Royal Blood Met een volle tank adrenaline

Lotto Arena, 11 november 2017
Royal Blood

Eerder dit jaar speelde Royal Blood (al voor de vierde keer) op Rock Werchter. Niet slecht voor een bandje dat pas in 2014 een eerste album uitbracht. Wachten op een grote arenashow was het tot nu. En dat u er op zat te wachten was duidelijk. De band had twee keer een Lotto Arena kunnen uitverkopen, maar hield het wijselijk bij een keer. Honger en saus, weet u wel?

Vorig jaar op Vestrock zagen we het Britse Black Honey in de kleine kapel. Precies het soort van kleine zaaltjes waar dat soort indierockbandjes op hun best zijn; waar je het zweet van de muzikanten kan ruiken en de charmante frontvrouw zou kunnen knuffelen, als dat zou mogen en als je dat zou durven.

Toen al was duidelijk dat Izzy Baxter en de haren een mooie toekomst wachtte met songs als Corrine, All My Pride en Hello Today. En kijk, tegenwoordig mag het viertal uit Brighton openen voor stadsgenoten Royal Blood en staan ze in arena’s zoals de Lotto Arena.

Dat heeft ontegensprekelijk nadelen: tussen band en artiest gaapt een grote kloof, bijna niemand komt voor jou en het geluid is afgesteld op de hoofdact. Het voordeel is dan weer dat je in een gebalde set enkel je beste nummers kwijt kan en zo een stevige, eerste indruk kan maken op een massa mensen.

Daar slaagde Black Honey zeker in, al waande Baxter zich even in Nederland nadat ze enthousiast haar nieuwe single Dig had gebracht. Even later viel haar pond en dankte ze, na een krolse uitvoering van Spinning Wheel, met een verlegen, maar plagerig “thank you Belgium” en een brede grijns. Black Honey  kreeg de handen op elkaar van een groot deel van de volle Arena en bevestigde dus dat ze klaar zijn voor meer. Laat maar komen!

Een simpel recept scoort; dat is zo in de Vlaamse keuken waar worst met appelmoes een onverslijtbare klassieker is; dat is zo in de politiek waar populisme steeds opnieuw een winnaar blijkt; en dat is ook zo in de muziek. Vraag maar aan de jongens van Royal Blood, die met een simpele combinatie van stem, bas en drums duizenden in vervoering brengen.

Of Royal Blood een blijver zal zijn, moet natuurlijk nog blijken. Nu is het duo nog fris, jong met maar twee albums op de meter en dus zit er nog geen sleet op de formule. Een elektrische piano in Hole In Your Heart deed alvast vermoeden dat de band zoetjesaan evolueert naar een meer gelaagd geluid. Benieuwd dus wat de toekomst voor deze sympathieke macho's brengt, maar die is voor later.

Nu was er (eindelijk) die grote zaalshow bij ons. En het mag gezegd: twee man volstond om het podium van de Lotto Arena te vullen. En dat zonder tierlantijnen, want niet alleen de bezetting was simpel, ook de lichtshow bestond uit niets anders dan een grote V-vormige muur vol witte lampen en twee lijnen rode. Het enige wulpse extraatje bestond uit twee, uit spandex opgetrokken achtergrondzangeressen die kwamen meezingen en –wiegen; een eerste keer tijdens I Only Lie When I Love You en She’s Creeping; een tweede keer voor Sleep en het titelnummer van het in juni verschenen album ‘How Did We Get So Dark’. De Bart De Pauwen in de zaal stonden vast al klaar om hen te "sexten" (of bestaat dat werkwoord (nog) niet?).

Hoe dan ook, een avondje Royal Blood is meer fun met die telefoon in je broekzak, aldus zanger Mike Kerr, die even later wel uitdagend zelf al telefonerend terug het podium betrad nadat hij de spotlights even aan drummer Ben Thatcher gunde voor een solo tussen Little Monster en Hook, Line & Sinker.

Het was niet de enige plaagstoot die de frontman uitdeelde. Zo beweerde hij dat deze show de grootste ooit was voor hem en Thatcher, daarbij even vergetend dat hij een dag eerder in een uitverkocht AFAS Live stond voor zesduizend man en veertien dagen geleden zelfs in Madison Square Garden waar plaats is voor twintigduizend man.

Hij beweerde ook dat hij en Thatcher dronken zouden worden en “the best fucking night ever” zouden  beleven samen met de Antwerpse fans. Dat tweede zou nog kunnen kloppen, maar Kerr dronk volgens ons alleen water en dat ene pintje dat Thatcher aan zijn besnorde lippen zette, raakte niet eens leeg.

Nu ja, dit was allemaal onderdeel van de show. De weinige alcohol, die de heren wel nuttigden, verdampte sowieso bij de stomende set die de twee neerpootten. Vanaf Lights Out ging het immers vol gas; en de trui waarin Thatcher opkwam, vloog al na één nummer aan de kant zodat we een goed zicht kregen op de tattoos en de oksels waarin je moeiteloos een kinderhoofdje kwijt kon.

Heerlijk om zien was hoe in de massa op het middenplein gaandeweg de gemoederen oververhit raakten. Er werd geduwd en getrokken en zes songs ver in de set verscheen bij Look Like You Know de eerste crowdsurfer. Little Monster was goed voor massale koorzang, een moshpit en fans die rechtveerden uit hun zitje. En aan het eind van de set kookte de eerste helft van de zaal over en ontstond er zelfs herhaaldelijk een wall of death (How Did We Get So Dark?) of een circlepit. De wonden zullen morgen worden gelikt.

Als er tussen de nummers door toch even tijd genomen werd voor een slokje, een kushandje, of wat gezwaai met de versterkerkabel, ontstond er al snel ongeduldig handgeklap. Dat werd telkens weer vakkundig de kop ingedrukt. De ene keer met een gitaar die klonk als een overvliegende bommenwerper (Blood Hands), een andere keer met de zoveelste killerriff uit bijvoorbeeld Loose Chance.

Opvallend was ook dat het vele live spelen de voorbije vier jaar Kerr had getransformeerd in een volleerd volksmenner. En ook Thatcher liet zich niet onbetuigd. De eerste dirigeerde de massa (met als hoogtepunt een spelletje om ter luidst juichen), besteeg herhaaldelijk het drumpodium van zijn partner in crime en stak op gepaste tijden de (bas)gitaar triomfantelijk in de lucht. De tweede speelde onder andere een kat- en muisspelletje met de volgspot en eindigde bij tweede toegift Out Of The Black zelfs in het publiek.

Tegen dan was de strijd al lang gewonnen met Figure It Out en Ten Ton Skeleton, maar de twee bleven er voor gaan tot de titelsong uit ‘Fawlty Towers’ ons de stad in stuurde en we met een tank vol adrenaline de rest van het weekend konden aanvatten.


12 november 2017
Marc Alenus