Miles Kane - Een rockster in een huiskamer

Botanique, 1 oktober 2018

Is het vandaag de dag nog wel gepast om over stadionrock te spreken, als je hiervoor geen overvolle metro’s en ellenlange wachtrijen moet trotseren en het je zowaar wordt aangeboden in een schattig concertgebouwtje als de Botanique?

 

In tijden waarin hiphop het nieuwe mainstream is geworden, houdt Miles Kane moedig zijn Britpopsmoel boven water. Hij mag dan vooral bekend zijn als het maatje van Alex Turner; terwijl die zich van achter de piano een eigen plekje in de sterrenhemel zingt, laat Miles Kane tenminste nog eens een gitaar gieren.

De Brit heeft een opvallende interesse in de Franse taal ontwikkeld. We zagen Alex Turner een jaar of twee geleden al eens iets opmerkelijks doen in een Last Shadow Puppets-cover van Jacques Dutroncs Les Cactus. Miles Kane speelt dat spelletje verder op zijn laatste plaat ‘Coup De Grace’; een dikke buis voor "prononciation", maar een tien voor catchiness. Ook bij de keuze van het voorprogramma liet Kane zich inspireren door de Franse taal.

Juniore is een soort moderne Plastic Bertrand uit Parijs, bestaande uit twee vrouwen en een gemaskerde. Een leuke sfeerzetter, maar daarmee is ook alles gezegd, aangezien het voor een vergelijking met Plastic Bertrand toch allemaal net iets te afgeborsteld klonk.

Iets waarvan we Miles Kane minder gemakkelijk kunnen beschuldigen. Er staan enkele leuke songs op Kane’s nieuwste plaat. Openingsnummer Too Little Too Late is daar absoluut geen van. Het is wel net dat gitaargeweld dat met één enkele gitaarriff de volledige Orangerie kon slopen.

Wat ons betrof, mocht Kane in de Botanique vooral naar het oudere werk teruggrijpen. Better Than That en Inhaler bijvoorbeeld, stonden er nog steeds als onverwoestbare energiebrokken. Dat soort snelle gitaarhits met het hoger meeschreeuwgehalte, waarin Miles Kane zich nog altijd heer en meester mag noemen.    

De centrale moshpit-inhoud had de lyrics van de nieuwe plaat goed ingestudeerd wat leidde tot een set zonder dode momenten. Hoewel het eerder Miles’ zweetdruppels waren die over de snaren van zijn gitaar gleden, werd een nieuw nummer als Cry On My Guitar op gejuich onthaald. Zelfs Killing The Joke, een belabberde poging tot het schrijven van een Oasis-nummer, schoot raak vanavond. Want, mocht u er aan twijfelen, Miles Kane is een rockster, dames en heren. Niet de allergrootste, maar zeker een volwaardige.

Zelden zagen we immers zo’n spectaculaire vijf op een rij als de laatste vijf nummers van Miles Kane in de Botanique. Het begon met een swingend duo van Rearrange en Don’t Forget Who You Are. En zoals dat gaat als je Miles Kane heet en een nummer als Don’t Forget Who You Are hebt geschreven, hoef je na dit nummer slechts vijf seconden te wachten of het publiek begint zelfstandig “La la la la / don’t forget who you are”, te zingen. Je kan vervolgens beginnen dirigeren om daarna nog eens snoeihard met band in te vallen; een simpel trucje uit de Miles Kane-trukendoos. 

Nog zo’n meesterzet was de geniale cover van Hot Stuff die volgde. Laten we de gitaar vooral nog niet afschrijven. En al even sexy klonk het titelnummer van Miles Kane’s laatste plaat. Of wat zeiden we ook weer over de "prononciation" en die catchiness?

Nog één monsterhit ontbrak. En nu wil het toeval dat Come Closer net zo’n aanstekelijk “aa-a-a-a-a-aah oo-o-o-o-o-ooh”-meezingrefrein heeft en dat dit Miles Kane toeliet zijn trucje nog eens vlotjes over te doen. Dat is entertainment!

4 oktober 2018
Jorik Antonissen