PUP Maandags zweet

PUP

Je voelde de verwachtingen door de bar van Muziekcentrum TRIX zinderen. Hier stond iets te gebeuren. Vooraan stonden de kneusjes van de klas te wachten om te transformeren in wild rondhossende botsballen. Tijd om deze druilerige week een stevige energie-injectie te geven; tijd voor PUP.

Zo'n avond kan je maar beter rustig opstarten. En dan is Newmoon een uitstekende keuze. Met pittige shoegaze bereidden zij de zaal voor. Dan mocht het tempo een stuk lager liggen dan wat verderop zou volgen. Ze hebben er bovendien de songs voor om de lat hoog te leggen; kwestie van de hoofdact scherp te houden. Ze waren allemaal ziek, wist zanger-gitarist Bert Cannaerts te vertellen. Dan moet dat verdorie nogal vonken geven als de hele bende gezond en wel is.

Bij PUP zat iedereen nog superfris want het kwartet kwam bijna rechtstreeks van het vliegtuig en speelde in Antwerpen het eerste concert van de eerste headlining tour, die de band in Europa ondernam. Dat veruiterlijkte zich in power die bijna voelbaar was, enthousiasme dat van de frisse gezichten afspatte en de nodige straffe verhalen over spacecakes, pissen in de straat als Belgische gewoonte en – onvermijdelijk dezer dagen – Trump.

Dat If This Tour Doesn’t Kill You, I Will de opener van dit (en vele volgende) concert(en) zou zijn, was te verwachten. Songschrijver, zanger en gitarst Stefan Babcocks persoonlijke versie van Jean-Paul Sartre’s “L’enfer, c’est les autres” geprojecteerd op het leven van een tourende band resulteerde al meteen in de voorste rangen, die in golven richting podium kwamen gestormd, de vuist in de lucht, luid meebrullend.

Dat bleef eigenlijk het hele concert zonder onderbreking doorgaan. Zelfs tijdens het iets tragere, maar even dodelijke The Coast waren de fans niet te houden en ging de eerste crowdsurfer richting plafond. De band kon er in elk geval niet genoeg van krijgen en jutte het publiek op door de microfoon boven de brullende, rood aangelopen hoofden te steken. Tijdens afsluiter Reservoir – bissen zijn overschat, dus speelden ze gewoon dat dertiende nummer na de reguliere set – werd de microfoonstandaard bijna onderuitgehaald, waarna Babcock toch even naging of er geen ongelukken waren gebeurd. Het stond model voor het samenhorigheidsgevoel dat in TRIX rondwaarde.

Speciale vermelding verdiende het duo Mabu / Yukon. Beide songs werden aan elkaar gekoppeld en waar het eerste nog voor aan hardcore grenzende poppunk was, bleek de overgang naar het bijna psychedelische, tweede nummer bijna logisch. Het illustreerde het feit dat de heren de set weloverwogen hadden opgebouwd.

PUP deed wat elke goede punkband moet doen: een feestje bouwen. En daar is helemaal niks mis mee. Integendeel zelfs: maandags zweet rook nog nooit zo zoet.


January 24, 2017
Patrick Van Gestel