Nothing - Voorhamer

, 2 juli 2018

Het leven is geen pretje. Niemand die dat beter weet dan Nicky Palermo, frontman en bezieler van Nothing. Maar als hij daar op een podium staat en zijn muziek kan brengen, is dat voor een paar uurtjes helemaal vergeten. Niet alleen voor hem, maar ook voor het publiek.

De platenmaatschappij, die oorspronkelijk ‘Tired Of Tomorrow’ had moeten uitgeven, bleek banden te hebben met een maffiabaas. Net een stap te ver voor Palermo, die uiteindelijk terug bij Relapse Records onderdak zocht en kreeg. En bovendien werd hij ook nog eens het hoofd ingeslagen net voor de opnames begonnen, waardoor hij met zestigduizend dollar aan ziekenhuiskosten achterbleef.

Het ging Palermo, frontman van Nothing, dus niet echt voor de wind, om het zacht uit te drukken. En al die miserie moest hij ergens kwijt. Bij voorkeur in zijn muziek. Het leverde een machtig mooi album op, waarop hij samen met kompanen Brandon Setta (gitaar en zang), Kyle Kimball (drums) en Nick Bassett (bas) zijn ellende omzette in schoonheid.

De eerdere optredens van de band op Leffingeleuren en Incubate verklaren waarschijnlijk waarom de band slechts een handvol aanhangers de oren uit mocht poetsen, ook al was het café van Muziekcentrum TRIX gezellig goed gevuld.

Maar dat deerde de band niet. Als met een voorhamer werd het publiek van bij opener Fever Queen meedogenloos uitgeteld om anderhalf uur lang de pletwals van Nothing te ondergaan. Geen mens die je daarover hoorde klagen. Te meer omdat de band, in tegenstelling tot bij de Engelse optredens - “Te veel cider gedronken, dus hou ik het nu op water”, liet Palermo zich langs zijn neus weg daarover ontvallen - er met Dig en Downward Years To Come (uit de gelijknamige ep) onverwacht toch twee bisnummers speelde, iets wat de heren tot dan toe niet eerder hadden gedaan.

Wat snel opviel was dat de shoegazestempel, waaraan de band tot haar eigen ergernis niet lijkt te kunnen ontsnappen, inderdaad te beperkt is voor Nothing. Want er wordt evengoed gespeeld met punk, met grunge en metal, hetgeen Nothing net maakt tot wat ze zijn. Vooral de oudere nummers, afkomstig van debuut ‘Guilty Of Everything’ lonken naar de zwaardere kant van de weegschaal, terwijl de songs van ‘Tired Of Tomorrow’ lichter uitvallen. Begrijpt u dat “lichter” vooral niet verkeerd, want in het geval van Nothing is dat bijzonder relatief, hetgeen bijvoorbeeld uit – om er maar één te noemen – het tweede deel van Vertigo Flowers blijkt, waarbij de nekspieren terdege getraind werden. Het zou niet de enige keer worden.

Desondanks werd er in songs als Chloroform, Bent Nail en de beide bisnummers echt voortdurend geramd tot in het rood terwijl er in de andere songs meer nuance verscholen zat. Geen kwaad woord over die oudere songs want ze passen nog steeds bij de band en komen witheet uit de boxen gevlamd. Niet voor niks werd in ons boekje July The Fourth aangestipt als één van de hoogtepunten van dit optreden.

Dat de vocals een beetje verdronken in de distortion was nergens een bezwaar. Setta en Palermo namen om beurt of samen plaats aan de microfoon en legden een zalfje rond de open wonden, die met de muziek werden geslagen. Pijnlijke wonden, dat zeker, maar tegelijk ook zorgend voor troost.

Het was overduidelijk dat de band zich op en top amuseerde. Palermo huppelde over het podium als een jong veulen en zelfs de eerder bedeesde Setta had pretoogjes terwijl Kimball zich onverstoorbaar in het zweet werkte.

Zeker ook de moeite van het vermelden waard was voorprogramma Partisan, waarin ex-leden van Oathbreaker en Rise And Fall zich met succes een weg banen door de postpunk met een vette knipoog naar de new wave. Met een korte set eisten zij ook hun recht van bestaan op en waren ze de perfecte inleiding op wat komen zou.

Maar het was Nothing dat TRIX platsloeg en ons met goede moed op weg zette naar weer een week in de rat race van het dagdagelijkse leven. Of moet dat overleven zijn?

19 september 2016
Patrick Van Gestel