Psychic Ills - Wolken

, 2 juli 2018

In Het Bos hadden ze het risico genomen om drie niet echt bij elkaar passende bands te programmeren. Dat resulteerde in het af- en aanlopen van vers publiek en in een speeltuin voor de muzikale avonturier met de hoofdact, die als winnaar uit de hoed werd getoverd.

Gimmicks, ze werken altijd. Bij Baby Galaxy bestaat die gimmick in het rondstrooien van drumsticks. Maar dit bandje uit Maastricht heeft nog meer in de mars. Indierock met een doordringende ninetiesgeur is wat je voorgeschoteld krijgt. Beetje tegendraads, stukje melodisch. En het werkt nog ook. De debuutplaat verschijnt begin 2017. Benieuwd wat dat gaat geven.

Heel andere koek was het half uur improvisatie, dat we voorgeschoteld kregen van het trio David Birchall, Colin Webster en Rogier Smal. Een lawine aan noise werd uitgestort, waarbij Birchall zijn gitaar ter plaatse leek te gaan demonteren en herconstrueren terwijl hij als een knipmes dicht- en weer openklapte. Webster stuurde zijn sax intussen de kosmos in. En Smal, die probeerde het zootje aan elkaar te lijmen, gaf aan wanneer er luid of zacht gespeeld moest worden en accentueerde zijn spel met extra, op de toms en snare gelegde cimbaaltjes of dempte de snare met de voet. De eilandjes, die elk van hen aanvankelijk bewoonde, gleden zo geleidelijk aan naar elkaar toe om een nieuw continent te vormen. Geen doordeweekse muziek, maar wel interessant.

Het toppunt van deze ongewone line-up moest Psychic Ills worden. Dat je geen wilde toestanden moest verwachten, wisten de fans vooraf al. Deze band moet het hebben van de sfeer, die uitgaat van de liedjes die songsmid, zanger en gitarist Tres Warren onttrekt aan zijn mistige brein en die door bassiste en enige vaste waarde Elizabeth Hart, in stemmig zwart, stoïcijns heen en weer wiegend, van donkere klanken  - hallo, Peter Hook - worden voorzien.

Hoe beter sfeer creëren dan met een instrumental? Dus werd Ra Wah Wah meteen de mission statement van de avond. Warren liet de wah-wah-gitaarklanken overheersen terwijl op de plaat het orgel ook prominent aanwezig is. Het technische aspect bleef de band trouwens heel de avond parten spelen. Halverwege trapte organist Brent Cordero zijn monitor de andere richting uit en in de uitgerokken afsluiter All Alone viel de gitaar finaal weg tot Warren na wat gepruts met zijn pedalen terug de juiste constellatie had gevonden.

En toch! Toch was dit een optreden om bij weg te dromen; zo’n optreden waarbij je de ogen kon sluiten en kon wegdrijven op de wolkjes die uit de boxen kwamen. Soms werden die wolkjes voortgestuwd door de eentonige solo’s van Warren, dan weer was het de lapsteel van Jon “Catfish” DeLorme, die de luchtgolven dirigeerde; altijd overheerste een zwijm van psychedelica.

Omdat heel wat van de nummers (min of meer) naadloos aan elkaar werden genaaid, werd je voortdurend ondergedompeld in de melancholie van Warrens in reverb gedrenkte teksten. Nochtans kwam ook de blues bovendrijven in dit allegaartje. Een song als Drop Out en even daarvoor Might Take A While lieten de gitaar meer de vrije loop richting blues en ook wel gitaarrock.

Dat alles zorgde ervoor dat dit, een beetje tegen de verwachtingen in, uitdraaide op een erg geslaagde show van een band, die toch wat onderschat wordt. Alleen jammer dat ze de afwisseling, waarmee ze op het podium spelen, (nog) niet durfden (of konden) vangen op plaat. Maar dat zit er vast nog aan te komen.

27 november 2016
Patrick Van Gestel