Ry Cooder - Kracht met comfort

Stadsschouwburg Antwerpen, 10 oktober 2018

“See you in heaven or next time, whichever comes first”. Gitaarlegende Ry Cooder zwaaide de Antwerpse Stadsschouwburg uit met een zelfbewuste kwinkslag. Het kan zo maar eens de laatste keer zijn dat hij in dergelijke vorm ons land aandoet; met een band die hem opvangt waar nodig om hem vervolgens weer hoog de lucht in te slingeren.

Op ‘The Prodigal Son’, de plaat waaraan de tour de naam ontleent, vond Ry Cooder opnieuw inspiratie tussen zijn wortels: oude blues, folk- en r&b-songs. In Antwerpen kreeg het publiek meteen een dubbele portie Blind Willie Johnson voorgeschoteld. Nobody’s Fault But Mine werd ingezet door Sam Gendel, die zijn altsax elektronisch tot een mysterieuze, spookachtige begeleiding kneedde, waar Cooders gekende slide-spel lijzig door sneed.

Voor Everybody Ought To Treat A Stranger Right kwamen drummer Joachim Cooder (die net zijn vaders voorprogramma had verzorgd), bassist Mark Fain en het vocale trio Hamiltones er bij. Het trio zou later in de set af en toe met verve lead vocals verzorgen; om Cooders stem rust te gunnen. Die bleef wel gewoon meespelen. Ritmegitaar, groovend als Curtis Mayfield of uitgepuurde, bluesy solo’s. Met telkens een andere gitaar: hij liet zich omringen door een halve winkel aan versterkers en instrumenten.

Toen de stroom het halfweg begaf, werd uit de coulissen een akoestische gitaar opgedist. Na wat heen en weer geroep viel de keuze op Chuck Berry’s 13 Question Method. De Stadsschouwburg werd heel even een stoffige bar. En Cooder werd een ander soort performer, gevat en constant in dialoog met het publiek. Tot de panne verholpen was, en Woody Guthrie’s grimmige Vigilante Man een extra strofe kreeg met het schrijnende verhaal van Trayvon Martin, de Afro-Amerikaanse tiener die in 2012 werd vermoord.

Publieksfavoriet The Very Thing That Makes Me Rich (Makes Me Poor) ging twijfelend rubato van start, maar eenmaal de trein in gang was gezet, jakkerde de band de nacht in met een moeiteloze souplesse. Ry hervond zijn oude "holler" en Gendel pikte in met een opwindende, ritmische baritonsax-solo. Dat Cooder hierna even van het podium ging "om wat frisse lucht" leek eerst jammer. Gelukkig bleken The Hamiltones naast godsgegeven stemmen ook showmanship in huis te hebben. Hun gladde soul-ballad Highway 74 bood hen elk om beurt de kans om te schitteren.

En schitteren deden ze, zoals er geschitterd wordt in kerken in Harlem. Met Cooder na één song al terug op het podium gaf dat bakken spelplezier. The Prodigal Son mondde uit in heen en weer gesolo met de Hamiltones’ Tony Lelo. Zo stoorde het niemand dat de single als song verbleekte tegenover klassiekers als You Must Unload die eraan vooraf gingen. Tijdens de toegift lieten de Hamiltones de gospel nog eenmaal de overhand nemen. Cooder kon uitgeput maar voldaan het podium verlaten. Geen grote verrassingen van zijn kant, wel nog steeds grote klasse.

12 oktober 2018
Kasper Cornelus