Rock Werchter 2019 - Dag 3: tentendag

Werchter Weide, 27 juni 2019 - 30 juni 2019

Rock Werchter 2019</b> - Dag 3: tentendag

Dag drie van Rock Werchter was de dag dat we de Main Stage volledig links lieten liggen. Of rechts, als je op de weide en aan de tenten staat. Miles Kane leek ons al een beetje passé, Beirut zou beter in een tent passen, Bear’s Den speelt een dozijn keer hetzelfde nummer, Macklemore lult langer dan hij nummers speelt en voor Florence & The Machine en Mumford & Sons waren er nu eenmaal alternatieven die ons boeiender leken. Zaterdag: tentendag.

Het was broeierig heet op zaterdag; gelukkig ook de enige dag waarop het overdreven warm was. Het kwam ons dus goed uit dat we het grootste gedeelte (gepland) in de tenten doorbrachten en dat we niet zouden moeten smelten in de zon. We begonnen de dag in The Barn met Portland. Als Belg is een stek op Rock Werchter zowat het hoogst haalbare en de verbazing en de oprechte dankbaarheid, die daar vaak bij horen, zijn heel erg schattig. Ook Jente Pironet vond het “Ongelooflijk.” Portland bleek de perfecte ontwaakmuziek voor een derde dag Rock Werchter: ongevaarlijk, maar bloedmooi.

De act waar vooraf het meeste inkt over gevloeid was, was IBE. Een vervanging dan nog, maar de zeventienjarige jongeling gaat tegenwoordig door het leven als winnaar van 'The Voice Van Vlaanderen' en, aangezien geen enkele andere winnaar van een talentenjacht het ooit tot op Rock Werchter geschopt heeft, was het opmerkelijk dat dat bij IBE na het uitbrengen van welgeteld één single wel was gelukt. Vooraf waren ook wij sceptisch. Zit het publiek hier wel op te wachten? En wat gaat die jongen in godsnaam spelen? Op beide vlakken bleek het wel mee te vallen. De KluB C stond flink gevuld en die songs, die waren gestript tot de essentie en bloedmooi.

IBE deed niets anders dan anders. Ook op Rock Werchter was het gewoon hij en de piano. En dat was net de sterkte van deze set: in een vierdaagse waar de acts vooral veel indruk willen maken met lawaai, show en attributen viel IBE op door de eenvoud. Bovendien bleek deze jongeling amper zenuwachtig en waren bindteksten als: “Zijn er hier mensen die naar 'The Voice' gekeken hebben?” en “Valt het wat mee met de warmte?” vooral aandoenlijk. De songs waren covers van Ed Sheeran (Tenerife Sea) en Billie Eilish (When The Party’s Over) en eigen nummers, waarvan we u de titel voorlopig schuldig moeten blijven. Voor de single Table Of Fools werden er strijkers van stal gehaald en ook dat was mooi.

IBE staat dit najaar in een uitverkochte AB Club en volgend voorjaar in de grote zaal van Trix. Of het blijft duren zal de tijd uitwijzen, maar Rock Werchter heeft hij alvast tot een goed einde gebracht en hij lijkt vastbesloten om het pad der geloofwaardigheid te volgen langs de clubs en het festivalcircuit. Nog straffer: het lijkt hem nog te zullen lukken ook. We duimen alvast mee.  

We wisselden nog eens van tent om Strand Of Oaks te gaan bekijken. Timothy Showalter tweette de dag voordien een foto waarin hij al op het terrein van Rock Werchter naar The Cure stond te kijken, midden in het publiek. Het is typerend voor de lieve man, deze teddybeer, die het concert op Rock Werchter veeleer zag als een samenkomst met twintigduizend vrienden. “My Belgian friends”, noemde hij ons en bij Showalter klinkt liefde nooit als een truc.

Op plaat is Strand Of Oaks fijn om naar te luisteren, maar live komt de aantrekkingskracht van deze groep echt helemaal naar voren. En zoals bij de beste concerten zat de echte kracht in het eindakkoord, al kan je dat hier erg ruim nemen: Shut In klonk als de moderne klassieker die het is, JM was het tien minuten durende oorgasme dat we verwachtten en Rest Of It klonk nog veel nijdiger dan we het ooit al gehoord hadden. Timothy liet weten dat hij naar de AB zou komen in februari van 2020 voor de grootste indoor show in België, maar dat hij dat eigenlijk nog niet mocht zeggen, de deugniet. Ondertussen is dat concert aangekondigd en wij zullen erbij zijn, want een ziel kan nooit genoeg Timothy Showalter hebben.

Van The Barn terug oversteken naar de KluB C: wisselen tussen de tenten leek wel onze route van de dag te worden. SYML hadden we uitgekozen omdat we wel eens een te pruimen nummer van hem hadden gehoord. De pianoversie van Where’s My Love bijvoorbeeld. Dat nummer werd in een te aangeklede versie gespeeld, waardoor het heel wat van de kracht verloor. Een andere keer klonk SYML elektronisch of als een nieuwe countryartiest. Na een uurtje wisten we nog steeds niet waar SYML nu eigenlijk voor stond. Het was een beetje vis noch vlees, iemand die niet heeft kunnen kiezen welk soort muziek hij nu eigenlijk wilde maken en dan alles maar een beetje halfslachtig doet.

Daarna speelde King Princess in diezelfde Barn. Zij liet weten dat het haar laatste optreden zou zijn van de Europese tournee en dat ze het uurtje dus zeker ten gelde wilde maken. De debuutplaat laat voorlopig nog op zich wachten, maar afgaande op het optreden op Rock Werchter hebben we daar wel lichte verwachtingen rond. In Cheap Queen bijvoorbeeld hanteerde ze zelf de gitaar, iets dat we veel te weinig zien bij popartiesten, tijdens afsluiter Ohio liet ze de gitaar ook nog eens stevig jengelen en met de reeds gekende nummers 1950 en Pieces Of Us, de samenwerking met Mark Ronson, had ze alvast twee oorwurmen van grote klasse in huis.

Een uurtje later begon AURORA aan haar set. AURORA is het beste bewijs dat artiesten groot kunnen worden buiten de radio om, want ook hier was het publiek massaal opgedaagd voor een artieste die we zelden of nooit op de radio horen. De Noorse zangeres was daar zelf ook erg verbaasd over en bleek over een schattig piepstemmetje te beschikken. Ze meende zich ook nog wel nog te herinneren dat ze drie jaar geleden op exact hetzelfde podium had gestaan. Aan de rand van dat podium stonden geraamtes klaar en er lag ook een gigantische zilveren bal, maar dat waren showelementen waar verder (jammer genoeg) weinig mee gebeurde. Hoewel AURORA op zich enige verdienste heeft, kan haar werk nog niet tippen aan dat van pakweg Florence, die die avond op de Main Stage zou staan. Soms was het spannend, maar te vaak ook te middelmatig om ons een hele show te boeien.

Angèles (The Barn) popmuziek was dan weer minder weerbarstig, maar zij wist het haar toebedeelde uurtje wel moeiteloos spannend te houden. Ze stond in 2018 ook op Rock Werchter – haar Rode Duivels-outfit staat ons nog helder voor de geest – maar in vergelijking met toen had de show aan visuele kracht gewonnen. Er waren schermen en spiegels en ook zij had – daar zijn ze weer – dansers meegebracht. Ze begon als een hitmachine aan de set met achtereenvolgens La Thune, La Loi De Murphy en Balance Ton Quoi. Het was opmerkelijk voor een artieste, die tot nu toe nog maar vijf singles uit heeft, om de show te beginnen met drie daarvan. Eén albumtrack uit ‘Brol’ ertussenin en daar was de volgende single: Tout Oublier met broer Roméo Elvis op scherm. Je Veux Tes Jeux volgde als nummer zeven op de setlist waardoor de set beëindigd werd met drie onbekende nummers. Een opmerkelijke keuze, maar Angèle is getalenteerd genoeg om de set van begin tot eind spannend te houden: ze kan zingen, dansen en piano spelen. Dat daarbij opviel dat ze wel heel erg haar best deed om de nummers te rekken zodat ze het uurtje vol zou kunnen spelen, stoorde niet eens. En het is natuurlijk nooit een straf om naar Angèle te kijken.

Na Angèle speelde Florence & The Machine op de Main Stage waardoor te weinig mensen de weg hadden gevonden naar The Good, The Bad & The Queen. Linde Merckpoel was er wel en ook Sofie Lemaire tweette tijdens de show om alsjeblieft minder scheten te lossen in The Barn (sorry, Sofie!), maar verder was er nog veel ruimte, heel veel ruimte. Achteraf bleek dat bitter weinig mensen wisten dat The Good, The Bad & The Queen een project is van Damon Albarn en dat hij dus ook deze keer garant zou staan voor een briljante show. “How many of you didn’t know who we were twenty minutes ago?", vroeg Damon, zich af, wetende dat dit project niet zo bekend in de oren klinkt als Blur of Gorillaz. Albarn liet het zich niet aan het hart komen: we hebben hem zich nog nooit zo zien amuseren.

Hij kronkelde over het podium, dook het publiek in, begon al eens te meppen op een piano en liet het publiek “ORDER! ORDER! ORDER!”, meebrullen. Het verdere instrumentarium bestond uit the usual suspects, bespeeld door halve en hele legendes weggeplukt bij The Clash en Fela Kuti, aangevuld met een celliste en een violiste, een occasionele fagot en dwarsfluit en een mondfluit. Over de setlist was niet al te lang nagedacht: de band speelde de plaat ‘Merrie Land’ nagenoeg in volgorde om daarna over te stappen naar het titelloze debuut uit 2007 om die vervolgens zo ver mogelijk te spelen. Tot de afsluiter The Good, The Bad & The Queen in chaos eindigde. Met de jaren wordt het meer en meer duidelijk dat Damon Albarn een muzikaal genie is. We hebben nog nooit een concert van hem gezien dat minder dan geniaal was. Ook dit niet.

Dat was het hoogtepunt van de dag, THE BLAZE mocht nog de dag afsluiten. Het begin van het optreden misten we omdat de natuur ook om de aandacht vroeg, maar van zodra we wel in KluB C aankwamen, waren we mee. Jonathan en Guillaume Alric zijn van Franse afkomst en dus ligt het misschien net iets te hard voor de hand, maar wij hoorden dingetjes die van Daft Punk hadden kunnen zijn. Ook THE BLAZE betreft trouwens een groep die liefst de aandacht niet op hun persona vestigt: ze stonden naar elkaar toegekeerd, ieder aan de knoppen draaiend, zoals we dat de broers van Soulwax ook al hadden zien doen. De visuals waren zelf geregisseerde videoclips en op het einde van de show klapte Pink Floyd-gewijs een muur dicht die moest zeggen: “En dit was het dan!” Hoewel THE BLAZE nog geen hits op het conto heeft staan, was het feestje er niet minder om. Toen we iets later Mumford & Sons Hurt hoorden verkrachten met de versie van Johnny Cash duidelijk als fundament, wisten we: we hebben de juiste keuze gemaakt.

3 juli 2019
Geert Verheyen