Little Waves Zilveren melodieën en gouden herinneringen

C-mine, 8 april 2017
Little Waves

Voor de vijfde editie van Little Waves had de organisatie gezorgd voor een wel heel mooie headliner. Akkoord, de headliners van de voorbije jaren: Lisa Hannigan, Girls In Hawaii, Wovenhand, en Villagers waren ook niet mis, maar voor Grandaddy maakten we écht graag de reis naar het lieflijke Limburg. Zeker toen daar ook Steve Gunn, Amber Arcades, Amongster en Rhinos Are People Too onder stonden, werd hier niet getwijfeld.

De locatie voor dit indoorfestival is al een attractie op zich en de zalen zijn perfect uitgerust om namen van dit gehalte te ontvangen. Alleen de tussenruimte, de zogenaamde Foyer had op de drukste momenten - lees: de overgangen tussen twee shows - wat moeite om het volk te slikken, maar het industriële kader maakte veel goed en de muziek was ook meer dan ok!

Die kwam onder andere uit Utrecht, niet alleen de thuishaven van Mister and Mississippi maar ook van de frêle Annelotte De Graaf die de band Amber Arcades aanvoert. Zij mocht deze editie van Little Waves openen in het Theater en deed dat uiteraard met het materiaal uit het vorig jaar verschenen album ‘Fading Lines’, maar ook met een paar songs uit de in juni te verschijnen ep waaruit al  twee singles, werden geplukt: It Changes en Can't Say That We Tried.

En zo schipperde Amber Arcades, terwijl het zonnetje lange schaduwen wierp over de C-Mine-site, tussen de slackerpop van This Time en de stevige indierock met een vleugje psychedelica van afsluiter Turning Light. Beetje meer bezieling had gemogen, maar dat deze jongedame goede songs uit de mouw kan schudden, werd in dit half uurtje wel duidelijk.

Heel wat meer volk daagde op voor Amongster dat de Main Stage mocht opwarmen. En de band rond Thomas Oosterlinck liet er geen gras over groeien. Hij opende met prijsbeest Teacher en gooide daar meteen de nieuwe single Trust Yourself to The Water en oudjes Bright Life en Butcher’s Boy achteraan.

Met ook nog Leo, Salrow met het indringende gitaarwerk en de altijd ontroerende afsluiter Fear Until You Leave kon je wel van een best of-set spreken. Elektronica en gitaren sloten hier het perfecte huwelijk en de ingeleefde zang van Oosterlinck deed de rest. Dit had best wat langer mogen duren.

Maar we werden al meteen weer verwacht in de zeteltjes van het Theater waar Rhinos Are People Too meteen een fors blik feedback opentrok en met Hear The Night (Calling) direct duidelijk maakte dat het menens was. Zangeres Loes Caels leek op Olijfje maar de spierballen waarmee de band rolde, waren die van van Brutus én Popeye samen. Gelukkig werd met Ariel daarna wat gas teruggenomen.

Lang duurde dat niet want daarna vielen Dead Birds uit de lucht. Jammer van het kleine, technische defect aan het eind, maar de band haalde het toch tot Laketown en denderde dan onverstoorbaar verder.

Tijdens het bijna instrumentale Bluesette vluchtten toch wel wat (verschrikte?) gouwgenoten naar de vertrouwde armen van Admiral Freebee, maar wij genoten wel van de experimentele noisepop van dit zevenkoppige monster. En zo werden we nog verwend met Mirrors, L.A. Confidential en Under The Desert Sun. Soms loont het gewoon de moeite om te blijven zitten, zo zou ook later blijken.

De admiraal stond erop om solo te spelen en dus was het een Admiral Freebee in minimale vorm, maar desondanks met maximale impact. Uiteraard was Tom Van Laere zijn guitige zelf en kon hij het niet laten om voortdurend kwinkslagen uit te delen; richting Trump, maar ook richting Obama; naar de Limburgers, maar ook naar zichzelf. Aan het einde van Wave Of Hesitation - de versie op piano dan, want even daarvoor speelde hij die ook al op gitaar - verviel hij even in gebrabbel om, zo zei hij zelf, het publiek ook even inkijk te geven in zijn kop.

Even gefocust als altijd knalde hij door zijn set met meezingers als Nothing Else To Do en het onvermijdelijke The Everpresent, maar ook met minder bekend werk, telkens weer zijn publiek aansprekend. Het was duidelijk: ook in zijn eentje kan de admiraal de fans boeien. Meer nog, nu was het zelfs nog een tikkeltje spannender.

Ook Steve Gunn moest in zijn eentje het podium vullen. Geplaagd door de bassen die aanwaaiden vanuit de foyer vroeg hij om de deuren van de zaal te sluiten om dan zijn lange, virtuoze solo op akoestische gitaar die Old Strange inluidde verder te zetten, op zoek naar concentratie. Gunn was pas een half uur daarvoor aangekomen en stond stijf van de stress. Hij begon zijn set om half negen en pas een dik kwartier later begon hij aan zijn tweede song, Ancient Jules. Dat zegt alles.

En Gunn bleef geplaagd worden door mensen die te laat toestroomden in Milly’s Garden. Daar was het nochtans zeer aangenaam toeven, want Gunn putte nog vaker uit zijn topplaat ‘Way Out Weather’. Stilaan begon hij er zin in te krijgen, maar net dan begon de uittocht naar Grandaddy waar niemand te laat wilde komen. Wij ook niet, maar we hadden een strategisch plaatsje langs de uitgang en hielden het aantal mensen in de gaten dat ook bleef hangen bij deze klasbak en zo rekenden we erop dat we er toch nog bij zouden kunnen in de concertzaal.

Gunn zelf vroeg zich luidop af waar al die vertrekkers naartoe gingen. “Hey you can dance later. Techno shows all night!”, riep hij om dan samenzweerderig tegen de blijvers te zeggen: “They’ll miss the best songs. I’ve saved them for last.” Met nog een sneer richting deur (“And don’t you come back!”) vervolgde hij met grommende gitaar in Water Wheel zijn set die ook nog toppers als Night Wander, Park Bench Smile en het afsluitende Wildwood bevatte.

En ja hoor, we raakten nog tijdig bij Grandaddy, de band waarvoor we uiteindelijk gekomen waren. Bij de reünie in 2012 voelden we ons alsof we een oude, dierbare muziekdoos terugvonden die we uit het oog verloren hadden. Met dit verschil dat deze muziekdoos verschillende deuntjes kon spelen, het ene al ontroerender dan het andere En nu er ook nog eens een twaalf nieuwe deuntjes bijkwamen, kon de pret helemaal niet meer op.

Of toch, want van Hewlett’s Daughter tot Way We Want, kortom de eerste vier nummers van de set, werden we geflankeerd door een roodharige, krullenbol die het nodig vond de betovering te doorbreken met haar getater. Hadden we gekund, we hadden haar verzopen in The Crystal Lake, maar we hielden het bij dodelijke blikken en net bij het genoemde nummer, droop ze gelukkig af, cocktail in de verfijnde hand en gepoederde neus in de lucht. Goed zo, gelukkig duurt niets voor eeuwig zoals onze helden zongen in Evermore.

Jason Lytle had van mijn buurvrouw geen last. Integendeel, hij dankte de zaal om het warme, Limburgse welkom en de enthousiaste reacties. Hij maakte er zelfs even een Holland – België van in het voordeel van ons land, want de avond ervoor in Rotterdam, waren de reacties maar lauw. Hier dus niet, al speelde Grandaddy nagenoeg dezelfde set als in de AB. Tot halfweg, dan gooide de band er Jed’s Last Poem (Beautiful Ground) tussen en verder volgde ook nog, amper merkbaar, My Small Love dat naadloos overging in I Don’t Wanna Live Here Anymore.

En dan was het tijd om de reeds doorweekte zakdoek nog eens boven te halen voor He’s Simple, He’s Dumb, He’s The Pilot. Hier was het niet de afsluiter zodat we onze tranen nog konden drogen tijdens het stevig rockende Now It’s On. En dat het aan was, tussen Little Waves en Grandaddy bleek toen de band nog eens teruggeroepen werd, Lytle gespeeld dankbaarheid veinsde en “grumpy old man” speelde: “We play a new one and an old one, and then we fuck off!”, grauwde hij en sloot af met hetzelfde tweespan als in de AB.

We kregen dus een volwaardige zaalshow, ook al was dit een festival. Eentje die we nog lang zullen koesteren.

Warhaus lieten we haar ding doen. De weg naar huis was nog lang en donker, maar de laatste drankjetons wilden we nog graag wegwerken met als soundtrack de set van Ivy Falls; u weet wel, het soloproject van Fien Deman, die eerder het mooie weer maakte met het veel te snel begraven I Will, I Swear.  

Deman vormde een vierkoppige band rondom zich en trapte af met het titelnummer van de te verschijnen ep ‘Mean Girls’. Het duurde even voor we de emoties die Grandaddy had opgewekt van ons af konden schudden, maar met nieuwste song Think bewees Ivy Falls dat ze terecht één van de coming ladies van de Belpop wordt genoemd. Silver en Gold zonden ons uiteindelijk huiswaarts. En dat is ook wat Little Waves vanavond uit de ondergrond haalde: geen kolen, maar kwikzilveren melodieën en gouden herinneringen.


9 april 2017
Marc Alenus