Lokerse Feesten
Radicaal entertainment
Kevin Vergauwen
Grote Kaai, Lokeren — 20 december 2010
Met een handvol instituten uit de punkgeschiedenis op het podium loste de tweede dag van de Lokerse Feesten zonder veel problemen de verwachtingen in. Een goed gevulde Grote Kaai dook een dertigtal jaar terug in de tijd, toen hanenkammen, veiligheidsspelden en anarchietekens een deel van het meubilair waren. Het leven zoals het is: “protest en schenen geschop mét een bierbuikje en grijze haren”.
Het moet zowaar een eer geweest zijn voor Ludo Mariman en zijn trouwe gevolg om een avond met dergelijke line-up op gang te trappen. Ook al zijn The Kids ongeveer drie decades lang on the road, hun strakke power chords en snoeiharde, niets ontziende gitaarsalvo’s werken nog steeds als een rode lap op een stier. Statements als Fascist Cops, No Monarchie en Do You Love The Nazis? mogen dan wel gedateerd zijn, de heren spelen elke song nog steeds alsof hun leven er van af hangt.

Stomend van het zweet en met een duivelse glimlach rijgt Mariman de ene adrenalinebom aan de andere. Van opener The City Is Dead tot sluitstuk If The Kids Are United (Sham 69), een goed volgelopen Grote Kaai weet deze punksneltrein wel te smaken. De eerste moshpits ontstaan en her en der laat een enthousiasteling zich crowdsurfend meedeinen op de massa. Rock Over Belgium, oersingle There Will Be No Next Time en Freedom Liberty Democracy vormen de orgelpunten van een welgemikte “in your face”-set. We hadden niets anders verwacht!
Ook goed bij de les zijn de heren Buzzcocks. Pete Shelley en Steve Diggle mogen er dan wel uitzien alsof ze net uit bruine kroeg ‘de vuilen hoek’ komen, nog steeds weten ze hoe potige en hoekige punkrock moet klinken. Ontelbaar zijn de “fucks” die Diggle tussen tijdloze songs als opener Boredom, Promises en What Do I Get uitspuwt op de massa. Nog geloofwaardiger worden zijn escapades wanneer hij in ware kamikazestijl op het einde van de set zowat het hele instrumentenpark aan diggelen gooit. Net daarvoor had het kwartet pas echt gekregen waar het al een klein uur om schreeuwde: erkenning. Evergreen Fallen In Love (With Someone You Shouldn’t Have Fallen In Love With) krijgt de massa dan toch nog aan het heupwiegen.
Wanneer The New York Dolls begin jaren zeventig in New York een soort travestieversie van The Rolling Stones vormden, wisten ze nog niet dat ze zowat dé protagonisten van de glampunk, en alles wat daaraan gekoppeld is, zouden worden. Op uitdrukkelijk verzoek van Morrissey hokten ze in 2004 opnieuw samen, wat een zichtbaar – door zowat alle genotsmiddelen die je kan bedenken - getekende David Johansen en Sylvain Sylvain in Lokeren brengt.
Lauwe publieksreacties maken echter dat het verwachte vuurwerk uitblijft. De heren proberen nochtans en toveren alle hits uit de oude doos. “We’re All In Love en let me take you to the Rainbow Store” probeert Johansen - die naarmate hij ouder wordt schijnbaar nóg meer op Mick Jagger gaat lijken - de massa op te hitsen. Maar net als de frontman zelf zwalpt de set echter een beetje en slaat de vlam nooit echt over. Enige lichtpuntjes vinden we terug bij Piece Of My Heart, een uitmuntende Janis Joplin-cover, en een uitgestreken versie van hitsingle Trash.
Toen The New York Dolls manager Malcom McClaren aan de deur zetten, begin jaren zeventig, en die terug naar Londen trok, had hij slechts één doel voor ogen. De Britse versie van The Dolls oprichten, maar dan vuiler, veel vuiler, scherper en vooral anarchistischer. Er moest en er zou keet geschopt worden. In Johnny Lydon (die aanvankelijk gekozen werd omwille van zijn schabouwelijke gebit en zijn “ I Hate Pink Floyd”-T-shirt) vond hij zijn kompaan, Sex Pistols was geboren. Drie jaar lang en met slechts één goddelijk studioalbum ‘Never Mind The Bollocks, Here’s The Sex Pistols’ onder de arm deed het zootje ongeregeld Engeland en alles daarrond op zijn grondvesten daveren.
Dertig jaar na de feiten lijkt de band niet meer dan een karikatuur van zichzelf, wat niet wil zeggen dat ze geen puike - haast griezelig perfecte - rockshow kunnen neerpoten. Tegen een gigantische gele backdrop mét opschrift ‘Combine Harvester tour 2008’ trapt het gezelschap de boel op gang, met het legendarische Pretty Vacant. Lydon, die zich voor de gelegenheid in een groen camouflagepak tooit, blijkt ondertussen een volleerde volksmenner. “I’ve been to Belgium before, but this crowd is much better” tiert het icoon door de micro, verwijzend naar het Beach Rock-debacle van jaren geleden.
De peetvaders van de punk doen wat er verwacht wordt: met een dosis loeiharde, vuile maar toch perfect uitgebalanceerde punksalvo’s, Lokeren tot een kookpunt brengen. Stepping Stone, Problems, Liar, Iggy Pops No Fun en Hawkwinds Silver Machine drijft de massa naar een onvervalst hoogtepunt. God Save The Queen, EMI, Anarchy In The UK en Roadrunner zetten vervolgens de puntjes op de “i”. Sex Pistols anno 2008, een goed geoliede amusementsmachine met alle ingrediënten om een onderhoudende en oerdegelijke rockshow neer te zetten. Het was ooit anders!
