Rock Werchter 2013 - Mag ik deze laatste dans?

, 2 juli 2018

Er staat een vleesmarcelleke in uw lichaam gebrand? De keukentafel ligt vol gratis zonnebrillen, hoedjes en blikjes Red Bull die u nog ergens had zitten in de trekrugzak? U bent blij dat de wc er bij u thuis proper uitziet en u geen kwartier moet wachten om die te benutten? U kan maar niet zwijgen over hoe goed The National en Alt-J waren of misschien herinnert u zich niks meer door die overvloed aan pintjes en zon? Dan bevond u zich de voorbije vier dagen hoogstwaarschijnlijk op de festivalweide van Rock Werchter. 





Krakende botten, stramme spieren, een spons van een tong, die ieder spoor van vocht uit de mond heeft geabsorbeerd, fluitende oren en een onbestemde instantie die een slijpschijfconcert speelt in je hersenpan: wat was nu ook weer de meerwaarde van die vierde festivaldag?

We zouden volgens onze planning vanaf de eerste noten naar van alles gaan kijken, maar het was zo warm, we waren zo lui, en die boom bood weer zulk een aantrekkelijke schaduw. Enkele tientallen meters verder speelde een groepje op de Main Stage, vrolijke folksongs waarbij vooral de mandoline en de stemmen opvielen. Twin Forks, volgens ons programmaboekje. Nooit eerder van gehoord, maar ze brachten een cover van Fleetwood Mac en één van Hank Williams en leverden zo een ideale soundtrack bij ons ontwaken.

Ideaal wakker worden met Youth Lagoon, moet menig ander man hebben gedacht. “Dat is toch een vrouw?”, stelde men zich naast ons de vraag. Het stemgeluid en het lange haar van de Amerikaanse Trevor Powers, die in 2010 dit soloproject op poten zette, waren inderdaad best wel misleidend. Maar wij hebben vooral gelet op de zweverige combo van dreampop en chillwave die Powers voorschotelde. Genieten met de ogen toe.

Iets drukker dan, was het bij nieuwkomer Bastille ,die zowat de volledige wei uitgenodigd had in de Klub C. Het verbaasde dan ook niemand toen (ex)radiopresentator Otto-Jan Ham kwam zeggen dat het zowat veertig graden was in de tent. Ademen wat je ademen kon! Met Flaws en Pompeii hebben de Britten al een tijdje hits te pakken, maar ook Overjoyed, Bad Blood en Laura Palmer mochten er best wezen. Wij hadden graag meegezongen, maar een tekort aan zuurstof belemmerde het ons. Chapeau mannen, energieke synthset.

Haim is zonder twijfel onze favoriete groep rockchicks van het ogenblik. Op hun eerste langspeler is het nog steeds wachten, maar de nummers, die ze al op de wereld hebben losgelaten, zijn niet te versmaden en tonen aan dat de vergelijkingen met Fleetwood Mac (zij weer!) niet van de lucht zijn. De negen nummers, die we hier voorgeschoteld kregen, bewezen dat de zussen barsten van talent, wat het nog jammerder maakte dat ze hun geplande passage in de AB eerder dit jaar moesten afzeggen. Het hoogtepunt kwam er tijdens slotnummer Let Me Go, dat knetterde als de donder en uitmondde in een storm van percussie. Lekkerrrrrr!

En dan smeerden we onze kuiten in om een van de topoptredens van het weekend mee te maken: Alt-J. Ze bewezen met dé plaat van 2012 ‘An Awesome Wave’ dat ze heel wat in hun mars hadden. Live zorgde dit dus ook voor het ene befaamde Sergio-Herman-kippenvelmoment na het andere.

Het speciale, nasale stemgeluid van de zanger, de pijnlijk eerlijke gitaarpartijen, de sporadische folkinvloeden, hun down-to-earth imago, het klopte gewoon. Van het muzikale meesterwerk Interlude 2 tot Tesselate en Taro, een voor een wisten ze te ontroeren. Mochten we een top vijf maken, dan stond Alt-J gegarandeerd op drie. (Hadden we al gezegd hoe goed Blur en The National waren?)

Voor Band Of Horses maken we steevast tijd, wat er ook gebeurt. Ook deze keer werden we niet teleurgesteld, al hadden we ze nog liever in één van de tenten gezien dan op de voor deze muziek te ruim bemeten Main Stage. Opener Is There A Ghost zette meteen de toon. En wat volgde zou ook voornamelijk uit onze favoriete BOH-platen komen – de eerste twee. No One’s Gonna Love You gaf duizenden kippenvel, The Great Salt Lake en The General Specific warden door iedereen rond ons meegekeeld, en er werd afgesloten met publiekslieveling The Funeral. Meer moest dat voor ons niet zijn!

Andere koek bij Asaf Avidan. Van hem kenden we eigenlijk enkel het hitje Reckoning Song in de remix van Wankelmut. Tot aan dat hitje hebben we het niet uitgehouden. Laat ons eerlijk zijn: ’s mans andere nummers zijn niet half zo aanstekelijk, en dat vrouwenstemmetje gaat erg snel vervelen. Next!

De zeskoppige Ijslandse folkrockgroep Of Monsters and Men kreeg vorig jaar al veel volk over de vloer tijdens hun Pukkelpoppassage, maar daar werd nu nog een schepje bovenop gedaan. The Barn was, ondanks de warmte en de vermoeidheid, gezellig gevuld. En meer dan eens zagen we de armen in de lucht gaan bij Mountain Sound en monsterhit Little Talks. Grote afwezige was het melancholische liefdeslied Love Love Love, maar het is hen al vergeven. Pluspunten ook voor de trompet.

Daarna snel even pauzeren bij 30 Seconds to Mars aka de muzikale rockperikelen van Amerikaans acteur/zanger Jared Leto. In een ver verleden luisterden we hier wel eens naar, wat resulteerde in het herkennen van iets oudere nummers als The Kill en From Yesterday. TMF-fanaten zullen dan weer vast en zeker wel Closer To The Edge of Kings And Queens herkend hebben. Amusant om eens te zien, maar wanneer Leto er plots salto’s en andere gekdoenerij tegenaan smijt, hoeft het voor ons niet meer. En de volgende keer ook iets minder praten, Jared? Zo kunnen wij de set ook vullen.

Jake Bugg had daarentegen weinig praatjes nodig om de Klub C aan zijn lippen te doen hangen. Op veel ervaring kan deze knaap nog niet bogen, maar dat zou je geenszins zeggen als je hem op de bühne ziet staan. En hij heeft natuurlijk dat onwaarschijnlijke songwriterstalent. Nagenoeg alles dat hij bracht werd op een gigantisch applaus onthaald, met uitschieters bij Trouble TownSeen It AllTwo Fingers en Lightning Bolt. Als je bovendien ook nog Neil Young kan coveren (My My, Hey Hey) zonder door de mand kan vallen weten wij het wel zeker: als je deze kerel nu nog niet aan het volgen bent, wordt het hoog tijd om daarmee te beginnen!

De elektronische headliner Depeche Mode lokte opvallend veel leden van de oudere garde naar het festivalplein. We kunnen ons dan ook perfect voorstellen dat het voor de kenners een topmoment moet zijn geweest, maar enkel Personal Jesus, Enjoy the Silence, Never Let Me Down Again en Just Can’t Get Enough – dat opbouwde naar een climax die er eigenlijk geen was - kon ons echt in beweging brengen. Misschien zaten we met ons hoofd al bij het vuurwerk van Editors?

Die laatsten hebben hun strepen natuurlijk al lang verdiend op Werchter, en Tom Smith leek vastbesloten er een memorabele avond van te maken door in zijn eentje te openen met een akoestisch Nothing. De bombast, die de rest van de set typeerde, paste perfect bij wat het publiek van een afsluiter verwacht. Maar misschien moet de deur naar de eighties stilaan gesloten en vergrendeld worden.

Smokers Outside The Hospital DoorsAn End Has A Start en The Racing Rats passeerden tot jolijt van de menigte allemaal de revue. En in de bisronde kwam het onvermijdelijke Papillon nog voorbij, evenals een niet onverdienstelijke cover van Springsteens Dancing In The Dark. Vreemd genoeg werd er na de uitzinnige reactie op Papillon nog het meer obscure Honesty gespeeld, maar tegen dan waren onze ogen al lang hemelwaarts gericht voor het prachtige vuurwerk dat gold als het eindsignaal van een magnifiek Rock Werchter.

Andreas Hooftman, Janne Degryse

12 juli 2013