Lokerse Feesten Dag 1: Masterclass hardrock

Diverse locaties, 4 augustus 2017 - 13 augustus 2017
Lokerse Feesten

De openingsdag van de Lokerse Feesten stond in het teken van vettige hardrock. Het publiek was al vroeg en talrijk op post, net als een flauw zonnetje en later een volle maan. Er werd enthousiast genoten van het gestamp en gebonk van Equal Idiots en Black Box Revelation en halsreikend uitgekeken naar Millionaire, maar uiteindelijk waren het toch Pixies, die iedereen naar huis bliezen met wat we nu al het meest memorabele concert van onze festivalzomer willen noemen.

Equal Idiots mocht al om zeven uur de geluidsinstallatie een shakedown geven. Beter dat dan een roadie die een half uur "tschu, tschu" staat te roepen in de micro's, maar daar was het toch ongeveer mee gezegd. De nummers leken allemaal geweldig hard op elkaar en er zat nauwelijks dynamiek of een herkenbare melodie in. Tekenend was dat de cover van Ca Plane Pour Moi het sterkste nummer van de set was, zij het dan dat het weer iets te lang uitgemolken werd.

Naar de reünie - of voortzetting, zoals frontman Tim Vanhamel aangeeft - van Millionaire werd lang uitgekeken, al is ongeveer de helft van de groep dan vervangen. Tim Vanhamel gaf middels fijne dansmoves aan er zin in te hebben en Visa Running is dan ook gewoon een setopener waardoor je zin krijgt in meer. Met Street Life Cherry en de recente single I'm Not Who You Think You Are werden we op de wenken bediend met hoekig gitaarspel, discobeats en in effect verzopen stemmen.

De band slaagde erin de tegendraadse beats van Love Has Eyes live nog dwarser te leggen en Bloodshot erg smerig te doen klinken. De setlist bestond voor meer dan de helft uit songs van de nieuwe plaat en die moesten zeker niet onderdoen voor de vroegere hits I'm On a High en Champagne.  De danspasjes en rode kousen van Vanhamel hadden we ondertussen wel al gezien en toen de set er na Petty Thug en Little Boy Blue op zat, was het voor ons voldoende.

Hiertegen stak Black Box Revelation eigenlijk maar bleekjes af. Het ligt misschien aan ons, maar die zeurstem van Jan Paternoster en dat gemelk met drie akkoordjes en die vervelende boerenstamptempo's hebben ons nooit geboeid. Onze oren spitsten zich wel toen Tim Vanhamel een lange solo voor zijn rekening nam op Sealed With Thorns. Het toont aan dat Vanhamel toch wel een andere klasse gitarist is dan Paternoster en dat het wel degelijk loont om van dat duoformaat af te stappen.

We waren ondertussen beurs geslagen door het lompe gestamp en akkoordengerammel en maakten ons wat zorgen dat Pixies misschien te lijzig en ongeïnteresseerd zou zijn. Zonder gedoe kwam de band op en Black Francis deed tijdens de eerste noten van Gouge Away een babbeltje met een roadie en Joey Santiago. Daarna was het echter opperste intensiteit, terwijl er in een pittig tempo Dead, Wave of Mutilation, Broken Face  en Crackity Jones doorgejast worden. Blacks stem was rauw en hij schreeuwde de longen uit zijn ondertussen steeds imposanter wordende lijf.

De eerste moshpit was dan ook snel een feit en die geur van rotte eieren door al de platgestampte steentjes gaf direct een indicatie dat ook het publiek genoot. Pixies beslissen elke avond op het podium wat ze gaan spelen en er werd dus ingespeeld op de feestgoesting van de eerste rijen. Verder was er geen interactie met het publiek, geen lamme bindtekstjesen lieten ze gewoon de muziek spreken.

De songs volgden snel en hard; uiteindelijk zouden we meer dan dertig nummers tellen! Even vooruitspoelen dus, naar Um Chagga Lagga, ofwel: roepen en tieren op niveau. Zelfs zonder overdadige instrumentatie bewees dit viertal hoe volle, melodische hardrock moet klinken. Ook het festivalwaardige geluidsniveau zorgde voor een geweldige beleving. En wat een fantastische versie van Monkey Gone To Heaven, waarbij bassiste Paz Lenchantin voor het eerst de backingvocals goed op orde had. Wat een song, alleen was hij veel te kort.

Zonder te teren op het enthousiaste applaus zette de band onmiddellijk Classic Masher, Tenement Song en Ana in, maar die konden niet zo boeien. Na Mr. Grieves menen we toch echt Something Against You gehoord te hebben, maar die anderhalfminutensongs waren echt na tien keer springen en stampen voorbij. Aan Black Francis' stem lijkt echter geen eind te komen; menigeen zou al schor zijn na twee nummers, bij hen stond de teller ondertussen op een stuk of twintig en zat er geen sleet op.

Knap hoe Brick Is Red naadloos overging in die prachtige lead van Bone Machine. Het werd trouwens tijd om even te ademen, zij het niet voor lang. Met Break My Body, een loeiharde versie van No. 13 Baby, All I Think About Now en een vrij eenvoudig Debaser waanden we ons zowaar in een kleine, zweterige rockclub waar niemand kan blijven stilstaan.

Frank Black kreeg een akoestische gitaar aangereikt en het kan dienen tot lering dat Pixies het quasi een heel optreden uithielden zonder druk doende roadies die om de vier nummers gitaren moeten verwisselen; stemmen doet Black ook gewoon zelf. Een akoestische gitaar betekende - na het korte All The Saints - natuurlijk Where Is My Mind. Zelfs hier werd het publiek niet echt een meezingmomentje gegund; gewoon afwerken en doorspelen met Vamos.

Het podium vulde zich vervolgens met voldoende witte rook om kettingbotsingen te veroorzaken in het luchtruim. Geheel aan het oog onttrokken mocht Paz Lenchantin de set afsluiten met Into The White. De groep ging af zonder groet en de pleinlichten gingen na een paar seconden aan. Nog een beetje duizelig van deze orkaan, waren we helemaal vergeten dat hier vanavond nog drie andere groepen gespeeld hadden. "Alleman naar huis spelen", heet dat dan in het Lokers. Dit was meesterlijk.


5 augustus 2017
Stefaan Van Slycken