Motörhead

Lemmy als hogepriester

David Ardenois
Vorst Nationaal, Brussel30 oktober 2011

Lemmy en zijn kornuiten waren dit weekend nog eens in het land. Officieel promöotten ze hun nieuwe album – zelfs hun roadies weten niet om hoeveel albums het inmiddels gaat – ‘The Wörld Is Yours’, maar dat is niet meer dan een schaamlapje om hun schier eindeloze reeks klassiekers los te laten op de fans, die hen op handen dragen. Waarvan akte in de arena van Vorst Nationaal.


Met loeiende sirenes maakte het powertrio van Motörhead hun entree op de bühne, om het met umlaut te zeggen. Niet door een achterpoortje maar meteen met de deur in huis vallen, moeten ze gedacht hebben. Bomber, reeds eeuwen een bisnummer, zette meteen het vuur aan de lont.

Motörhead
De nieuwe song I Know How To Die was uptempo, vrij snedig maar miste wat variatie. Hoe langer een band meegaat, hoe meer hij immers afgewogen wordt aan hun backcatalogue en die oogt in dit geval bijzonder indrukwekkend. Het stoorde dan ook niet dat Metropolis volgde na Stay Clean, waarin het genieten bleef van Lemmy’s basloopje.
En ja, ondertussen had gitarist Phil Campbell het publiek al eens gevraagd of ze het luider wilden. Over The Top, live steevast een versnelling hoger dan de albumversie, droeg Lemmy op aan iedereen die, net als hijzelf, niet vies was van een decibel meer of minder. Het solomoment van Campbell in de spotlights werd onderbroken door het ruwe geweld van The Chase Is Better Than The Catch, een stamper zoals ze niet meer gemaakt worden.
Halverwege de set speelde de groep voor de tweede en direct ook laatste maal een nieuw nummer, Get Back In Line, door Lemmy zelfs foutief aangekondigd. Opboksen tegen jezelf is bijzonder moeilijk: deze song, zonder echte climax of beklijvende melodieën, was op zijn best middelmatig te noemen. Dat je ook inventief met je verleden kan omspringen, bewees Rock Out van hun voorlaatste album uit 2008 met een bassriff die zwaar lonkte naar hun übernummer Ace Of Spades, waarmee de band later hun bisronde zou openen.
Alvorens we daar belandden, passeerde nog Mikkey Dee’s drumsolo. Vroeger zat die geparkeerd in Sacrifice uit 1995 en later kwam die terecht in In The Name Of Tragedy uit 2006. Nu greep de band zelfs terug naar The One To Sing The Blues om Mikkey zijn ereronde te gunnen. Wie de band maar vaak genoeg zag, kon trouwens ondertussen al mee airdrummen met Mikkey zonder uit de maat te vallen. Maar desondanks bleef het genieten van dit knap staaltje vellen ranselen.

Na nog een handvol klassiekers waaronder het slepende Orgasmatron en het – nomen est omen – vernietigende Iron Fist, besloot de band de avond in stijl met Overkill, en wel op een manier dat we het helemaal niet erg vinden om het driemaal te horen. Ons verrassen doet Motörhead niet meer, ons omverblazen konden ze nog altijd.

← Terug naar overzicht