Morkobot De Picasso's van de muziek

Morkobot

Een goed gevulde avond in Magasin4 waar vier bands hun opwachting maakten. Wij pikten er de twee in het midden uit vooraleer de zoveelste, zware week zijn tol vroeg en ons huiswaarts stuurde. Hoe dan ook was het vooral voor MoRkObOt dat wij naar Brussel getogen waren. In drie kwartier draaiden zij de klassieke muziekpatronen door de vleesmolen.

Ze mogen dan al Von Stroheim gekozen hebben als naam, het trio, dat zich daarachter verschuilt, komt gewoon uit Brussel. En ze maken wat ze zelf cinematic doom noemen, waarmee ze in de eerste plaats verwijzen naar de bandnaam, die ontleend werd aan een obscure filmmaker uit de jaren twintig, en - uiteraard - naar het zijwegje van de metal, waarop bijzonder traag en met zwaar beladen wagens wordt gereden.

Zangeres Dominique Van Cappellen zong of vertelde over de gitaar heen van Raphael Castelli, die zijn instrument soms niet helemaal meester leek te zijn, en de bijpassende drums van haar broer Christophe. Of dat gesputter af en toe hoorde natuurlijk bij de act, dat kan ook. Soms rook het naar het aardse van Earth, maar evengoed durfden ze thrash of meer luchtige klanken boven te halen. Het was aardig op de beste momenten, maar die waren jammer genoeg niet te talrijk. Afwisseling genoeg, maar echt spannende nummers ontbraken nog een beetje.

Chaos in vier bedrijven, die op de setlist netjes van één tot vier waren genummerd; dat was wat de Magasin4 kreeg voorgeschoteld van een trio Italianen onder de naam MoRkObOt. Een zanger hadden zij niet nodig. Het was zo al moeilijk genoeg om volgen.

Maar dat betekent nog niet dat het saai was. Van de toeschouwers werd gewoon gevraagd dat ze alle verwachtingen omtrent muziek overboord gooiden en met een open geest tegemoet traden aan de in muziek omgezette, instrumentale Picasso’s. An acquired taste, noemt men dat dan in mooi Nederlands.

Ooit gebruikten ze nog een gitaar, maar dezer dagen zijn het enkel twee bassen en een maffe, onnavolgbare drummer (die schuilgaat onder de naam Lon, naast Lin en Lan als andere muzikanten), die je steeds weer bijna letterlijk op de verkeerde voet zetten, als je te laat doorhebt dat het vorige ritme intussen al twee keer veranderd is. Je hersenen registreren immers te traag wat er allemaal op het podium gebeurt.

Soms neemt de ene basgitaar de solo voor zijn rekening terwijl de andere de basis legt, zoals dat in opener Andicappata het geval was. Een andere keer (Sordo) zorgde het ene instrument voor een wilde riff, terwijl de andere zich beperkte tot het leggen van accenten. En daartussenin zat die drummer je te bestoken met de meest onmogelijke patronen. Overwerken voor het brein. Omdat de songs per twee of drie werden gegroepeerd, kreeg je ook weinig tijd om te recupereren, maar moest je voortdurend bij de pinken zijn.

Begrijp ons niet verkeerd: het deed er niet toe dat je plotseling tot de constatatie kwam dat je oren tegenspraken wat de rest van je lijf nog leek te moeten volgen. Omdat er zoveel gebeurde, kreeg je niet eens de kans om daarbij stil te staan. Vermoeiend? Misschien, maar tegelijk ook zo spannend als de beste film van Tarantino.


February 11, 2017
Patrick Van Gestel