Pukkelpop 2019 - Dag 3: muziek zonder polemiek

Festivalterreinen Kiewit, 15 augustus 2019 - 18 augustus 2019

Pukkelpop 2019</b> - Dag 3: muziek zonder polemiek

Ondertussen wordt de #pkp19 hashtag zo overspoeld met politieke discussies dat je haast zou vergeten dat er ook nog muziek wordt gemaakt. We collaboreerden nog een dag met de socialistische islamistische maffiabaas uit Hasselt en schuimden de wei af naar politiek verachtelijke boodschappen, en vooral, goede muziek. We moeten de Nieuwe Terminologie nog wat gewoon worden, maar dat komt wel. Hier is het verslag!

Zagen we met Fornet de opvolger van Whispering Sons aan het werk? Bwa, nee. De Limburgers, die een pak nummers speelden uit hun volgend jaar te verschijnen debuut, lijken namelijk steeds verder weg te drijven van Joy Division en andere zwartzakken. Al smokkelden ze hier en daar een verrekt lekkere baslijn onder hun avantgardistische krautrock. Er was ons de perfecte soundtrack bij een druilerige dag beloofd, maar wij voelden af en toe onze heupen bewegen. Alleen wanneer John Baeten de microfoon overnam van Thibaud Clijsters werd het even echt donker in de Lift. Een verrassend begin van dag drie, dus. Laat die plaat maar komen.

Vrolijk geworden doken we dan de Castello in voor Franc Moody. Met zo’n naam verwachtten we echt sombere klanken, maar de vier Londenaars bleken verdorie naar het heden geflitst te zijn uit de tijd van George Clinton, Sly and the Family Stone en Boney M. White boys' funky disco dienden ze op en zo werden we zowaar nog beter gestemd. Enkel een korte instrumental op klarinet klonk zoals hun naam deed vermoeden, maar lang duurde dat niet. Lichte kost kan ook smaken, zo bewees de band met nummers als Hypnotise, Dopamine en Super Star Struck.

Niets vermoedend – nu ja, dat is een leugentje – huppelden we richting Mainstage waar Evil Invaders, de speedtrashers uit Leopoldsburg, in hun eentje de metal-eer hoog moesten houden. Dat deden ze met veel verbetenheid. De band bracht de sound en de sfeer uit de hoogdagen van de metal naar boven en heeft de toekomst ervan in handen. Jammer dat er niet meer uit het genre stond geprogrammeerd. Dan waren niet enkel de diehards en familieleden van de band getuige geweest van deze vroege, maar stevige passage.

Wie daar kwaad over was, kon meteen daarna zijn frustratie kwijt bij het furieuze LIFE (als in Choose Life en “Life’s like a box of chocolates” uit Forest Gump, aldus zanger Mez). De band is dikke maatjes met Idles en dat was eraan te horen. De zanger lijkt op een jonge David Byrne, de bassiste is echt badass en de ritmesectie lijkt niet van de speedbollen af te kunnen blijven.

Met In Your Hands bewees de band geen No Future-punk te brengen, ook al zien ze de Brexit met lede ogen aan en doet Trump hen kokhalzen en vrezen voor de toekomst. Naast politieke songs zingt LIFE trouwens ook over persoonlijke problemen, zoals het alleenstaand vaderschap van Mez (Half Pint Father). De enige crowdsurfer was Mez zelf, maar de band is hier dan ook nog niet bekend (ondanks hun twee albums). Luister naar Popular Music en besef hoe onterecht dat is.

"I've been down", zong Michael Shuman van Mini Mansions in opener Works Every Time. De verleden tijd in die zin is niet onbelangrijk, want anders klinkt depri zijn in Californië alsof een feestje afgetrapt moest worden. Ook Midnight In Tokio was goed voor een gulle lach, maar stilaan vroegen we ons toch af waaraan die gasten de samenwerkingen met Brian Wilson en Alex Turner te danken hebben. Ons kent ons in The Last Shadow Puppets en Qotsa natuurlijk, maar deze band raakt voorlopig toch niet verder dan lichtvoetige feelgoodnummers.

Als die dan ook nog eens gebracht worden met teveel cool en te weinig overgave, dan blijven wij dus op onze honger zitten. Dat gevoel bleef overheersen tot Bad Things That Make You Feel Good. Het zal dus toch weer even duren voor deze jongens nog eens te horen zijn in onze bescheiden villa.

Nee, dan liever Penelope Isles. Die zien eruit als gewoon werkvolk dat je zomaar in Bristol tegen het lijf kan lopen, maar klinken alsof de Magic Numbers zich toegang hebben verschaft tot de kluizen van Grandaddy en de vroege Arcade Fire. Geen idee ook of het geheim van Jack Wolters vocalen in de zakken van zijn KW-tje zat, maar wat een stem! Alsof er ergens diep in deze beer een jonge freule verborgen zat.

De band startte met een pittig Chlorine en bracht nog een aantal leuke singles als Leipzig en Round, maar het viertal durfde ook al eens diep in de noise te duiken. Dat deden ze vooral aan het eind van de set, nadat het eerst de muzikale ontdekkingsreizigers had binnengeleid in haar universum. Cut Your Hair kreeg een heerlijk lange fuzzy staart die uiteindelijk werd doorgeknipt door drummer Jack Sowton. Deze band willen we nog wel een keer aan het werk zien. Voorlopig doen we het wel met ‘Until The Tide Creeps In’.

Opwarmen voor Tame Impala kon bij POND, de band die wel wat (ex-)bandleden deelt met z’n landgenoten en die ook al aan een achtste album toe is. Toch moest POND uren vroeger de wei op dan de grote zus. Het verschil in status is duidelijk, maar eigenlijk onterecht. Vanaf opener 30000 Megatons had je het gevoel: hier gaat iets gebeuren.

Nick Allbrook is misschien niet “bold or cool or masculin” zoals hij zelf zingt in Sweep Me Off My Feet, hij heeft wel tonnen charisma en enthousiasme. En zijn band heeft ook nog eens songs als Paint Me Silver en Daisy, om er maar twee te noemen. POND deed ons alvast zweven, dansen of beiden tegelijk (zoals in Don’t Look At The Sun Or You’ll Go Blind). Maar wie gaat ons nu nog al die uren warm houden?

Mike D, dus. Nu de rauwperiode na het overlijden van MCA van The Beastie Boys voorbij is kon die niet meer stilzitten en dacht hij dat het een goed idee zou zijn om een tour als DJ te doen. Enige probleem: hij is niet zo vaardig als DJ. Niet getreurd, Mike D nam een bevriende DJ mee, en die draaide dan maar de plaatjes terwijl hij raps verzorgde en af en toe aan een ongevaarlijk knopje mocht draaien.

De set bestond uit een selectie hiphop (pakweg Missy Elliott, Kendrick Lamar en KRS One) afgewisseld met... Beastie Boys songs, waar hij dan over rapte. In die rol voelde hij zich duidelijk het meest op zijn gemak en wie hield er niet van om al die hits nog eens te horen? Op een gegeven moment werd Sabotage gemashupped met I Wanna Be Sedated van The Ramones, en dat werkte wonderwel. Als afsluiter werd Intergalactic luidkeels meegezongen door iedereen. Perfect ambiance-optreden!

Ze liep er ontspannen bij, Beth Ditto van Gossip, met een roze pruik op en een uitvergrote spacy baljurk aan die af en toe een groot deel van haar derrière onthulde. Uitvergroot op een scherm naast de Main Stage maakte dat indruk. Sommige dingen kun je niet meer ont-zien. Ook een mooi moment was er op het einde van de set, toen iemand uit het publiek haar droom in vervulling zag gaan, en mee mocht zingen tijdens Heavy Cross.

Sommigen zullen het niet graag horen, maar ook hier weer moest er een politieke boodschap worden verkondigd. De queer-rechten hadden wat verdediging nodig, en Beth Ditto bracht dan ook hulde aan George Michael (met wie ze nog eens een dag pinten had gepakt) door Careless Whisper in een wel heel funky versie te coveren. Het ging zonder polemiek voorbij, geen vlag werd beschadigd, en deze hartverwarmende set was ferm amusant.

Het duurde een tijdje voor Aurélie Winkin, zangeres van Cocaine Piss, in het publiek sprong, alsof ze zich een beetje inhield deze keer. Maar schreeuwen deed ze als vanouds. Ze ontdeed zich zelfs van een groot deel van haar kleren, om de bassist in baljurk wat te flankeren allicht. Veel kon je echter niet opmaken uit de nummers: de verstaanbare flarden tekst zijn bijna altijd "fuck", "fucker" of "fucking". We hebben de setlist, maar of ze daarom elk van de twintig nummers hebben gespeeld, en in die volgorde? Zouden ze het zelf weten, eigenlijk? Maar wel het bevestigde dat ze de beste punkrockenergie uit België en omstreken hebben.

Tegelijkertijd was er ook nog Jorja Smith. Met prachtige visuals van onder andere bloemen deed zij haar ding in de Marquee. En hadden we haar getipt? Jawel! Niet omdat zij de mooiste bloem van allemaal is, met haar zachte uitstraling als een orchidee en ogen als sterrenkruid, maar omdat de jongedame ook bakken talent heeft.

Wie daaraan durft twijfelen, had moeten zien hoe ze meteen de harten raakte met Lost & Found, en had moeten horen hoe Teenage Fantasy en Where Did I Go werden meegezongen. Jammer dat het geluid niet top was en dat Burna Boy enkel aanwezig was mits een meelopend bandje, maar wat een liveband had Smith bij! Toen die muzikanten na Lifeboats hun ding mochten doen, werd dit overduidelijk. Blue Lights blijft desalniettemin onze absolute favoriet, ook nu. Als dit de pop in Pukkelpop is, dan mag het!

Ook wanneer we even de rust wilden opzoeken door ons terug te trekken in de VIP-tent, bleek het programma gewoon te goed om even te gaan zitten. Honey Dijon wist ons vanuit de Boiler Room met haar fantastische selectietalent te verleiden tot dansjes op de barkruk. Verdorie, wat kan die chick mixen! Ze had bovendien prachtige plaatjes meegebracht. Nummers als I Want You To Get Together van St. Germain (al niet meer gehoord sinds die keer in de Eskimofabriek in Gent) en Teo Techno (in de Radio Slave Disco Dub mix) klonken verrukkelijk.

Ja, gisteren schreven we nog dat Raketkanon het enige massavernietingswapen is dat ons land rijk is, maar dat bleek toch niet helemaal het geval. Excuses dus aan Brutus, want het trio toonde op Pukkelpop nog maar eens waarom de Deftones hen uitnodigden voor hun Dia de los Deftones. Met een spervuur aan emotie, melodie en brute kracht maaiden Stefanie Mannaerts en haar mannen alle tegenstand neer.

Even ging het mis bij song vier, maar geen mens die er om gaf. War trok bovendien alles terug recht. “Ziede mij nog graag?” vroeg Mannaerts, en het antwoord werd duidelijk aan het eind van de twaalf songs durende raid toen de mannen van de security elkaar handjeklap konden geven na het vele werk en toen de hele tent stormachtig applaudisseerde. Ga ze daar in de V.S. maar eens een poepje laten ruiken, Brutus. Maar eerst nog Leffingeleuren. En wel terugkomen voor die show in de AB, hé!

Shazammen op Pukkelpop deden we ook meer dan eens. Bij die intro (Theme From Rocky) waarmee Eels aantrad, bijvoorbeeld. Het is lang geleden dat we die gasten nog eens aan het werk zagen, en het was dan ook een verdraaid blij weerzien. De eerste drie nummers waren nog altijd covers (deze keer onder andere Prince's Raspberry Baret). Daarna volgde een resem covers van Eels door Eels, want ook hun eigen nummers kregen dikwijls een nieuwe uitvoering mee. Mooiste moment: That Look You Give That Guy, een van de prachtigste liefdesliedjes ooit geschreven. Ook de trage bluesversie van Novocaine For The Soul en afsluiter Love and Mercy (een cover van Brian Wilson) waren zonder meer fantastisch.

Dan was er The Streets in de Marquee. Zouden ze die dichtbevolkte stage even goed onder controle krijgen als de Ancienne Belgique? Het leek een onzekere gok, maar eigenlijk was alle twijfel overbodig. De kleine Mike Skinner werkte zich door het beste van 'Original Pirate Material', nummers die allemaal sluimerhits zijn geworden sinds dat album uitkwam, en mende het volk aan met positieve boodschappen over vrouwenrechten en naastenliefde. Hij deelde zelfs flessen champagne uit terwijl hij crowdsurfte van het podium tot de P.A.. "Nooit gezien in de geschiedenis van het universum!" zei hij, en vergat te stoefen met zijn rapmuziek, die met hechte live band en gospelinvloeden ongehoord is in de geschiedenis van de popmuziek. Hopelijk komt er binnenkort nieuw werk aan!

Hot Chip is terug van weg geweest, en maakte daar in de Castello een feestje van. Vooral met hits, maar ook met enkele nieuwe nummers. De disconummers klonken soms een beetje te inwisselbaar om constant te blijven boeien, maar dankzij een goede dosering hits als Over and Over en Ready for the Floor bleven we toch dansen. Hun cover van The Beastie Boys' Sabotage zorgde ook voor een energieopstoot, en was met een stevige dosis gitaren en luid geschreeuw het buitenbeentje in de overwegend softe set. Tegen afsluiter en favoriet I Feel Better was heel de tent mee en aan het dansen.

En dan was er het aantreden van de langverwachte supergroep Tame Impala. Een filmpje net voor de show moest ons wijsmaken dat ze nog snel de wei voor het hoofdpodium opliepen. Het feit dat ze er echter geen regenjas droegen, verried dat het een opname was. In Kiewit had de lichte regen namelijk plaats gemaakt voor zware buien, en dat zou het komende anderhalf uur niet veranderen.

In die omstandigheden krijgt zelfs een klepper als Tame Impala de wei voor het hoofdpodium niet vol. Maar diegenen die kwamen, bleven grotendeels tot het eind, betoverd door de zalvende klanken en de overweldigende visuals (alleen The Moment moest het zonder doen). Ook de lasershow kreeg een extra dimensie door de regen: miljarden kleine regenboogjes leken door de lucht te zweven.

Parker herhaalde tot driemaal toe hoe vereerd hij was met zoveel moedige fans en nadat hij zelf een gitaarsolo ten beste gaf (zonder bescherming van het dak van het hoofdpodium) tijdens Yes I’m Changing, kwam de Sint Maarten in hem boven. Hij schonk geen deel, maar wel zijn hele regenmantel aan een vrouwelijke fan in Tame Impala-shirt.

En ha, die gitaar! Wat was het heerlijk wanneer die wat ruwer schuurde zoals in Elephant, dat niet alleen door ons op gejuich werd onthaald nadat de show wat inzakte. Ook bij Apocalypse Dreams konden we nog eens het water van ons afschudden. Niet dat het iets uithaalde, maar we kregen het er toch wat warmer van. Op nog wat van die warmte was het wachten tot bisnummer The Less I Know The Better. Afsluiter New Person Same Old Mistakes, dat volgens Parker ook nog de moeite zou zijn, viel uiteindelijk als water op een hete pan.

De omstandigheden waren dus ver van ideaal: geen zwoele zomeravond vol kruidige, geestveruimende dampen, wel een veld vol glimmende poncho’s met plakkerige confetti. Maar net daarom zal deze show ons nog lang heugen.

Pukkelpop 19 - dag 3

Met (ma)

18 augustus 2019
Kristof Van Landschoot