Ruben Block - Gewoon anders is soms al goed

, 2 juli 2018

Het was nieuwsgierigheid die ons naar Het Depot lokte voor één van de drie soloconcerten van Ruben Block. De keren dat Block zonder zijn kompanen van Triggerfinger het podium op kruipt, zijn vooralsnog op één hand te tellen en dus wisten we niet wat te verwachten. De soloshow van Ruben Block heeft ons in ieder geval van onze Triggerfinger-moeheid verlost.





Een moeheid die was ontstaan door een overload en een gebrek aan vernieuwing. De doodsteek daarbij was ‘By Absence Of The Sun’, het meest recente album van Triggerfinger en een plaat die ons maar matig kon boeien. In tegenstelling tot ‘All This Dancin’ Around’ en ‘What Grabs Ya?’ hoorden we op ‘By Abence Of The Sun’ gewoon meer van hetzelfde, maar dan vaak minder goed; en veel van wat erop stond, is ons dan ook amper bijgebleven. Solo was het beter, want anders. En gewoon anders is soms al goed.

Het oorspronkelijke opzet van deze handvol shows (drie in het Depot, twee in Nederland) was akoestisch en solo. Beide zijn mislukt. Akoestisch werd eerder "soft electric", zoals dEUS dat eind vorig jaar deed, en de soloact werd uiteindelijk een trio. Block liet zich bijstaan door twee bevriende multi-instrumentalisten: de Nederlandse Sjang Koenen was bassist (op gitaar en contrabas) en percussionist, en de Canadese Kelly Hoppe bestierde de toetsen, saxofoon, mondharmonica en nog meer.

Openen deed Ruben Block wel helemaal alleen; en wel met één van de mooiste liedjes die Triggerfinger ooit opnam. In 2012 verzorgde Triggerfinger namelijk de soundtrack voor de film 'Offline' met daarop ook Halfway There, een nummer dat jammer genoeg altijd een beetje onder de radar gebleven is, maar dat zich wel perfect leent tot een solo performance.

Daarna volgde een rijtje nummers van ‘By Absence Of The Sun’ waarbij vooral Big Hole zich liet opmerken door de saxofoonsolo die het toegevoegd kreeg van Hoppe. De gitaar mocht ook luid klinken, zo bewees Lines, dat zacht begon, maar een gitaaruitbarsting in het midden meekreeg, of Naked Cousin, een cover, afkomstig van de soundtrack van de film 'City Of Angels' (1995), van de door ons verafgode PJ Harvey. Toen Block een cover van PJ aankondigde, hoopten we een beetje op Angeline dat ook al op liveplaat ‘Faders Up’ stond, maar deze was ook goed.

Maar de mooiste momenten kwamen er toch wanneer het allemaal bewust erg klein werd gehouden. Zo speelde Block het prachtige liefdesliedje Showtime - een nummer over een artiest die een liedje schrijft en dat voor het eerst wil laten horen aan zijn geliefde – op een extra-kleine gitaar wat het ook extra intiem maakte. En de set afsluiten deed hij ook in zijn eentje met een ingetogen versie van Go ‘Way From My Window, een folktraditional van John Jacob Niles. De akoestische aanpak was vaker een voordeel. Splendor In The Grass bleek bijvoorbeeld één van de nummers van de meest recente plaat, die wij helemaal vergeten waren, maar die in akoestische versie een stuk beter klonken, de drumcomputer ten spijt.

Meer naar het einde toe werd ook de keuze van de nummers interessanter. Kelly Hoppe mocht de leadvocals verzorgen op Do Not Go Quietly Unto Your Grave, een cover van het betreurde Morphine, waarbij vooral zijn bijdrage op mondharmonica wel eens aan Tom Waits deed denken.

Tijdens de bisnummers bleven we een beetje op onze honger zitten, want Everybody’s Got To Learn Sometime is dan wel een heel mooi nummer, maar de originaliteitsprijs ga je er nooit mee winnen en I Follow Rivers had voor ons evenmin gehoeven. Maar al bij al heeft Ruben Block onze interesse in Triggerfinger toch weer een beetje opgewekt. Misschien eens een tournee langs de culturele centra overwegen?

Ruben Block speelt nog één keer solo in Het Depot, op dinsdag 12 april. Voor dit laatste concert zijn er nog tickets verkrijgbaar.

11 april 2016
Geert Verheyen