Nuits19: Weyes Blood, Hand Habits - Geen spoor van twijfel

Botanique, 4 mei 2019

Les Nuits Botanique loopt stilaan op zijn eind, maar voor de liefhebbers van diepgravende indieufolk en alternatieve pop was het op zaterdag 4 mei nog smullen van Hand Habits en Weyes Blood.

Dat Meg Duffy een potje gitaar kan spelen, weet Kevin Morby al lang. De genderqueer is in zijn band dan ook snarenplukker van dienst. Maar Duffy heeft ook een eigen project: Hand Habits. En dat was te gast op zijn tweede show van de Europese tournee als opener van één van de laatste shows van Weyes Blood, door Duffy als “vriend” bestempeld. En ja, ooit leverde Duffy gitaardiensten aan Weyes Blood, maar daarover later meer.

Twee jaar geleden was er al een debuutplaat ‘Wildly Idle (Humble Before The Void)’, maar Duffy wist niet eens of die hier in Europa wel uitkwam. De plaat bracht Hand Habits alleszins wel als soloproject naar hier (o.a. Het Bos) en bij die gelegenheid ontmoette Duffy drummer Erik Heestermans. Ze stapten in diens vaders auto en trokken een maand op tournee.

Gelukkig konden ze het goed met elkaar vinden en dus was Heestermans er ook nu weer bij. Samen met John Andrews op toetsen omlijstte hij met voorzichtige brushes en veel cimbalen Duffy’s heldere stem en haar virtuoze gitaarspel. Dat kwam vooral de laatste twee nummers uit de verf. Jessica werd voorzien van een vrij stevige, virtuoze gitaarpartij en Are You Serious werd ingeleid door onaardse gitaargeluidjes die Duffy - wie weet waar vandaan - tevoorschijn toverde.

In de teksten van de Hand Habits-songs komen nogal wat twijfels naar boven, maar Duffy zelf leek zich honderd procent zeker te voelen in de habitat van het podium. De lange pauzes die nodig waren om de geleende gitaar (van ene Gino) te stemmen, werden opgeleukt met luchtige bindteksten. Dat begon al bij het opkomen. “Ik dacht dat er nog niemand was, zo stil zijn jullie”, zei Duffy, om dan meteen heel de rotonde in te pakken met All The While uit genoemde debuutplaat. Later volgde dan het verhaal van haar ontmoeting met Erik, een grappig intermezzo over de merchandise, enzovoort.

“Jullie zullen wel denken: wat een praatvaar”, lachte Duffy er zelf mee. En dat was ook zo, maar uiteraard was er ook de muziek en daarvan onthouden wij vooral de prachtige titeltrack van de laatste plaat. Placeholder behoort tot de mooiste songs van het jaar en maakte in zijn eentje de vroege trip naar Brussel waard.

Ook Natalie Mering van Weyes Blood maakte een grapje bij het opkomen: “Dit is onze laatste show… ooit”, zei ze. Niet waar dus, maar wel de laatste van deze tournee. “Ik ben gegroeid sinds de soundcheck”, zei ze ook nog, toen bleek dat de microfoon te laag afgesteld stond. In realiteit is dat onmogelijk, maar figuurlijk is ze de laatste tijd wel degelijk gegroeid, zo bleek uit de meest recente plaat ‘Titanic Rising’. Het zelfvertrouwen, dat Mering uitstraalde op het podium van de Rotonde, was even fenomenaal als haar stem.

In haar compleet witte outfit met olifantenpijpen leek ze weggelopen uit een tijdperk waarin weelderige popmelodieën nog volop in de mode waren (Nu begrijpen we ook waarom er nogal wat Abba en aanverwanten werden afgespeeld tussen de twee acts!). Dat soort elegante melodieën vind je dus ook op ‘Titanic Rising’, bovendien gebracht door één van de helderste stemmen van het moment en doorsneden met gitaren en toetsen die zo van een Fleetwood Mac-plaat leken weggelopen.

De set opende net als de plaat met A Lot’s Gonna Change. Een mooie start, maar alle emotionele registers werden pas opengetrokken met Something To Believe, een song vol zelftwijfel. Die werden van het podium in de coulissen gegooid met het vrolijke Everyday, een liedje over oppervlakkige liefde vol huppelende piano, veel “papapapaa’s” en een barokke finale om u tegen te zeggen.

Met het nu al tijdloze Andromeda werd niet één maar drie versnellingen lager geschakeld. Onbeschaamd melig, maar zo mooi gebracht en met een slidegitaar die zelfs bij de ruwste bolster de naalden slap maakt. Seven Words, het eerste uitstapje buiten ‘Titanic Rising’, ging verder op dit elan. Dit nummer werd op ‘Front Row Seat To Earth’ mee ingespeeld door Meg Duffy, maar die kwam vanavond niet mee het podium op wat bij Mering deze opmerking ontlokte: “We hadden eraan moeten denken, maar we zijn beiden te veel bezig met het zingen van onze eigen liedjes.”

Picture Me Better was het eerste nummer dat niet op applaus onthaald werd door de volgelopen Rotonde. Het is ook duidelijk niet het beste wat ‘Titanic Rising’ te bieden heeft. Enkel voorzien van zang, gitaar en voorzichtige toetsen, daalde het volume en raakte de vaart helemaal uit de set. We hoorden plots zelfs de bassen vanuit de Chapiteau.

“Laat ons zelf ook maar de club induiken”, pikte Mering hier op in. En de fans wisten dan al dat Movies zou volgen. Dat begon nog ingehouden met een loopje van retrofuturistische toetsen en ingetogen zang, maar na drie of vier minuten, nadat de bassiste het keyboard overnam en Mering haar vestje tegen de grond gooide, kwam deze slapende vulkaan tot uitbarsting, al snapten we nog altijd niet de verwijzing naar een nachtclub, want tot dansen werden we niet uitgenodigd. En lang duurde de uitbarsting ook niet, want Wild Times, met die misvormde fluitjes, bracht alles weer tot rust en bij de Beach Boys-cover God Only Knows durfde niemand nog ademhalen. Wat een zangprestatie!

Restten alleen nog twee songs uit de vorige plaat: afsluiter Do You Need My Love, dat nog een vrij stevig einde aan de set breide en bisnummer Generation Why, dat net als de vlag met de wereldbol die ze over haar keyboard drapeerde, een knipoog naar de klimaatjongeren leek. Maar Mering zelf gaf er geen uitleg aan. Ze liet haar muziek spreken en die klonk overtuigender dan gelijk welke politieke boodschap.

Weyes Blood & Hand Habits @Botanique 04/05/2019

5 mei 2019
Marc Alenus (Foto's: Marc Alenus)