Neil Young & Promise Of The Real De kracht van muziek

Sportpaleis, Antwerpen
Neil Young & Promise Of The Real

Hoewel de zaal goed gevuld leek, was de bovenste ring van het Sportpaleis volledig leeg. De prijzige tickets zaten daar ongetwijfeld voor iets tussen. Want aan de kwaliteit van de show kan het niet gelegen hebben.



Laat ons meteen even duidelijk stellen dat het stemtechnisch bij de frontman niet altijd even goed zat. De Canadees is dan ook eenenzeventig jaar oud. Voor het grootste deel van de songs vormde dat trouwens zo goed als geen probleem. Ja, zijn stem sloeg al eens over in opener After The Gold Rush en tussendoor zat er nog wel een hik of een bult in zijn vocalen, maar verder was Neil Young zijn hooggestemde zelf, inclusief de typische, golvende uitlopers van elke zin.

Net als elke show van de dinosaurus was er weer een gimmick voorzien om het concert mee te openen, al was daar vanop afstand niet altijd veel van te maken. Maar er werd gezaaid voor het concert, de plantjes werden verzorgd en de sneer naar Monsanto beperkte zich niet tot de gelijknamige song (Monsanto Years), maar werd ook onderstreept door de mannen in biochemische pakken, die de “lucht kwamen zuiveren” na het sologedeelte, waarmee de show werd ingezet. Uiteindelijk zou de oogst trouwens ook nog worden uitgedeeld aan de eerste rijen (net voor een schitterend Alabama).

Met die eenzame intrede werden al meteen de nodige harten veroverd. Harten die, naarmate de show vorderde, nog meer zouden opengaan; hetgeen uiteindelijk zou resulteren in een staande ovatie (niet te onderschatten gezien de gemiddelde leeftijd van het publiek). Als je kan openen met een kwintet songs waaronder naast de al hoger genoemde opener ook nog Heart Of Gold, The Needle And The Damage Done, Comes A Time en Helpless, heb je de wedstrijd al na het eerste kwartier gewonnen.

Wat er daarna volgde, zal heel wat fans plezier hebben gedaan, maar maakte het soms moeilijk voor de minder diehard aanhanger. Want Young viste niet alleen de gedoodverfde favorieten (Harvest Moon, Powderfinger en een spetterend Down By The River) uit zijn indrukwekkende collectie liedjes, maar schrok er evenmin voor terug om heel wat dieper liggende nummers als Bad Fog Of Loneliness op te diepen.

Dat leverde dan vaak onverwacht mooie momenten op als in Winterlong, maar maakte het de firsttimer niet gemakkelijk. Bovendien eiste de warmte in de zaal en de duur van het concert (drie uur!) zijn tol zodat het soms moeilijk was om een geeuw te onderdrukken. Maar laat ons duidelijk zijn: dit deed geen afbreuk aan het geheel.

De inbreng van de jonge snaken van Promise Of The Real – zo’n enthousiaste, jeugdige bende houdt een mens gewoon levendig – mocht er trouwens ook zijn. De zonen van Willie Nelson, Lukas en Micah, wisten wel raad met hun bejaarde frontman, waren bescheiden waar dat moest, maar schrokken er evenmin voor terug om in nog zo’n onverwachte song als Vampire Blues een robbertje met de zwarte Gibson, die over het buikje van Young hing, uit te vechten.

Zoals al de hele tournee werd ook deze show afgerond met een luid meegebruld Rockin’ In The Free World, dat tot drie keer toe werd stopgezet en heropgestart. En met een schouderklop voor Broken Arrow (de bij elk concert onmisbare, houten indiaan) verdween de band van het podium.

De grootste verrassing moest dan nog komen, want in tegenstelling tot de vorige, Europese optredens waarbij Like An Inca steevast als bisnummer werd opgevoerd, koos de groep hier voor een pakkende en duidelijk onvoorbereide versie van Tonight’s The Night, waarbij Young nog amper in te tomen was en bijna over zijn piano leek te gaan heenspringen.

Het huppelend rondedansje, dat het gezelschap daarna opvoerde, toonde aan dat dit geen doorsnee optreden was geweest. De vibe was van het publiek overgeslagen op de band. Dat dat zelfs op die gezegende leeftijd nog kan, zegt toch iets over de kracht van muziek.


June 25, 2016
Patrick Van Gestel