Nuits19: Esinam - Zwoele start van Les Nuits

Botanique, 23 april 2019

Winter is coming… Kan allemaal wel zijn, maar vanavond startte Les Nuits Botanique met een avond waarop het kwik zich niet kon of wou terugtrekken in het bolletje. Ideale temperatuur dus voor één van de openers van het festival: Esinam.

Wat hebben ze daar toch een goudhaantje bij SDBAN Records en Aubergine: Esinam Dogbatse heeft nog altijd maar één ep-tje uit, maar de Brusselse mocht terecht een tweede keer op Les Nuits een thuismatch spelen. Meer nog, ze kreeg een speciale uitnodiging: of ze niet iets wou doen met extra muzikanten om haar songs zo in een nieuw kleedje te stoppen?

Esinam (zang, dwarsfluit, elektronica) ging de uitdaging aan samen met Axel Gilain van Kangling (bas, staande bas en Moog), Martinn Méreau van Glü (drums en marimba) en gitarist Florent Jeunieaux van Commander Spoon. Dat moest en zou vonken geven, want alledrie zijn dit geschoolde en virtuoze muzikanten.

En dan sta je daar, goed voorbereid en helemaal gefocust en staat je microfoon niet open. Het overkwam Esinam op deze voor haar speciale en uitdagende avond, maar ze liet zich niet uit het lood slaan, dankte het publiek dat zich lekker knus in het rode pluche van het Grand Salon had genesteld en toverde meteen een bezwerende dwarsfluitsolo uit het instrument.

De vier muzikanten stonden opgesteld in een halve cirkel, elkaar goed in de gaten houdend en uiterst geconcentreerd. De zenuwen leken even gespannen te staan als de vellen van drummer Méreau, die zich leek op te winden over het geluid in de monitor, maar nergens fout tikte. Langzamerhand zag je de band groeien en beleefden we een paar hemelse momenten.

In Dawn liet Jeunieaux de gitaar klinken als een vreemdsoortige klarinet en mocht, zoals dat in de jazz de gewoonte is, een eerste keer schitteren in een fantastische solo. Later zou hij dat nog een paar keer mogen doen, zoals in het bijna onherkenbare Birds Fly High Under A Heavy Sky dat volledig gestript werd van tekst en in de plaats daarvan een intro kreeg op marimba en een jazzjasje dat alle kanten uitwaaide.

Op Deep In My Soul was het aan Gilain om te soleren. Dat deed hij met heel veel tederheid in de intro op zijn staande bas. Prachtig hoe dit nummer, dat Esinam normaal gezien bijna a capella brengt, nu openbloeide. Eerst met marimba en dan met voorzichtige gitaarstroken die steeds aanzwollen om te eindigen in feedback. Ondertussen zag je hoe het spelplezier bij de muzikanten toenam. En Méreau toonde dat door grijnzend de tong uit te steken.

Zo groeide de set naar een hoogtepunt toe met het stomende Afro-jazz nummer Gavoé, het tweede nummer van de ep dat we – min of meer – herkenden. Esinams liedjes zochten immers - nog meer dan anders - onverwachte richtingen op, net als haar kapsel na een onrustige nacht slaap. Toch klonk slechts één bewerking op een bepaald moment een beetje gekunsteld.

Afsluiten deed de band met nog een nummer waaruit de Afrikaanse roots van Esinam naar voor kwamen: TSE 008. Daarvoor stak de half-Ghanese een tamani (Afrikaanse drum die wordt bespeeld met een kromme stok) onder de arm en zorgde zo voor nog meer opwinding dan dat ze al deed in het voorbije kleine uur.

Een staande ovatie viel de band te beurt en dat was niet overdreven. Laat dat album maar komen, want dit smaakte naar meer, veel meer.

24 april 2019
Marc Alenus (Foto's: Yvonne Schmedemann)