Zoals het uitverkopen van het Sportpaleis in Antwerpen voor een bepaalde soort Belgische groepen het walhalla is (en dan nog liefst een aantal keer achter elkaar en liefst zo veel mogelijk), zo is voor de "betere" Belgische groepen het uitverkopen van Vorst Nationaal de ultieme jongensdroom én het plafond in eigen land. Na dEUS, Novastar, Axelle Red (en Arno in oktober) was het nu de beurt aan Ozark Henry. In het buitenland ligt er nog een enorme taak op hem te wachten maar hier in België is Piet Goddaer de top.
Piet was zo vriendelijk om te wachten tot half negen om aan het optreden te beginnen. Indrukwekkend trouwens, die intro. Het instrumentale Echo As Metaphor werd krachtig opgebouwd vanuit de drums en in combinatie met de indrukwekkende lichtshow (héél veel mooi wit uitwaaierend licht) was dit op maat gesneden van Vorst. Sweet Instigator zit al vroeg in de set. Toch jammer dat de mooie backingvocals gewoon op band staan. Daarna volgen snel achter elkaar, zonder noemenswaardige overgang of bindteksten, Christine, Morpheus en Vespertine. Vreemd genoeg werkt deze aanpak uitstekend. De muziek primeert en creëert een éénvormige sfeer. Toch toont Piet Goddaer meermaals zijn dankbaarheid (niet zozeer met woorden want hij zegt nauwelijks drie keer merci). Maar hij zal zich nooit laten verleiden tot grote "Bono" gebaren of spastisch héén-en-weer-geloop volgens de regels van Jagger om maar twee even charismatische frontmannen te noemen. En toch is het optreden warm en zeker niet afstandelijk. Tussendoor toont hij zelf nog eens hoe je nu het best op zijn muziek kan dansen.
Een eerste hoogtepunt is Weekenders, dat prachtige nummer uit ‘The Soft Machine’ waarbij met een sober arrangement en een uitgekiende lichtshow die immense bunker van Vorst omgetoverd wordt tot een knusse club. Een sfeer die heel het optreden zal blijven hangen. Het opzwepende ‘These Days’ markeert bijna naadloos het tweede gedeelte van de show, de climax naar het einde toe. Jammer genoeg dat sommige songs, stemmingen en sferen onderling verwisselbaar zijn. The Police is zeker een invloed maar ook U2, Coldplay en Simple Minds behoren tot de inspiratiebronnen. Reken daar ook nog maar wat groepen uit de jaren zeventig bij (wat zich uit in de jazzy eindes van sommige nummers). En we kunnen het niet helpen en hoe bizar die vergelijking ogenschijnlijk ook lijkt maar hier en daar horen we soms flarden Wim De Craene (uit de periode van Tim en Rozanne).
Bij Indian Summer verandert het licht van wit naar warm rood. In de lange intro heeft de gitarist ruimschoots de tijd om een sigaretje te roken, in deze tijden altijd goed voor een statement of op zijn minst een lichte vorm van provocatie. Voor de rest blinkt zijn groep niet uit in exuberant rock-’n-roll gedrag en opvallende gebaren maar gaan de heren, in sober zwarte kleren gehuld, schuil achter hun instrumenten. At Sea, op het einde van de reguliere set, is weer zo’n hoogtepunt waarbij heel de zaal spontaan de rol van achtergrondkoor op zich neemt: "Where did you go".
Give Yourself a Chance With Me is het eerste ingetogen bisnummer. Jammer dat een aantal fans dit fraaie moment verstoort in al hun enthousiasme. Een verrassing van formaat is de dansversie van Jocelyn, It's Crazy We Ain't Sixteen Anymore. Een behandeling die uitdraait op een tien minuten durende zinderende technoversie van dit nummer. De beats vliegen rond je oren. De hele zaal veert recht. Is dit dan toch zijn grootste hit? De vraag stellen is ze beantwoorden! Game, set & match!
Een mooi concert met een prachtig uitgekiende lichtshow en een heldere volle klank. De voertaal onder het publiek in Vorst was zaterdag zondermeer het West-Vlaams en het was alsof heel de provincie uitgelopen was om hun Piet Goddaer te bejubelen. Nu de rest van de wereld nog.