Manic Street Preachers Golven

Ancienne Belgique, Brussel
Manic Street Preachers

En toen waren ze nog met drie. Voor Manic Street Preachers was 'Everything Must Go' een nieuw begin tegen wil en dank. Voor talloze mensen was het een eerste kennismaking. Eén die weliswaar is blijven hangen; twintig jaar lang.



Het zou ons verwonderen als u het verhaal nog niet ergens had opgepikt. En zelfs nu nog hing de geest van Richey James Edwards, de mysterieus verdwenen gitarist van Manic Street Preachers, ergens in de zaal. Ongetwijfeld heeft die geest goedkeurend meegeknikkebold, ook al omdat er toch nog heel wat van hem in die eerste plaat van de Manics als trio zat. En wars van het feit dat de band het met deze plaat over een andere boeg gooide.

En toen we er even over nadachten: wij waren erbij toen de groep deze plaat twintig jaar geleden kwam voorstellen in de Brusselse Botanique. Vreemd genoeg werden wij daar verwelkomd door een meisje dat heel verwonderd keek toen wij haar vertelden dat het de eerste keer was dat we de band aan het werk zagen. Achteraf bekeken vragen we ons af of ook haar armen, net als die van Edwards, niet waren getekend door frustratie en mentale pijn. Misschien was zij er nu ook wel bij, als prille veertiger, afgelijnd door de littekens die het leven nu eenmaal nalaat. Hopelijk heeft ze er dan van genoten.

Al was dat het publiek niet altijd af te zien. Slechts een paar keer gingen er rimpels door de verder windstille zaal. De ontvangst van James Dean Bradfield, die Elvis Impersonator: Blackpool Pier in zijn eentje kwam inzetten, was bijvoorbeeld eerder lauw, zelfs nadat de band inviel. Die band was trouwens versterkt met een extra gitarist en – bijna onvermijdelijk – een toetsenist om de talloze synth- en strijkerspartijen op te vangen. Maar het was wel de scheurende gitaar van Bradfield, die ook nu nog het voortouw nam.

Pas bij A Design For Life kwam er beweging in het publiek, maar daarna keerde de laksheid bijna meteen weer terug om nog slechts zelden en vooral in het tweede, niet plaatgerelateerde deel van de show verstoord te worden. Nochtans probeerde zanger-gitarist James Dean Bradfield meer dan genoeg. Hij tolde al solerend rond tijdens Australia, hopte samen met bassist Nicky Wire over het podium tijdens Kevin Carter en bewees opnieuw een uitstekend zanger te zijn, die kon doorbijten tot op het bot, maar evengoed liefdevolle, vocale kusjes uitdeelde.

Er werd bovendien genoeg gecommuniceerd. Bradfield verklapte de popquizfanaten bijvoorbeeld dat “foxy chick” Julie Aliss de harppartijen op Small Black Flowers That Grow In The Sky voor haar rekening had genomen. En toen er in het tweede deel volop verzoekjes geschreeuwd werden, legde Bradfield uit dat dit het laatste optreden van de tournee was, dat hij graag bereid was alles te spelen, maar dat de toeschouwers wel moesten overeenkomen. Uiteindelijk gooide hij er dan een onwennig stukje uit Little Baby Nothing en The Masses Against The Classes tussen voor hij in zijn eentje Suicide Is Painless (Theme From M.A.S.H.) inleidde.

Toen bleek ook dat de Manics in die twintig jaar echt wel een uitgebreide catalogus hebben aangelegd, gaande van eerder flauwe songs - om te spelen op een concert tenminste - als Ocean Spray. Maar daartegenover stonden ook songs als Roses In The Hospital, waarin de backing vocals tegen de stem van Bradfield werden uitgespeeld.

Zo werd het een concert in golven; met momenten van opwinding, maar evengoed tijden van gelatenheid. Het was prachtig om die hele plaat uitgevoerd te horen worden, maar het publiek is duidelijk ouder geworden en heeft niet meer de energie, de durf en/of de wil om nog echt uit de bol te gaan zoals dat twintig jaar geleden het geval was. En dat was toch een beetje jammer.


May 2, 2016
Patrick Van Gestel