Ought, Viet Cong - Snakken naar meer

, 2 juli 2018

Het was voor Viet Cong dat we de verkeersknoop die Brussel was hadden getrotseerd. En we kregen er Ought bovenop. De eerste groep bevestigde al het goede dat we ervan verwachtten. De tweede was een aangename verrassing.





Geboren uit de band Women, maar vader onbekend. Desondanks zijn de genetische trekken (zanger Matt Flegel en drummer Mike Wallace) van Women, dat letterlijk op gewelddadige manier uiteenspatte, toch ook zichtbaar in Viet Cong. Alleen is deze telg er eentje met meer dan één hoek af. Zoek het ergens in de postpunk; zet het potje in de buurt van een band als vroege Talking Heads; voeg er een ijskoude bas aan toe; stook op met een portie hoog gestemde gitaren en wat goed gemikte synths; afwerken met een portie gezonde waanzin en je krijgt de guerilla-oorlog die deze Canadezen voeren.

Meer dan de muziek was er in elk geval niet nodig om de AB-Club aan te steken, ook al is dat debuut van deze band pas in januari te krijgen. Enkel single Continental Shelf klonk min of meer bekend in de oren en kon op herkenning rekenen. Maar geen nood: dan nog was een werkstuk als March Of Progress de moeite waard. Met die dwarse en door dwalende synths gestoorde, hamerende drums die de song opstartten en je langzaam in een trance brachten. En dan moest het nummer eigenlijk nog beginnen, namen de gitaren het drumthema over en was je als luisteraar al lang reddeloos verloren.

Was u er niet bij? Geen nood, u mag ons uw jaarvoorraad teenkaas serveren op een bedje van gebruikt maandverband als deze jongens volgend jaar niet op een of ander festival staan. Of u kan ze al eerder zien. Ergens in het voorjaar, waarschijnlijk als headliner dan.

De avond was al geslaagd en dan moesten de jongelingen van Ought nog aan hun set beginnen. Ze leken een heel stuk jeugdiger, die vier snaken, die op het podium verschenen, maar dat was in elk geval niet aan de muziek af te lezen. Die greep ook al terug naar diezelfde Talking Heads, met de dansbare insteek van Franz Ferdinand, voor die de broek lieten zakken.

De speculoospasta, die zanger Tim Beeler, in Brussel op zijn boterham kreeg deed hem blijkbaar goed, want hij speelde met zichtbaar plezier, dat afstraalde op de rest van zijn band. Logisch ook eigenlijk als je het publiek voor je neus ziet opgaan in je muziek. En dat was al zo vanaf het moment dat Beeler in zijn zangerige, nasale parlandostijl Today, More Than Any Other Day aanvatte. En dat enthousiasme werd de hele set lang doorgetrokken.

Opvallend was de manier waarop de band de liedjes geleidelijk aan opbouwde. Over de baslijn werden synths aangevoerd, waarna Beeler zijn gitaar daaraan toevoegde. Clarity mondde zo uit in een als een met de noodrem gestopte, krijsende trein. Soms vielen de songs stil op onverwachte momenten om dan toch weer – al even onverwacht – weer door te gaan. Op die manier was het eenvoudig om attent te blijven.

Het optreden was voorbij voor je er erg in had. En dan kregen we met Pill nog een weemoedig einde van een rusteloze avond, die ons naar meer deed snakken. Van beide bands.

21 november 2014
Patrick Van Gestel