Nick Waterhouse - Zandbak

Botanique, 23 maart 2019

Nick Waterhouse vergeleek het maken van zijn meest recente plaat met het spelen in een zandbak met vriendjes. Hij voorzag dan wel de fundamenten van het zandkasteel. De afwerking gebeurde door iedereen tegelijk. In de Botanique trokken wij graag de schoenen uit om het zand te voelen wriemelen tussen de tenen.

Het kan een aangename verrassing zijn, als een voorprogramma haaks staat op de hoofdact. Tegenwoordig is een publiek (meestal) breeddenkend genoeg om daarin mee te gaan. Maar het kan even geslaagd zijn als de support act aansluit bij de hoofdmoot, zoals dat het geval was met The Roves. Ook zij maken muziek die sterk geworteld is in het verleden en waarvan die wortels duidelijk boven de grond uitsteken.

Bij The Roves moet je het zoeken in de sixties van de vroege Beatles, maar dan verplant naar de VS; of - iets recenter - van The Jayhawks. Ze komen uit Engeland en dienen vlotte Americana-popsongs op met een duidelijk herkenbare structuur en (meestal) nasale zang, hetgeen enthousiast geproefd werd door het reeds aanwezige publiek. Niet origineel misschien, maar dat is Nick Waterhouse ook niet echt, al heeft die zo stilaan wel zijn eigen paadje door de immense muzikale tuin gebaand. Op 12 april verschijnt de tweede langspeler van The Roves. En wij zijn benieuwd.

Retro, vintage, ouwen brol,... noem het zoals je wil; het is allemaal hot. In de Botanique zag je de hoedjes, de klakken en de bloemetjesjurken ook weer opduiken. Het lijkt een logisch verlengstuk op de muziek van Nick Waterhouse die zijn muziek bouwt op rhythm & blues uit de (late) jaren vijftig. Misschien is het wel omdat ze dat niet zelf hebben meegemaakt, dat zoveel jonge mensen dit zien zitten. Misschien is het wel daardoor dat het publiek zo divers was; van oudere koppels over hippe, baardige twintigers tot piepjonge fans.

Maar er is meer. Nick Waterhouse heeft, wat ons betreft, vooral met zijn concerten de fanbase opgebouwd hier ten lande. Op plaat leek het nooit echt te werken. Tot deze vierde, titelloze langspeler er kwam en alle stukjes van de puzzel op de plaats vielen. Of om de metafoor van de inleiding min of meer door te trekken: alle zandkorrels werden uit de radertjes weggeblazen. Dat maakte dat het in de Botanique dubbel feest was: het was een concert en de songs waren echt wel goed.

Which Was Writ was een ideale introductie. De spanning werd geleidelijk aan opgebouwd naar het hoogtepunt waarin alle instrumenten samenstroomden in een waterval van klanken. Dezelfde soort van onderhuidse spanning zou even verder nog opduiken in Undedicated. De bassax van Paula Henderson had hier zowat dezelfde functie als de basgitaar: het zorgen voor een basis voor respectievelijk de tenorsax en de gitaar.

Dat het gezelschap nog niet zo lang aan het touren was, zag je aan het overleg dat tussendoor werd gevoerd. Alsof de set nog niet helemaal vastlag. Vandaar dat I Had Some Money niet op de setlist stond. Ons was het allemaal niet echt een zorg. Al van bij de opener werden heupen gewiegd, bobbelden hoofden van links naar rechts en trippelden voeten op en neer.

Covers speelt Waterhouse niet vaak, maar – naar eigen zeggen op vraag van de ritmesectie – voor It's Your Voodoo Working van Charles Sheffield maakte de band graag een uitzondering. Trouwens saxofonist Mando Dorame haalde in de instrumentale, tweede bis ook nog een jazzstandard boven, als om te zeggen dat ze zich niet schamen voor de roots.

Het publiek liet zich intussen gewillig meevoeren van funky jazz naar gloedvolle soul, genoot kirrend van het duidelijk populaire Dead Room, schreeuwde (volkomen terecht) de bewondering uit voor Don't You Forget It en zong uit volle borst (hoewel hier en daar niet altijd correct) mee met Say I Wanna Know. Het zijn gewoon allemaal dat soort van nummers, die daartoe uitnodigen.

Het was heerlijk spelen in de zandbak van Nick Waterhouse, die gewillig toeliet dat je door de zandkastelen struinde. Heel even was het al volop zomer in Brussel.

24 maart 2019
Patrick Van Gestel