Rock Werchter Onstopbaar Arcade Fire

Werchter Weide, 29 juni 2017
Rock Werchter

Het volledige verslag van Rock Werchter krijgt u over enkele dagen, maar tot zolang geven wij u alvast een voorsmaakje van enkele acts, die de eerste dag te bieden had.

Eenentwintig jaar is ze slechts, maar in tegenstelling tot heel wat van haar leeftijdsgenoten straalt Lorde toch een zekere levenswijsheid uit. Dat uit zich ook in de gereserveerde, reflectieve muziek die ze nu al twee platen lang maakt. ‘Pure Heroine’ leverde daarbij de naamsbekendheid op, ‘Melodrama’ moet zorgen voor de bevestiging.

Wat de show betreft, werd niet al te veel risico genomen. Tennis Court inzetten als opener is immers meteen zorgen voor herkenning. En het leek ook te werken. Het publiek kronkelde graag mee op de verleidelijke tonen van de live drummer en de twee statische kerels achter de synths. Het ging dan ook om de jongedame in zwart T-shirt met ‘Dior Addict’-print en Mexicaans aandoende “Zorro-broek” met wijde pijpen. Zij fladderde en danste over het podium voor een publiek dat na die opener nog wel aandachtig volgde, maar op wat voorzichtig geheupwieg na stilgevallen leek.

Het bleef bij ons dan ook niet allemaal aan de Ribs kleven, hoewel Homemade Dynamite met de hiphopaanpak desondanks wist te bekoren net als de intiem aandoende pianoballade Liability. Maar het moest van het massaal meegezongen Royals komen, waarna er toch meer animo leek te ontstaan.

Weggeblazen werden we daarentegen niet. Misschien zijn we gewoon niet meer mee met onze tijd en moeten we ons maar beperken tot de platen van deze imposante jongedame.

Dan koos Arcade Fire voor een heel andere aanpak: anderhalf uur op het scherp van de snee. Zij slagen er steeds in zichzelf opnieuw uit te vinden. Of dat nu in eenieders smaak valt, is weer een andere zaak. Over de vorige, disco- en dansgerichte plaat ‘Reflektor’ waren de meningen eerder verdeeld, maar met ‘Everything Now’ lijken ze, afgaande op de eerste geluiden, het juiste spoor weer te hebben gevonden.

Nu kan je met negen muzikanten op een podium uiteraard één en ander forceren. De roadies hadden de handen vol met het aanbrengen en weer weghalen van steeds weer andere instrumenten; de accordeon voor No Cars Go, de steeldrums voor Here Comes The Night Time, de extra basdrum voor afsluiter en ga zo maar door.

De visuals op de achtergrond waren door het overvloedig aanwezige licht en de romantisch naast het podium wegzakkende zon dan wel amper zichtbaar, dat betekende nog niet dat er niks te zien was. De groep werkte zich van bij de eerste noot tot op het randje van de uitputting. Maar in ruil vroegen ze ook dat de wei hen zou opladen, want “wat jullie geven, geven wij weer terug”, zoals frontman Win Butler tijdens een zeldzaam moment van rust uitlegde voor hij kon rekenen op de massaal meegebrulde “Hey”s uit No Cars Go.

Dat er gekozen werd voor een setlist met zowat alle radiohits van de band kan je hen moeilijk verwijten. Dit is een festivalshow en die dient naargelang te worden aangepast. Dus racete Will Butler met een tomtom van de ene kant van het podium naar de andere en weer terug tijdens Rebellion (Lies) tot hij neerzoog voor de monitors; en voor afsluiter Wake Up werd gevraagd om de hoge lichten te doven en de gsm’s boven te halen, een oproep die massaal werd opgevolgd met een feeërieke, dansende zee van lichtjes tot gevolg.

Muzikaal was er letterlijk geen speld tussen te krijgen. De ene song vervloeide gewoon in de volgende zonder dat er op adem werd gekomen. Hoogstens veranderde een aantal muzikanten van instrument en werd er plotseling een baritonsax (Neighborhood #3 (Power Out), klarinet (in het eerbetoon aan Bowie dat The Suburbs was) of xylofoon (Creature Comfort) bovengehaald.

Arcade Fire is duidelijk nog niet aan het einde van haar Latijn en het feit dat de show slechts anderhalf uur mocht duren, was waarschijnlijk een domper op de feestvreugde. Laat deze band in een zaal los en het effect is des te groter. Maar dat zal waarschijnlijk voor 2018 zijn. Tot zolang kunnen wij nog even verder met dit feestje.


30 juni 2017
Patrick Van Gestel