Lil Dicky - Klein geschapen grootspraak

, 2 juli 2018

Toen de genaamde David Burd zijn anoniem luilekkerleventje als accountmanager bij een reclamebureau opgaf voor een carrière als rapper, had de jongeman wellicht nooit durven dromen om deze kille herfstavond in de AB door te brengen, al crowdsurfend, op handen gedragen door tweehonderdvijftig uitgelaten fans. Een crowdfundingcampagne om zijn wilde plannen te financieren bracht maar liefst 43.000 dollar meer op dan het streefbedrag, waarna hij prompt met Snoop Dogg in zee ging. Om maar te zeggen: de hemelbestormer met zelfverklaarde microfallus en XXL ambities schiep nog voor zijn debuut grootse verwachtingen. En na vanavond kunnen we besluiten dat Lil Dicky met zijn complexloze "joke rap" een mooie toekomst wacht.

De biografie van de achtentwintigjarige Burd leest beslist niet als wat je van de doorsnee rapper in de straat zou verwachten: kind van een Joods middenklassengezin, gelukkige jeugd doorgebracht in een grauwe voorstad van Philadelphia, brave student, met grootste onderscheiding afgestudeerd op een prestigieuze school en met één grote droom voor ogen: rapper worden. Zijn eerste muziekvideo werd meteen meer dan één miljoen keer bekeken op Youtube toen hij besloot om zijn leven om te gooien en volop voor een rapcarrière te gaan. Met zijn atypische, satirische rapverzen won hij al snel een plaatsje in het circuit en de sympathie van het rapminnende publiek, zo getuigt zijn aanzwellende fanbase.

Een groot deel van zijn oeuvre bestaat uit kleurrijke beschrijvingen van ogenschijnlijk banale conversaties en persoonlijke anekdotes met een hoog "keep it real"-gehalte. Geestig en heerlijk herkenbaar want vaak uit eigen leven gegrepen. Het laagje vulgariteit is slechts de verpakking. Wie verder kijkt, ziet een eeuwige "good guy", die geen vlieg kwaad doet, niemand wil schofferen en toch scherp uit de hoek kan komen. Zijn binnenkomer ter illustratie: “When I say abortion, you say ‘wrong choice’!”. Een moraliserend vingertje vermomd in een hiphopsaluut, het ijs gebroken, het jongerenpubliek in één adem opgehitst en geadviseerd. Faut le faire.

Dat de man, in tegenstelling tot wat zijn artiestennaam doet vermoeden, van geen kleintje vervaard is, bewijst hij in opener Professional Rapper, waarin hij zich opwerpt als de nieuwkomer die het anders wil aanpakken in de rapindustry: “Traditionally people have been doing the job the same kind of way for a long time”. Zijn act is een parodie op de stoere gangstarap, maar de paradox zit hem in de lyrics: goudeerlijk, tongue-in-cheek, soms confronterend, soms zo naïef dat het haast aandoenlijk wordt. Scabreus maar soft tegelijk; en altijd grappig. Een Jonah Hill/Weird Al Yankovic-alliantie van de rap, zo u wil. Denk aan die ietwat sullige, lamme pretmaker uit je klas die met zijn gevatte uitspraken tracht op te boksen tegen de populaire playboys met fitnesslijf: door z’n ontwapenende spontaniteit een te duchten underdog op amoureus vlak.

Want als rapper zijn de behandelde onderwerpen dan wel niet bijster origineel, zijn benadering is dat des te meer. Het werd zijn handelsmerk dat hem uit het gevestigde rapperskeurslijf trok en in de spotlights bracht. Een terugkerend thema, de fysieke liefde en wat daar allemaal bij komt kijken, krijgt een hartverwarmende invulling in Personality: “We ain’t never been ballers, but we getting pussy with our personality”. Cru gesteld: het is het innerlijke wat telt, lieve jongens en meisjes. Het is de omgekeerde wereld van de oppervlakkige blingblingshow die het leeuwendeel van de rapscene opvoert. Enkele verzen later predikt onze goedmoedige schlemiel meer eerbied als strategie om bitches te veroveren: “I ain't even strong like that / So average / I ain't tall like that / We just trying to show a little respect / Maybe you go for it”. Een zaligmakende boodschap die, zoals de rest van zijn teksten, bol staat van de zelfspot en zelfrelativering en ons verzekert dat Kleine Dicky nooit aan grootheidswaan zal lijden.

Zijn 'Dick Or Treat Tour' staat in het thema van Halloween, hetgeen griezelen en snoep betekende. Op de schermen kregen we onder meer de geestesverschijningen van Tupac en The Notorious B.I.G. te zien. Ook de betreurde Harambe, de gorilla die dit jaar werd doodgeschoten in een Amerikaanse zoo, kwam ons verblijden met zijn aanwezigheid. Na zijn controversiële dood eerde het internet hem met de ironische rouwbetuiging "Dicks Out For Harambe", wat Lil Dicky bij dezen dan ook in daden omzette – of wat had u gedacht. Verder pikte Adolf Hitler wat screen time mee – een schuine kwinkslag naar Burds afkomst – tot hij door Dicky van het scherm werd verjaagd. In het aansluitende Jewish Flow omschrijft die laatste op geheel eigen wijze wat "Jood zijn" precies inhoudt.

Doorheen de show kreeg het hongerige publiek allerhande eten toegeworpen; van druiventrossen tot salsasaus, tot Dicky uiteindelijk zichzelf in de massa wierp op de onsterfelijke tonen van Nirvana’s Smells Like Teen Spirit. Het delirium was bereikt. Op dit punt leek de avond meer de toer op te gaan van een veredelde collegeparty gone wild, maar na een korte blik in de zaal konden we geen sterveling spotten die het entertainment niet kon smaken. Meer nog: zelfs voor ordinaire vleeswaren werd gevochten alsof het water in de woestijn betrof. Of, zoals een omstander het zo treffend wist te verwoorden: “Ik heb nog nooit zo veel mensen zo wild zien worden voor kipfilet."

Naast eersteklas charmeur en onvolprezen crowdpleaser toonde Lil Dicky zich een volleerd publieksspeler – letterlijk zelfs toen hij tijdens Lemme Freak Sneeuwwitje herself uit de massa pikte en haar hoogstpersoonlijk vergastte op een lapdance. Toen hij vervolgens op wandel ging in de zaal en zich een weg baande doorheen een zee van smartphones, wisten we het zeker: deze man is een revelatie. “I’m gonna die mid thirties of a heart attack, so let’s get the most out of it”, zo verkondigde een uithijgende Burd op het einde van de avond. Nog effe wachten, Dicky, the best is yet to come. Peace out nigga.

6 november 2016
Quentin Soenens