Lokerse Feesten Dag 4: onverslijtbare hitmachine

Diverse locaties, 4 augustus 2017 - 13 augustus 2017
Lokerse Feesten

De presentator doopte deze maandag tot "de nostalgische avond", en dat was ook aan het publiek te merken dat rond acht uur klaarstond voor Fischer-Z. De mensen worden wat ouder, ze komen nog eens buiten en ze horen al wat minder goed, dus wordt er al eens luid gebabbeld tijdens de optredens. Naarmate de avond vorderde zakte de gemiddelde leeftijd op de Kaai, en de ambiance werd er niet minder op.

Fischer-Z, dat is eigenlijk John Watts en band. Niet dat dat erg is; we zouden niet zomaar uit het hoofd een lid van de originele band kunnen noemen. Het leverde wel een nogal statisch podiumgebeuren op, behalve dan Watts die al eens van links naar rechts liep om het publiek te groeten. Hij opende solo met Barbera Sunlight uit zijn nieuwe plaat 'Building Bridges', gevolgd door de anti-oorlogsballad Further From Love, waarbij het publiek zich aan een eerste schuchtere samenzang waagde.

De setting en tijd deden Watts' songs niet echt recht, want dat hij een sterk en bevlogen songwriter is bleek duidelijk uit teksten als "my life is a playground/I jumped off all the swings" of "I think war should be between those fighting men and their machines, that's all". The Worker - een naar schatting half octaafje lager dan vroeger gezongen - zat al vroeg in de set, en de eerste sethelft pompte verder op een fijne reggaegroove.

So Long kreeg een ietwat trage maar zeer geslaagde uitvoering mee. Stilaan werd opgebouwd naar een rockende climax, alleen waren de pauzes tussen de songs soms net iets te lang. Nieuwe song Wild Wild Wild Wild zouden we echt graag eens meemaken in een club waar de mensen enkel komen voor Fischer-Z. Na een wat rommelig Marliese hield Watts het voor bekeken na een best stevige en overtuigende set.

Voor Arno (in de gedaante van Tjens Matic) hadden we geen al te hoge verwachtingen. Dat hij zich met de nodige "otverdommes" door een setlist vuile rock kan wurmen weten we al langer, maar muzikaal boeide het de laatste tijd heel wat minder. Misschien net daarom dat we positief verrast werden door Cook Me en The Milk Cow. Arno was goed bij stem en haalde toonvast uit met zijn mondmuziekje. Ook No Job No Rock kreeg een fantastische versie, al was de tekst soms nauwelijks te verstaan.

Que Pasa en Viva Boema vinden we dan als song veel te slap: nonsenseteksten op een bedje van loeiende gitaren, het is allemaal wat te gemakkelijk. De Arnofans en toevallige passanten vonden het natuurlijk wel leuk meebrullen van "pataaaaaaten met sossissen!". Voor Putain Putain en Ooh La La La was er uiteraad ook veel animo, maar we hadden toch graag wat obscuurder werk gehoord uit Arno's rijke catalogus.

De fezjes die in de merchandisingstand verkocht werden voor Madness vonden gretig aftrok, net als de wiet die vooral de late twintigers in de goeie stemming scheen te brengen. Met Embarrasment, NW5 en My Girl zaten er in de eerste vijf songs van de set al drie waarvan je denkt: "ach ja, dat zijn óók hits van hen". Nieuwere songs als Mr. Apples of Blackbird vulden de set wel aardig aan maar lieten geen onuitwisbare indruk na.

I Chase The Devil was wel een minder bekend hoogtepunt; die eigen draai die Madness geeft aan de reggaesong van Max Romeo doet de song meer dan recht. Suggs en Lee Thompson zorgden als duidelijke frontmannen voor heel wat publieksinteractie, en gitarist Chris Foreman mocht even na middernacht met het publiek zijn verjaardag vieren.

Een feestje werd het zeker, met One Step Beyond, House of Fun, Our House, het helemaal tot achteraan het plein meegezongen It Must Be Love en Night Boat To Cairo allemaal achter elkaar om de set af te sluiten. Er zijn maar heel weinig groepen die zoveel songs in het collectief geheugen hebben weten te steken en ze na al die jaren nog zo vol energie en overtuiging weten te brengen. Nostalgie? Allicht. Genieten? Zeker!


8 augustus 2017
Stefaan Van Slycken (Foto's: Creeping Mac Kroki)