Okkervil River - Droom

, 2 juli 2018

Terwijl de wereld buiten de Botanique stilaan dol draaide, was het in de Brusselse tuinen business as usual. Of toch niet helemaal, want Okkervil River gaf daar een topconcert.

In de lange rij van songer-songwriters met gitaar en mondharmonica misstaat L.A. Salami geenszins. Of het moest vanwege die vreemde naam zijn. Eenvoudige liedjes rond een paar akkoorden geweven, gebracht met het hoofd ietwat scheef en het lijf gevangen in een eenzame lichtkegel. Ellenlange, zij het nooit storende teksten werden over de vroege en - wonderlijk genoeg - aandachtige en zwijgzame vogels uitgestort; romantische lyrics over de dood (A Man; A Man Without Warning) of over het alledaagse (Day To Day (Another Lazy Sunday Session)). Het resultaat was een aangenaam half uurtje. Alleen muzikaal had wel iets meer gemogen, want die paar akkoorden blijven tenslotte niet eeuwig boeien, maar we begrijpen (ma)'s bewondering voor deze jongeman wel.

Ook Will Sheff durft zijn leven al eens te romantiseren. Alleen lijkt dat romantiseren op de laatste plaat een pittig, zwart randje te hebben. Bovendien gooide hij het met het nieuwe Okkervil River over een heel andere boeg; dat wil zeggen: buiten Sheff zelf werd een volledig nieuwe band aangeworven; met muzikanten die uit de jazz- en avant-gardehoek kwamen. En die keuze had niet beter kunnen uitdraaien.

Want de man met het Lennonbrilletje had zijn muzikanten zich niet alleen laten uitleven op het nieuwe werk, maar had hen ook de oudere nummers van een nieuwe huid laten voorzien, hetgeen vaak spannende (een subliem Unless It Kicks met gitarist Will Graefe in een David-Gilmour-does-Talking-Heads-rol), soms vreemde (in Our Life Is Not A Movie Or Maybe leek de staande bas van Benjamin Lazar Davis eerder een cello), altijd interessante resultaten gaf.

Maar het was al van bij de logische en geweldige opener Okkervil River RIP; vol niveauverschillen en met een perfect getimede gitaarsolo, al duidelijk dat dit één van die avonden zou worden waarop je je voortdurend in de arm kneep en je afvroeg hoe lang die magie kon blijven duren. En dat had helemaal niks met de herfstbladeren, die rond de microfoons en instrumenten gewikkeld waren. Want visueel werd het allemaal heel sober gehouden. En enkel Sheff zelf ging zich al eens te buiten aan een dansje rond het podium of aan wilde armgebaren.

Enige uitzondering daarop was eerste bisnummer The War Criminal Rises And Speaks, toen de immer sjofel geklede frontman zich plotseling vlak bij de PA bovenaan de tribune van de Rotonde bevond en van daaruit als een volleerde drama queen nog meer harten veroverde. Hoewel hij dat nummer in zijn eentje inzette, viel de band – intussen ook teruggekeerd, maar op het podium – uiteindelijk wel in om het volgende hoogtepunt in een opeenvolging van hoogtepunten te markeren.

We zouden in dat verband alle songs kunnen opnoemen, maar beperken ons nog tot Judey On A Street met de kenmerkende “spechtdrums” van Culy Symington, afsluiter For Real, dat eindigde in een orgie van geluid, en het wild rondzwierende en bijna gekrijste Black Sheep Boy.

Dit was een droom; zo één, die nog lang gaat nagloeien; eentje, waarvoor we ook meteen opnieuw zouden tekenen en waaruit het vanmorgen keihard ontwaken was.

9 november 2016
Patrick Van Gestel