Refused - Recht van bestaan

, 2 juli 2018

Dat Refused zichzelf kan verkopen zal niemand verwonderen. Dat ze het nog opbrengen om na twintig jaar - een stevige hiatus daar gelaten - op tournee te gaan, is dan weer een heel andere zaak. En ze doen dat duidelijk nog steeds met vuur en liefde voor het ambacht.





Ze zijn Belgisch en spreken waarschijnlijk geen Latijn. Van dit Brutus hoef je dan ook geen tu quoque te verwachten. Je in de rug steken lijkt trouwens hun stijl niet. Verwacht eerder een stevige trap tussen de benen van dit trio. De zang van zangeres-drumster Stefanie Mannaerts mag dan meisjesachtig klinken, de muziek was dat geenszins. Die was uitgetekend met scherpe hoeken en vreemde geometrische postmetalpatronen, die ons zowaar aan een - zij het nog prille - At The Drive-In deed denken. Zelfs een mathematicus zou het er nog warm van krijgen: een ritmesectie, die zelden klassieke rolls opdiste, vergezeld van een gitaar, die je de oren finaal uitwaste. En wij, wij waren tevreden. Dit zit goed! Dit komt goed! Dit is goed!

Parijs hadden ze (noodgedwongen?) overgeslagen, maar in Antwerpen geraakte Failure wel voorbij de twee tinnen soldaatjes aan de ingang. Tot jolijt van de karig opgedoken fans, die zich de wat klassiekere rocksongs van de band uit Los Angeles graag lieten welgevallen. Nu eens stoner citerend, dan weer een uit de kluiten gewassen en al van baardhaar voorziene, grungy Muse in herinnering brengend, waren het vooral de songs waarin zanger Ken Andrews de gitaar ter hand nam en de bas aan zijn kompaan Greg Edwards liet, die wat meer lef vertoonden. Niet meteen ons ding, maar we begrijpen het enthousiasme wel. Af en toe opkijken dus, maar niet echt veel meer.

En dan was het aan de hoofdvogel om afgeschoten te worden. Het Refused-publiek was niet van plan om zich zonder slag of stoot over te geven. De band zou moeten zwoegen om te krijgen wat het wou. Maar uiteindelijk eindigde de show in TRIX in een gigantische pogo inclusief zwevende lichamen en bierfonteinen.

De songs op de nieuwe plaat - hoewel we daar nog steeds enthousiast over zijn - leenden zich daar misschien niet helemaal toe. Nochtans zagen wij de versies van het bijna van een discobeat voorziene Servants Of Death en vooral de strakke uitvoering van Thought Is Blood helemaal zitten. Maar bij de rest van de songs leek het feestje in de zaal telkens weer stil te vallen.  Zanger en vermaard karatekicker Dennis Lyxzén had zelf al toegegeven dat het eigenlijk gewoon popsongs zijn. Niks mis mee, maar duidelijk niet besteed aan het bloed eisende zootje voor het podium.

Dat was toch wel even anders bij songs als Rather Be Alive of even eerder The Shape Of Punk To Come, waarbij Lyxzén steevast de lucht doorkliefde of zijn microfoon rondzwierde. Een monitor werd bijvoorbeeld op zijn kant gegooid om als podium op het podium te dienen, als hij niet ronddraafde, zich op het drumpodium installeerde of zelf een crowdsurfje placeerde.

Zo kende het optreden zijn golven, maar werd het nergens vrijblljivend. De muzikanten beperkten zich tot een dienende rol, maar hadden er intussen wel ruimschoots plezier in. Vooral drummer David Sandström leefde zich uit op zijn vellen, hetgeen culmineerde in de afsluiter Tannhäuser / Derivè, waarbij hij, op aangeven van Lyxzén letterlijk de doorslag gaf.

Dat Tannhäuser / Derivè was samen met ander bisnummer New Noise één lange oerschreeuw, waarin Refused zijn recht van bestaan uitkrijste. Een recht van bestaan, dat wij voorlopig alvast niet aanvechten.

4 december 2015
Patrick Van Gestel