Pukkelpop 2019 - Dag 2: linkse rakkers zetten aan tot homo-erotische taferelen

Festivalterreinen Kiewit, 15 augustus 2019 - 18 augustus 2019

Pukkelpop 2019</b> - Dag 2: linkse rakkers zetten aan tot homo-erotische taferelen

Good clean fun zegt ons niet zoveel en daarom doken wij vooral de kleinere tenten in op de eerste echte dag van Pukkelpop. Het leverde een mooie oogst op: een gekloven wenkbrauw, zere knieën, maar ook een paar keer een hartverwarmertje.

‘Miss Universe’ deed het helemaal solo. Vreemde keuze voor een festivalshow vonden we, maar “The feeling’s good”, want Nilüfer Yanya beschikt over een stem die ijskappen doet smelten en speelt ook nog eens aardig gitaar. Toch waren we blij vooraan te staan, want de praters achteraan kreeg Yanya niet stil ondanks prachtige songs als Heavy Weight Champion Of The World en In Your Head. En ook Safety Net kon haar niet helemaal redden. Maar hey, moedig was het wel: geen samples, geen meelopend bandje alleen die stem en een gitaar. Wie durft dit als vroege twintiger? Alleen iemand met het talent en de moed van Nilüfer Yanya dus. Wij blijven fan.

Op Down The Rabbit Hole misten we Frank Carter en zijn Rattlesnakes door het vroege uur waarop de band daar moest opdraven, maar gelukkig kregen we vandaag een tweede zit. Nu ja, zitten was er niet bij. Wel: moshen, springen, vuisten ballen en crowdsurfen. Maar ook: een traantje wegpinken, instemmend knikken en lachen. De Tyrant Lizard King is immers niet alleen een rauwe rocker die er uitziet als een straatvechter die vanaf song één met doodsverachting het publiek induikt, maar ook een gevoelige ziel die het aandurfde om de moshpit tijdens Wild Flowers voor te behouden voor de dames in het publiek; en ook de vader van een schattig dochtertje dat via FaceTime een song lang aanwezig was en meehuppelde. Carter is er de man naar om een circlepit op te zetten tot buiten de tent, maar ook om op te roepen tot meer empathie voor wie kampt met emotionele problemen. Voor elke Kitty Sucker en I Hate You heeft de band ook een Why A Spider Can’t Love A Butterfly of een Angel Wings. Dat maakt de muziek heel toegankelijk voor een groot publiek. Nog niet overtuigd? Beluister dan dat laatste album.

Adrianne Lenker had, in tegenstelling tot Nilüfer Yanya, wel een band meegebracht. Een goede zaak, al leek het aanvankelijk even fout uit te draaien. Big Thief incorporeert wel vaker vreemde geluidjes in de songs, maar dat de gitaar plots als een dwarsfluit klonk, was echt niet de bedoeling. Ondanks die valse start rolde Big Thief als een grote golf door de Club. Telkens zachtjes rijzend om dan plots te breken en alles met zich mee te sleuren. Zo ging het een keer of drie in steeds kortere frequenties. De eerste golf liep van Forgotten Eyes tot nieuwste single Not. De tweede startte met Cut My Hair (wat ze ook had gedaan sinds de passage in Gent) en brak in twee delen want zowel UFOF als Mythological Beauty haalden ons onderuit. En dan volgden nog Contact en Cattails dat ons de genadeslag gaf. Big Thief als vroeg hoogtepunt van deze editie van Pukkelpop. We hadden niets anders verwacht.

Sharon Van Etten leek wel een beetje van een goth weg te hebben met dat zwarte haar voor de ogen, die zwarte lederen jas en het zwart bloesje. Toch kwam ze extravert uit de hoek, bijvoorbeeld door krachtig met de vuisten in de lucht te zwaaien tijdens Comeback Kid. Synths zwaaien de scepter op de laatste plaat en zo ook live. Maar tijdens One Day bleven ze zelfs volledig achterwege en werd de sfeer heel erg country. Ook tijdens Serpents kregen we een flinke portie gitaren te horen, zo stevig dat het bijna hardrock werd. Het  mooiste moment was Seventeen. Waarom zo'n prachtnummer niet stante pede tot officieel anthem van Pukkelpop 2019 benoemd werd, was een raadsel.

Schreven we nu gisteren echt dat de Vlaamse kanonnen van stal waren gehaald voor het openingsfeest? Dan zijn excuses aan RAKETKANON aan de orde. Tot nader order is dit het enige echte massavernietigingswapen dat ons land bezit. Fons werd de frontlinie ingestuurd en algauw veranderde de tent in een slagveld. Een schoen werd op het podium gegooid, mensenlichamen circuleerden als gevallen krijgers over de handen van de levenden en nog anderen zochten in allerijl veiliger oorden op. Op een bepaald moment werd het echt gevaarlijk en vroeg frontman Devos om een beetje zorg te dragen voor elkaar. Heel even mochten de aanstekers bovengehaald worden, maar voor de rest was het hakken en slaan en zorgen dat je zelf niet in de klappen deelde. En aan het eind was er surrealisme. Op Cherie van Eddy Wally floepten alle lichten aan en verdween de band in polonaisepas in de coulissen. Het publiek volgde het voorbeeld en verliet zo de tent. Op een paar ongelukkigen na: die speurden de plankenvloer af op zoek naar een verloren voorwerp of de verloren eer.

Kamaal Williams heeft roots in de housemuziek. En hoewel hij in het vakje jazz mag worden geklasseerd, was de muziek nog altijd extreem dansbaar, toch zolang je geen bezwaar maakt om af en toe op het verkeerde been te worden gezet. Want rechttoe rechtaan werd het nooit. Daarvoor was de bassist te grimmig in de ritmes, de drummer te hectisch en de saxofoonspeler te losbandig. Het spelplezier spatte ervanaf en het was verfrissend om muzikanten te zien spelen die niet stevig vastgesnoerd zaten in tot op de milliseconde getimede songstructuren. Af en toe werd het zelfs freejazzchaotisch, maar we werden er alleen maar wilder van.

Slowthai is een stuk schorriemorrie, dat het resultaat is van deciennia lang Brits sociaal wanbeleid. Vanop het vasteland bekeken zouden we er dankbaar om moeten zijn, want het levert verdraaid interessante muziek op (zie ook Idles en Sleaford Mods). Met branie maande hij een toeschouwer op de voorste rij aan om een vrolijker gezicht op te zetten. Hij vroeg ook of er iemand de tekst van het volgende nummer voldoende kende, haalde die op het podium en liet hem meerappen. Hij ontketende snellere moshpits en circlepits dan om het even welke punkrocker. En wanneer niet de juiste mensen in het midden stonden, moeide hij zich met de details van de opstelling. Hij maakte de geluidsman uit voor "Fucking idiot", en excuseerde zich daarna. Het leken allemaal strapatsen van een marginaal verwend nest dat je liever te vriend dan te vijand hield. De muziek leek bijna irrelevant bij dit schouwspel. Maar op geen enkel moment ging de vaart uit de beats en evenmin verslikte hij zich in de spraakwaterval van lyrics. Ooit buigen sociologen zich over dit geval, maar vrijdag mocht Pukkelpop met halfopen bakkes al het fenomeen Slowthai meemaken.

Heb je ooit al zin gehad om een Engelsman met een lelijke snor en niets anders aan dan een blauwe onderbroek te kussen? Nee? Dan was je nog nooit op een concert van Idles. Ons overviel het gevoel weer nadat Joe Talbot en de zijnen een feestje hadden gebouwd met die onwaarschijnlijke mix van rammelende punkrock, feminisme, onverwachte covers en politiek. Jawel meneer: politiek op Pukkelpop. Dat we dat nog moesten meemaken! Linkse politiek dan nog wel. Toen Talbot Rottweiler inluidde met de woorden: “Dit is mijn favoriete song, omdat het een antifascistische song is en omdat hij toont hoezeer ik de opkomst van extreemrechts in Engeland en hier veracht,” klonk er enkel gejuich. Daarvoor was de tent al tot een kookpunt gebracht met kleppers als Never Fight A Man With A Perm, I’m Scum en natuurlijk Danny Nedelko met tussendoor ook snippers van The Commodores, The National, The Spinners en Prince. “I kissed a boy and I liked it!” We schreewden het mee, maar gingen niet tot de daad over. Net niet. En al zeker Slowthai niet die op het eind even mee kwam helpen om een gitaar te vermorzelen.

The National is ondertussen een goed geöliede machine met negen muzikanten en kamerbrede schermen, die het gebeuren vanuit de coulissen in alle detail tot aan de achterste rijen brengt. Samen met hen zijn wij oud geworden - zeg maar oude zakken geworden. Eigenlijk had je ze in 2007 in de Ancienne Belgique moeten zien. Toen waren ze pas geniaal! Maar, snobisme terzijde, ze waren weer fantastisch. Ok, Matt Berninger klom de eerste drie nummers obligaat in het publiek. En uit zijn gelaatsuitdrukking kon je afleiden dat hij ook soms twijfels had bij zijn job, dat het obligate rondjes waren voor de persfotografen. Toch maakte hij, ook nadat de camera's weg waren, nog grapjes met het publiek. En op een gegeven moment waagde hij zich zo ver de tent in dat het leek alsof hij buiten een drankstandje zocht. Weet er iemand trouwens waar we dat Matt-Berninger-als-Action-Man-T-shirt kunnen kopen, dat iemand hem toestak?

Het grootste stuk van de set zong Pauline De Lassus, de vrouw van gitarist Bryce Bressner, mee, maar ze kwam nooit uit de schaduw van Matt. Dat leek zo afgesproken. Enkel tijdens Oblivions nam zij de hoofdrol waar. En dat werkte wonderwel. De andere nieuwe nummers bleken minder af te steken van het vroegere werk dan je na het beluisteren van de plaat had vermoed, maar beklijfden ook minder. Het leek bijna te af allemaal, te georkestreerd. Echt overtuigen deden ze op het einde met het bloedmooie (en ook nieuwe) Light Years, met Mr. November, altijd snedig, en met een magistraal Vanderlyle Crybaby Geeks, voorzien van akoestische gitaren, sobere trompetten en een massale singalong met het publiek.

De vijfde passage op Pukkelpop was niet de beste ooit, maar zondag doen ze nog een poging. Wij zullen er zijn!

Pukkelpop 19 - dag 2

17 augustus 2019
Kristof Van Landschoot