Rock Werchter 2016 Hetzelfde en anders

Festivalterrein, Werchter
Rock Werchter 2016

Dag 3 van het ondergelopen tentenkamp. Terwijl iedereen met of zonder kennis van zaken liep te foeteren op de bondscoach, maakten wij ons klaar voor een affiche van formaat. Zaterdag was op papier immers de koninginnenrit van deze Werchtereditie.



Eens we de modderzee uiteen hadden gespleten, bleek dat we te vroeg op de wei waren beland. Op de Main Stage stond Kensington immers op compleet overbodige wijze de veertiende band in een dozijn te wezen. Niet dat er iets vals of onnatuurlijk klonk, maar de muziek die ze brengen is zodanig gebaseerd op formules dat je de Hollanders meteen zou kunnen inwisselen voor het volgende HEY!-refreinbandje.

Een exotische frituursnack en enkele frisse bekers goud later was het wel raak. Band Of Horses mocht immers aan de bak, en ook al waren we niet wild van hun laatste worp, de camioncowboys uit Seattle blijven tot onze favoriete bands van dit decennium behoren. Van voornoemde plaat bleken vooral Casual Party en In A Drawer niet te misstaan tussen de gevarieerde setlist vol oudere favorieten als The Great Salt Lake, Laredo, No One’s Gonna Love You en – uiteraard – The Funeral. Tel daar nog frontman Ben Bridwell bij, die voortdurend zodanig sympathiek zijn publiek aansprak dat de halve wei hem mee naar huis wou nemen om hem vol bier en sterkedrank te gieten en u beseft dat we na de laatste noten van The General Specific op de knieën hadden gezeten, ware het niet dat OVERAL die smerige, stinkende modder lag.

In onze nopjes togen we verder richting Barn, ook al omdat de zon er eindelijk was doorgekomen. Zach Condon zal het ons vast vergeven dat we zijn band Beirut voor de gelegenheid dan ook van buiten de tent bekeken, waar voor het eerst een groot scherm stond opgesteld. Vorige jaren was het immers vaak een probleem om bij populaire acts nog Klub C of The Barn binnen te geraken, waardoor veel teleurgestelden bepaalde concerten niet hadden kunnen volgen.

Condon en zijn muzikanten deden waar ze goed in zijn: melancholische walsen met Balkaninvloeden brengen, waarin een hoofdrol is weggelegd voor de blazers. De perfecte soundtrack bij een zeldzaam zonnig uurtje met uitschieters als Nantes en Santa Fe.

Tijd voor wat harder werk dan. Hoewel, we hadden onze twijfels of Goose de verwachtingen zou kunnen inlossen op de Main Stage. Natuurlijk hebben ze ons al in zalen en tenten overal te lande compleet van de sokken geblazen, maar een gigantische, doorweekte wei is nog wel iets anders. Bovendien schurken de heren met ‘What You Need’ dit jaar vervaarlijk dicht tegen de pop aan. Zaten de fans daar wel op te wachten?

Ze zaten daar zeker op te wachten, zo blijkt, want de Kortrijkzanen hadden niet de minste moeite om de wei om te toveren in een rubberlaarzenfeest van jewelste. De nieuwe nummers hapten lekker weg, maar wat algehele euforie betreft, waren het toch nog steeds de ouwe, getrouwe krakers die het hem deden. Bring It On, Black Gloves en Words waren de stampers waar u op zat te wachten, en Goose leverde ze alsof ze bedoeld waren om ons de tanden uit de bek te meppen.

Was onze honger daarmee gestild? Lang niet, want we wisten drommels goed dat Tame Impala er nog aan zat te komen. Kevin Parker had met gemak de Main Stage aangekund, maar weigerde het zonlicht te aanschouwen en belandde zodoende in The Barn. Parker staat bekend als een perfectionist en mag op beide oren slapen: wat hij bracht was perfectie.

Met de fantastische langspeler ‘Currents’ om uit te putten, was er een keur aan nummers voor hem beschikbaar. Te beginnen met Let It Happen, dat na intro Nangs meteen mocht opdraven en de hele tent in vervoering bracht. Why Won’t You Make Up Your Mind, The Less I Know The Better en Eventually waren andere kleppers uit die plaat, die werden aangevuld met oudere kanonnen als Elephant, Alter Ego, Feels Like We Only Go Backwards en een cover van Mark Ronsons Daffodils, waaraan Parker ook zijn steentje bijdroeg. Alles vlekkeloos gebracht en ondersteund met indrukwekkende psychedelische visuals; veel beter wordt het niet.

Met het bloed gierend door de aderen stommelden we Klub C binnen. Paul Kalkbrenner begon wat later aan zijn set, omdat de Mannschaft nog bezig was Italië te verslaan met penalties. Kalkbrenner verscheen dolgedraaid en gehuld in een truitje van zijn nationale ploeg op de planken. Hij zou ons bijna twee uur lang in hogere sferen brengen:;eerst met het commerciëlere werk om vervolgens helemaal af te matten met snoeiharde techno. Er mag gerust discussie zijn over het feit of dit soort artiesten thuishoort op een festival als Werchter; wij hebben er in ieder geval van genoten van de eerste tot de laatste seconde en met ons vele anderen.

Vele anderen waren na afloop ook aan het genieten van Editors op de Main Stage, maar wat ons betreft was de middelmatige poprock van Tom Smith en zijn acolieten een stevige domper op de feestvreugde. Jaar na jaar duiken ze weer op, prevelen ze wat een geweldig festival het is en brengen ze dezelfde, strontvervelende muziek. Dit jaar was het weer van dat en wij waren maar wat blij dat de heren na een – toegegeven – zinderend Papillon ons de Marching Orders gaven. Mag het eens wat anders zijn, Schuer?


July 6, 2016
Andreas Hooftman