Låpsley Verbrast talent

Ancienne Belgique, Brussel
Låpsley

Met tonnen melancholie kijken we nog steeds terug naar de fabelachtige set van Holly Låpsley Fletcher vorig jaar op Les Nuits Botanique. Nooit ervaarden we bij een concert nog dezelfde droombeleving als toen. Hopend op nog zo’n avond van bovenmenselijke perfectie trokken we deze keer naar de AB. Al zijn de verwachtingen intussen wel wat getemperd door de sterk tegenvallende, nieuwe releases van de blonde godin.



De Deense jongelingen van Liss mochten het voorprogramma verzorgen. De Denen brachten swingende, in een soul-pap gedrenkte popsongs die gemakkelijk te associëren was met de bands, die jaarlijks terug te vinden zijn in de BBC longlist. In dit geval kunnen ze dat gerust als een compliment opnemen want live stonden ze er zeker. Verder speelden de jongens van Liss naar Deense gewoonte een wedstrijdje om ter alternatiefste podiumverschijning. En de zingende bassist heeft met zijn kalkoenbewegingen met voorsprong gewonnen.

Na dit Deense geweld was het tijd voor Låpsley, nog steeds dezelfde prachtige podiumverschijning als een jaar geleden. We telden wel een extra, derde muzikant, die het geheel kracht moest bijzetten. Deze extra man achter de knoppen kwam meteen van pas bij het knetterende en op bastonen daverende Burn. Een verassende, maar overtuigende opener, dat b-kantje van Hurt Me.

Voor de eerste helft van de set zette Låpsley vooral in op haar vroegere pareltjes, gebundeld op die sublieme ‘Understudy EP’, nog steeds datzelfde klompje perfectie van een achttienjarig, muzikaal wonderkind en ook nog steeds enkel in superlatieven te beschrijven. “I've always been the understudy / I know you will never love me”, zingt ze in Dancing, al was dit in geen geval van toepassing op het Brusselse publiek, dat met genoegen de AB Box vulde.

Ook Låpsleys recentste single Cliff moest met die ijzige elektronica niet onderdoen. Toch viel het, naarmate de set vorderde, steeds meer op dat de intieme sfeer en de perfectie, die we in de Botanique ervaarden, intussen grotendeels waren verdwenen; zeker toen het wondermooie Painter met een rijkere instrumentatie alle charme verloor. Een nummer later kon ze dan wel weer bekoren met een mooie stripped-down versie van 8896, wederom afkomstig van - u raadt het nooit - diezelfde ‘Understudy EP’.  

Het tweede deel van de set bestond vooral uit nieuwere nummers, afkomstig van het debuutalbum ‘Long Way Home’. Hierbij viel op dat Tell Me The Truth best een sterk nummer is, zij het dan zonder dat verschrikkelijke refrein met de vervormde stem. Verder was ook de walgelijke single Love Is Blind een bron van ergernis.

Eén vlaag van perfectie gaf toch nog even hetzelfde gevoel dat we een jaar geleden hadden, toen we Låpsley voor het eerst zagen. Haar uitzonderlijke doorbraakhit Station heeft Låpsleys turbulente, laatste jaar gelukkig overleefd en zorgde voor een prachtig hoogtepunt van een wisselvallige set die er toch des te meer van overtuigde dat dit onwaarschijnlijke talent tot veel meer in staat is dan dat krakkemikkelige debuutalbum ‘Long Way Home’.

“Seven months, I feel I gave all myself / And every night, I would say I had my doubt”, zong ze nog in Seven Months. Wij dromen ervan dat Holly Låpsley Fletcher zich ooit Justin Vernon-gewijs zou opsluiten in een blokhut ver weg van de buitenwereld, de tijd nemend om een album te maken waar ze zelf echt tevreden over is.


April 2, 2016
Jorik Antonissen