Mew
More is more
Kristiaan Art
Botanique, Brussel — 5 november 2009
Mew is zo’n band die eigenlijk al veel bekender zou kunnen zijn. In hun thuisland Denemarken is het een stadion act, maar in het buitenland blijven ze steken in het clubcircuit. De monsterachtige rode tourbus op de stoep van de Botanique liet vermoeden dat Mew even een tussenstop deed op weg van de Zenith in Parijs naar Wembley Arena. Ook deze keer zat de Orangerie echter niet volledig vol. Ook de hele productie leek uit zijn voegen gebarsten, maar toch is Mew niet megalomaan. Ze verdienen meer aandacht.
Maar eerst snel nog iets over het voorprogramma. In de Botanique loop je als bezoeker steeds het risico om, vaak onaangekondigd, met een flauwe lokale band opgezadeld te worden. Electric Electric was het bewijs dat het toch de moeite blijft lonen om mooi op tijd te komen. De grotendeels instrumentale muziek van dit trio uit Straatsburg klonk niet alleen als een geslaagde Battles rip-off, ook hun podium prestatie kon tippen aan die van hun grote voorbeelden. Een enorme aanrader!

Ook Mew weet dat het voorprogramma van een bekendere band spelen deuren kan openen. Ze investeerden eerder dit jaar in een tour als support van de afscheidstournee van Nine Inch Nails, en hielden daar wonderbaarlijk stand. Dan is een optreden in Brussel voor een paar honderd echte fans een gemakkelijke klus natuurlijk. En aan de omkadering zou het alvast niet liggen. We zagen wel vijf verschillende roadies op en rond het podium. Bovendien had de band een volledige eigen lichtinstallatie mee, en een monsterachtige projectie-installatie.
Het gezelschap kwam druppelsgewijs het podium op met een perfect ingestudeerde routine waarbij de spanning prachtig opgebouwd werd, maar die werd in ware Spinal Tap stijl door het lot naar de haaien geholpen. Terwijl een roadie in alle haast op zoek ging naar nieuwe oordopjes voor de zanger, hield gitarist Bo Madsen het publiek aan de praat. Eens ze met Introducing Palace Player uit de startblokken geschoten waren, was er geen stoppen meer aan.
De muziek van Mew laat zich nog het best beschrijven als een soort Sigur Ròs voor gevorderden. De hoge, ijle vocalen van Jonas Bjerre gaan de strijd aan met ontelbare ritmewissels en de meest ingewikkelde songstructuren. De songs worden vergezeld door synchrone projecties met animaties van de hand van de zanger op maar liefst drie projectieschermen. Ook over de belichting was duidelijk heel goed nagedacht.
“Less is more” zei ooit een oude Chinese man, dit concert was echter de uitzondering die de regel bevestigde. Er werd op een heel hoog niveau gemusiceerd, maar het visuele aspect moest compenseren wat de groep ontbrak aan charisma op het podium. In de stille stukken bleek dat de schriele zanger ook wel eens een noot durfde te missen, en hij sprak het publiek maar mondjesmaat aan tussen de nummers door.
De Denen speelden voor een echt kenners publiek, en de fans smulden van het nieuwe werk maar ook van oudjes als Am I Wry? No, 156, The Zookeepers Boy en Apocalypso. Ze werden volkomen terecht tot twee maal toe terug het podium op geroepen en eindigden met een epische versie van Comforting Sounds.
De dag erna zagen wij het grote volk uit de hand eten van het net zo bombastische Muse in het Sportpaleis. Eigenlijk had daar evengoed Mew kunnen staan dachten wij. Soms hangt het van maar een paar lettertjes verschil af.
