Neko Case - Zoete zonde

Botanique, 4 november 2018

Neko Case kan het ook zonder The New Pornographers. Maar als u dit leest, wist u dat waarschijnlijk al. Wij schreeuwen dat al even uit, maar toch geraakt zelfs een zaal als de Rotonde van de Botanique niet eens uitverkocht. Zij die erbij waren, kregen nog maar eens bevestigd dat dat onterecht is.

“Bonjour”, en “Tu as fait un petit kaka”, was het enige Frans dat support act Kathryn Joseph machtig was. Geen ramp, want het waren haar liedjes waarvoor de toeschouwers al vroeg en toch al in behoorlijk groten getale waren opgedaagd; liedjes die ze solo bracht aan de elektrische piano en met een stem die ergens tussen Stevie Nicks, Macy Gray en het vibrato van Devendra Banhart in zat. Muzikaal sloot ze waarschijnlijk het meest bij het werk van Martha Wainwright aan, hoewel Joseph nog meer drama en emotie in haar nummers stopte. En daarbij keek ze steevast de voorste rijen uitdagend in de ogen. Interessant, zij het een tikkeltje eentonig.

Het contrast met Neko Case kon bijna niet groter zijn. Dat had dan uiteraard te maken met de zeskoppige en uitstekende band die de Canadese roodharige achter zich wist. Het resulteerde in een uitmuntend geluid, waardoor de songs bijzonder gladjes binnengingen zonder te zoet te zijn; het gevolg van een uitstekende mix van recent, meer poppy werk, de (alt-)country van vroegere songs en zelfs de pure rock-‘n-roll van een nummer als Man of bisnummer Loretta.

Waar meer en meer bands en artiesten zich gaan toespitsen op een bepaald genre, lijkt Neko Case met de laatste plaat weer meer verscheidenheid op te zoeken. Dat heeft te maken met de inbreng van co-producer Björn Yttling – u ongetwijfeld beter bekend als de Bjorn in Peter, Bjorn & John van Young Folks – die het spectrum voor Case ongetwijfeld heeft opengetrokken.

Wat wel gebleven is, is de emotie en het inlevingsvermogen, dat ook al in haar oudere werk bovenkwam en dat hier opnieuw doet. Een song als Hell-On, titelnummer van haar laatste album en hier eerste bisnummer, staat bol van de verwijzingen naar religie, vrouw-zijn en de rotzooi, die de mens van de wereld heeft gemaakt; en dat is dan nog maar één song.

Maar de glimlach – al leek die soms toch ironisch te zijn – leek, ondanks de soms sombere teksten, in de Botanique niet van haar door een aureool van rode kroesharen omfloerste gezicht weg te krijgen. Case voelde zich als een vis in het water met sterk werk als John Rauhause op gitaar en lapsteel als ruggensteun en met de vocale bijdragen van Rachel Rotard (occasioneel ook nog op elektrische gitaar) en Shelley Short (ook nog percussie en akoestische gitaar), met wie de frontvrouw de concurrentie met de sirenen van Odysseus (en van ‘O Brother Where Art Thou’) moeiteloos kon aangaan.

Dat was al zo vanaf opener Pitch Or Honey, die meteen de adem afsneed. Het was een gevoel dat ruim anderhalf uur en tweeëntwintig songs lang zou aanhouden. In die set zaten parels als Winnie, dat steeds weer van toon veranderde en de luisteraar aldus voortdurend op de verkeerde voet zette. Dat ze dat ook al op vroegere platen deed, bleek uit Hex (uit ‘The Tigers Have Spoken’), dat wel een country-insteek kende en al even intens was. Trouwens, ook voor een streepje jazz draaide onze favoriete rossekop de hand niet om. Voor I’ll Be Around werden de backingzangeressen even de laan uitgestuurd (geen nood, ze werden ook meteen terug aangeworven – wie erbij was, weet wat we bedoelen) als was het om aan te tonen dat ook zonder vocale hulp die stem magistraal blijft.

Neko Case heeft ons lang laten wachten op een doortocht, maar als ze dat steeds op deze manier goed maakt, willen wij best ook voor volgende keer het nodige geduld opbrengen.

5 november 2018
Patrick Van Gestel