OLT17: Lucinda Williams De geesten bezworen

Rivierenhof, 31 augustus 2017
OLT17: Lucinda Williams

Lucinda Williams gaf de laatste jaren met twee dubbelaars al aan dat ze op een creatieve piek zit. Hoog tijd om haar aan het werk te zien in een prachtig, door natuur omgeven amfitheater. 

Eerste opwarmer was de lijvige, van opvallende tattoos voorziene singer-songwriter John Moreland. Die presenteerde zijn vierde album 'Big Bad Luv', waaruit hij Old Wounds pikte, maar liet ook ouder werk als Oh Julia de revue passeren. Met Steve Earle, John Hiatt en Jason Isbell, die over zijn schouder meekeken, zong hij met enkel een akoestische gitaar liedjes, die diep geworteld waren in zijn leven en waarmee hij soms diep in de ziel kerfde; doorvoelde ballads, die kwetsbaar waren en de tijd heel even stil deden staan. Hiermee leek hij in de voetsporen van Bruce Springsteen anno Nebraska te treden. Ongetwijfeld heeft hij hiermee de verkoop van zijn 'Big Bad Luv' aangezwengeld.

Het uit South Carolina afkomstige duo Shovels & Rope doet het met bas en snaredrum (Cary Ann) en elektrische gitaar (Michel) zonder rigoureus aan die werkverdeling vast te houden. Shovels & Rope was goed voor meer vaart en dynamiek met aanstekelijke, uptempo songs, die heerlijk mochten rammelen; minimaal qua begeleiding, maar maximaal qua resultaat. De ruwe, bluesy garagerock - denk aan Jon Spencer Blues Explosion - werd soms ondersteund met een streepje Dylaneske mondharmonica. Kinderrijmpjes werden niet geschuwd, maar ook Birmingham, dat aan Rock Of Ages van The Band deed denken, passeerde. Toen het publiek plots opschoof richting podium, maakte het duo daar handig gebruik van met verhalen over regen en Mardi Gras. Shovels & Rope was misschien geen wereldschokkende ervaring, maar het was toch fijn dit duo aan het werk te zien.

Intussen was het Rivierenhof vrijwel volledig volgelopen voor Lucinda Williams, die met de 'Ghosts Of Highway 20'-tournee maar een select aantal concerten op het Europese vasteland geeft. Tegenwoordig heeft Williams meer creatieve vrijheid en kan ze het zich permitteren om haar verhaal te vertellen zoals ze het voor ogen heeft. 'Down Where The Spirit Meets The Bone' en 'Ghosts Of Highway 20' behoort dan ook tot haar allerbeste werk.

Met het voorzichtig openbloeiende Steal Your Love werd het concert ingezet. Met deze geweldige song pakte een goed bij stem zijnde Williams al meteen uit met haar "happy woman blues". Een snedig Protection volgde met een strakke Stones-riff. Die connectie met de Stones, ervaringsdeskundigen waar het verboden geneugten betreft, bleek helemaal niet toevallig. Een fijn streepje Sweet Virginia ('Exile On Main Street') maakte dat duidelijk.

Williams is een ervaren rot, die weet dat ze niet te vroeg moet pieken met haar nummers, die naast de overweldigende kracht van de liefde ook dronkenschap en onrecht aanstipten. Vanzelfsprekend teerde ze sterk op het recente materiaal van 'Ghosts Of Highway 20'. De solo gespeelde titeltrack zette het mes diep in de ziel; een potje armworstelen met geesten uit het verleden: "I know the roads like the back of my hand". Uit 'Down Where The Spirit Meets The Bone' werd Foolishness gehaald, waarin ze racisme en sexisme hekelt.. Ook ouder werk uit 'Essence' en zelfs 'Car Wheels' (Pineola en Drunken Angel) kwam aan bod.

Eén van hoogtepunten in de set was Lake Charles; alsof engeltjes in je oor fluisteren net voor je met je auto het meer in duikt en verdrinkt. Hiermee en met het prachtig melancholische Sweet Old World evoceerde ze de country van Emmylou Harris. Als tegengewicht voor die zoete country was er dan weer een door stevig gitaarwerk gestut Changed The Locks. Stones, Harris en de Dylan van 'Time Out Of Mind' hoorde je in de bevrijdende shuffle van Doors Of Heaven ("Open up the doors of heaven / let me in"), zowel tekstueel als naar compositie en sfeer.

Een carrièreomvattende set stond garant voor een concert van uitzonderlijke klasse. Nu nog is het wegdromen naar het fris rammelende Honey Bee, waarin ze met rauwe gitaren en dito vocals haar beste Patti Smith neerzette, en een fraai uitwaaierend Joy met een knap stukje Hendrix in verborgen. En telkens weer was er dat met een voorzichtig, lichtnerveus lachje uitgesproken "Thanks".

Het publiek smeekte om meer en kreeg dat gelukkig ook in de vorm van een straf Righteously met geweldige strepen elektrische gitaar en rijmende regels als "Be my lover / don't play no game / just play me John Coltrane", waarna ze halfweg snel nog de richting van de gospelmantra van Get Right With God insloeg. De cirkel was zo mooi rond: alle demonen, duivels en verlokkingen waren bezworen.


1 september 2017
Philippe De Cleen