Pup - Victorie

Ancienne Belgique, 16 april 2019

Wat heeft de geslaagde recordpoging van Victor Campenaerts gemeen met het concert van Pup in de Ancienne Belgique? Wel, het duurde allebei (min of meer) een uur en het was allebei bijzonder leuk en spannend om naar te kijken.

Het is een kunst, meneer. Het is een kunst om te balanceren op dat steeds slapper wordende koord dat gespannen is tussen pop en punk. En Milk Teeth verstond die kunst. Het trio uit Stroud, Engeland, schrijft melodieuze punksongs en frontvrouw Becky Blomfield (Ook nog bassiste) bracht die met het nodige haar op de tanden en een stevige sneer in de stem. Bovendien hadden ze met drummer Oli Holbrook een showbeest in de rangen die de gemoederen ophitste en in overvloed de melktandjes toonde (en de drumstick in de neus stopte). Gitarist Em Foster rondde het geheel af met stevige riffs en (af en toe) emo screams als tegengewicht voor de zang van Blomfield. Maar ze hadden dus ook de songs voor een vroeg ingezet feestje. En wij waren echt niet de enigen die er zo over dachten.

Van Pup wisten we wat te verwachten. Dat hadden we al een paar keer aan den lijve ondervonden. Reden te meer om je niet in het centrum van de AB-Club op te stellen, als je geen schoen in je nek of achterwerk op je hoofd wilde voelen. Of net wel natuurlijk, als je graag de van zweet zwangere lucht onder het dakgewelf van de zaal wou opsnuiven. Want het duurde net drie songs voor het eerste lijf werd opgelicht om die carrousel zo goed als niet meer te laten stoppen. Maar dat mocht; meer nog: dat moest, maakte deel uit van de pret.

Pup heeft een nieuwe plaat uit; eentje waarop ze worstelen met de realiteit en met zichzelf binnen die realiteit. “Sitting around and thinking all this morbid stuff”, klinkt het in titelsong en opener van de avond. Ze mochten het dan al denken, buiten de verbeten riffs en de bijhorende zang van opdondertje Stefan Babcock was er in Brussel, waar ze, naar verluidt, voor de eerste keer optraden, weinig van te merken. Daar ging het om de fun, om het wegwerken van de stress van de eerste werkdagen van de week. En of ze daar in geslaagd zijn!

De plaat is amper een week oud, maar dat belette de fans niet om luidkeels mee te brullen, wanneer gitarist Steve Sladkowski en bassist Nestor Chumak repliceerden op de zang van Babcock. Toegegeven: dat deden de fans dan al iets enthousiaster bij single Kids dan bij de andere, nieuwe songs, maar toch: het bleef een constante doorheen het hele concert.

De Canadezen hebben zich bovendien al een aantal gewoontes aangemeten. Tijdens het zo prachtig getitelde My Life Is Over And I Couldn’t Be Happier was het enkel het publiek dat het refrein brulde, daartoe aangemoedigd door Babcock die de microfoon als een soort van kermisfloche op een draaimolen uitnodigend boven de hoofden deed zweven. En nee, niemand waagde het om er een greep naar te doen. Hoefde ook niet.

Hoogtepunten? Omdat het moet dan. Het voortdurende contrast dat uitging van Scorpion Hill was mooi om mee te maken en in het knagende Closure leek het wel of de bas voortdurend de frequentie van onze darmen opzocht en de spijsvertering bevorderde (geen nood: alles kwam goed). Guilt Trip werd op verzoek ook nog eens uit de vergetelheid gehaald en zorgde nog maar eens voor een feestje waarbij de surfers moeite hadden om elkaar te ontwijken.

“We are not a normal band”, legde Stefan Babcock uit, toen hij zei dat de bisnummers maar meteen aan de set werden gebreid. “Da’s nu eens origineel”, hoorden wij onze buurman tegen zijn kompaan zeggen. Die draaide duidelijk nog niet zo lang mee als wij. Maar met het onafscheidelijke tweetal If This Tour Doesn't Kill You, I Will en DVP werd er wel een levensgroot uitroepteken achter deze show gezet, zo eentje als daar in Mexico ook werd getekend.

17 april 2019
Patrick Van Gestel