Naughty Kids Fest: No Age, Trash Knife, ... - Nog leven in

Het Bos, Antwerpen, 20 september 2018

Voor The Kids was het veertig jaar geleden waarschijnlijk niet veel meer dan lol trappen en hier en daar enkele gratis pintjes versieren. Maar kijk, in 2018 wordt er zowaar een tentoonstelling en een minifestival naar dat punkgroepje en de bijhorende debuutplaat genoemd. Het kan verkeren.

 

Vier groepen werden uitgenodigd in Het Bos; vier groepen die de punkspirit - "doe maar, we zien wel waar we uitkomen" - gemeen hebben. Maar tegelijk zijn ze ook gek van muziek. Zoals Ludo Mariman indertijd werd weggeblazen door die Engelse bandjes.

Honey Bucket kreeg de dubieuze eer om de avond in te zetten. De bandnaam zouden ze wel eens van het gelijknamige album van Melvins gehaald kunnen hebben, maar muzikaal schurkten ze dichter tegen vroege Talking Heads (de repetitie, de afstandelijkheid, het gebrek aan zangtalent) of The Ex (de punkspirit) aan. De songs waren kort en gebald, op een enkele uitzondering na, waarvan snel en nerveus teruggevallen werd op loom en relaxt. En de cover van Lay My Love van John Cale was ook meteen een indicatie waar je dit modieus kleurloze, maar muzikaal best interessante drietal moet situeren.

Helemaal anders ging het eraan toe bij The Woolen Men, die melodieuzer uit de hoek kwamen en ook meer de nadruk legden op de nummers zelf, terwijl bij de voorgangers de sfeer vooral belangrijk was. Wij dachten aan het debuut van Joe Jackson of het miskende talent dat schuil ging achter The Long Winters. Soms was het wild en ongecontroleerd, maar evengoed kon het een simpele drie-akkoordensong zijn. Vooral van het agressieve (en nieuwe) Your Kind en de afsluiter Amateur, waarvoor een tweede gitarist nog een handje kwam toesteken, waren wij weg, maar eigenlijk was de hele set de moeite, hetgeen zich ook weerspiegelde in de dansende lijven voor het podium.

Punk van de "kust-allemaal-mijn-kloten"-soort is wat we opgediend kregen door Trash Knife; rammelend en botsend aan alle kanten met een zangeres die de teksten de zaal in spuugde, voor zover ze zelf niet tussen het publiek stond te springen. De eerste moshpit was een logisch gevolg. Teksten over volwassen zijn (of net niet), de thuishaven (FDR) of - uiteraard - president Trump waren logisch. Op het podium liet een viertal wildebrassen het allemaal klinken en botsen, alsof ze eerder tegen dan met elkaar speelden. Zoek het in de buurt van onze eigen Cocaine Piss, maar dan met een stevige afbuiging richting The Fall. Good clean fun; niet meer, maar vooral niet minder.

Maar het echte punkfeest barstte pas los met de hoofdact van de avond. Ongetwijfeld zullen er vanochtend enkelen wakker geworden zijn met de nodige blauwe plekken en een kater, maar daar staat tegenover dat het al lang geleden is dat wij zo'n enthousiast punkfeestje meegemaakt hebben.

Oké, heel veel variatie zit er niet in de songs van No Age. Dat kan ook niet als je het met enkel een drummer en een gitarist moet doen. En beiden weten dat de eigen mogelijkheden beperkt zijn. De punkgeest waart immers door dit duo: aanmodderen en kijken wat eruit komt. Af en toe zijn dat dan middelmatige songs, maar als het goed zit, zit het ook meteen heel goed.

Na de intro waarin gitarist Randy Randall zijn snaren uittestte, waarna zanger-drummer Dean Spunt inviel, werd met Cruise Control meteen de spankracht van de matig gevulde zaal uitgetest. Aanvankelijk was het nog voorzichtig dansen dat er gedaan werd, maar naarmate de avond vorderde was het vaak uitkijken voor rondvliegende vuisten of rondhossende en zwevende lichamen met bijhorende boots, die je om de oren vlogen.

Dean Spunt had in een voorafgaand filmpje al beloofd dat er wel eens een verrassing in de set zou kunnen zitten. En het tweetal hield woord, want het was net met de geheel onverwachte cover van Fascist Cops (van The Kids of wat dacht u dan?) dat het feest helemaal losbarstte. Vanaf toen was er geen houden meer aan.

Snares Like A Haircut liet de gitaar gieren. Drippy was razendflitsend en onontkoombaar. Soft Collar Fad kende dan wel een dromerige, bijna bluesy solo, maar was daarom nog niet minder urgent. En zo ging het maar door, met ook nog Teen Creeps dat in ons notaboekje terechtkwam.

Uiteindelijk kreeg het publiek er geen genoeg van en werd er -door met bierflesjes op het podium te kloppen- een bisnummer geëist. Het zou oudje Everybody's Down worden, waarvoor Spunt de drums liet voor wat ze waren en Randall de avond in feedback liet tenondergaan.

Het was een prachtige avond, waarop de punk in Antwerpen nog een keer opleefde. Laat men het genre maar dood verklaren. In Het Bos bleek er in elk geval nog meer dan voldoende leven in te zitten. Zolang er van die groepjes blijven opduiken, die het leren door het te doen, zit het allemaal wel goed.

22 september 2018
Patrick Van Gestel