Nine Inch Nails

De ongekroonde koning van de Amerikaanse industrial

Jan Vael
Ancienne Belgique, Brussel8 november 2008

Twee jaar geleden schitterden ze nog op het grote podium van Rock Werchter, maart 2007 zal dan weer de geschiedenisboeken ingaan als het eerste Belgische zaaloptreden van Nine Inch Nails sinds 1994. Vanwege de enorme publieksbelangstelling hiervoor werden er trouwens meteen twee, in een mum van tijd uitverkochte data vastgelegd, en dat zorgde dan ook voor één van de felst geanticipeerde concerten van dit ‘Year Zero’…


Dat de programmatoren van de AB maximaal rekening houden met concertgangers die aangewezen zijn op openbaar vervoer, verdient uiteraard alle lof. Maar dat voorprogramma Ladytron hierdoor reeds voor 20u het podium kwam opgewandeld, konden we iets minder appreciëren (lees: we waren te laat). Temeer omdat we altijd al een boontje hadden voor de frisse electropopsongs van deze Britse dames en heren (uitschieters: Seventeen, He Took Her To A Movie, Destroy Everything You Touch). Niet getreurd echter, we hadden nu tenminste een uitstekend plaatsje veroverd om NIN voor het eerst een Belgische zaal te zien platspelen.

Nine Inch Nails
 
Als er één ding is dat we nu reeds kunnen zeggen over het in april te verschijnen nieuwe Nine Inch Nails-album ‘Year Zero’, dan is het wel dat het vermoedelijk weer een knalharde plaat wordt. Knalhard, dat waren ook de eerste nummers van het optreden zondagavond, dat nochtans ietwat vreemd van start ging: de zaallichten waren nog niet gedoofd, of daar stond Trent Reznor reeds zijn eerste woorden in de microfoon te spuwen. De ongekroonde koning van de industriële rockmuziek zag er zowaar, met zijn zwarte plunje en korte haar, een beetje uit als een oudere versie van Brian Molko (Placebo).
Reznor, de enige constante en creatieve spil binnen Nine Inch Nails, zoog vanzelfsprekend alle aandacht naar zich toe. Al moet gezegd dat ook zijn begeleiders zich niet onbetuigd lieten in Brussel, en de prettig gestoorde gitarist Aaron North (ex-The Icarus Line) dook zelfs al vroeg in de set het uitzinnige publiek in. De belichting was sober maar efficiënt, en de rondzwiepende lampen boven de hoofden van de muzikanten misten hun effect niet.
 
Het nieuwe materiaal mocht dan opvallend afwezig blijven tijdens het concert, dat lieten de trouwe fans niet aan hun hartje komen. Algauw vormde er zich een moshpit voor het podium waar men zich volop kon uitleven op het apocalyptische spervuur van gitaarnoise en industriële elektronica uit - in hoofdzaak - het roemrijke verleden van de groep. Hoogtepunten waren onder meer het genadeloze March Of The Pigs, het nog steeds sublieme Closer, de opmerkelijke nieuwe single Survivalism, het uitgelaten Only en het verzengende Wish. De emotionele, meer ingetogen kant van Reznor kregen we slechts occassioneel te horen (het prachtige Piggy bijvoorbeeld, of het instrumentale intermezzo Help Me I’m In Hell), maar dat mocht de pret geenszins drukken.  
 
De finale begon met een knappe cover van de Joy Division-kraker Dead Souls, om even later te culmineren in hét kippenvelmoment van de avond: de klassieker Hurt, door Trent voor het grootste deel solo aan de piano gebracht. Tenslotte volgden nog twee onvervalste dansvloerfavorieten: The Hand That Feeds en het onverwoestbare Head Like A Hole. Overweldigend, noemen wij zo’n concertervaring. Misschien jammer dat er geen bisronde meer volgde, maar een blik op ons uurwerk vertelde ons dat we alweer anderhalf uur verder waren ondertussen. Het zegt genoeg. Een nieuwe Belgische festivaltriomf van Nine Inch Nails komende zomer lijkt niet denkbeeldig. Afspraak op Pukkelpop?
← Terug naar overzicht