw, waarin ze al haar wanhoop legde, om dan te berusten.

Te rauw om vergeleken te worden met Cat Power, te weinig afwisseling om het niveau van PJ Harvey te halen, maar desondanks een eigen, bloeddoorlopen sound. Het publiek was er weg van en schreeuwde haar naar een hoger niveau en drie bisnummers; zelf waren we er niet echt kapot van, ook al klopte het plaatje wel.


January 28, 2016
Patrick Van Gestel