Les Nuits Botanique
Elke keer een beetje sterker
Tessa Joris
Botanique, Brussel — 8 november 2008
Chan Marshalls podiumvrees in combinatie met haar alcoholprobleem leverde haar een beruchte livereputatie op. Ook u kent allicht een variant op de talloze verhalen over haar merkwaardige gedrag op het podium. We spreken in de verleden tijd, want wie er in november bij was in de AB, kan beamen dat Chan afgekickt is en met meer zelfvertrouwen dan ooit het podium betreedt.
Chan profileert zich tegenwoordig vooral als zangeres. In november bracht ze de Memphis Rythm Band mee naar ons land. Deze vormde de ruggesteun die Marshall zo goed kon gebruiken, maar soms dreigde Chan wel eens te verzuipen tussen al die ego’s. Deze keer laat ze zich begeleiden door de soberdere formatie the Dirty Delta Blues, enkel bestaande uit een toetsenist, bassist, gitarist en drummer. Chan beperkt zich enkel tot de microfoon en concentreert zich op haar rol als frontvrouw.
De groep vangt aan met Naked If I Want To, een nummer afkomstig uit haar ‘The Covers Record’ uit 2000. De oorspronkelijke versie bestaat enkel uit gitaar en de breekbare stem van Chan. In het koninklijk circus krijgt het nummer een flinke portie rock mee en blijft er jammer genoeg weinig over van de vroegere ontroering. De keuze voor een cover is typisch Cat Power. Het liefst van al verschuilt deze dame zich achter werk van anderen. Naar verluidt komt er dit jaar dan ook een tweede album met covers aan. Die avond zet Marshall ondermeer New York van Sinatra en Sinner Man van Nina Simone naar haar hand. De covers Satifaction (the Rolling Stones) en Crazy (Gnarls Barkley) worden ondertussen al vaste waarden van haar set. Soms heb je het idee dat je naar een coverband kijkt in plaats van naar de songschrijfster die Marshall eigenlijk is. Toch maakt Cat Power zich de nummers elk optreden steeds meer eigen, tot ze bijna onherkenbaar worden als cover.
Het publiek is echter gekomen voor de bekende nummers. De opluchting van de zaal is merkbaar aan het applaus als Chan dan toch The Greatest aanvangt. Uit het gelijknamige album komen ook nog heel wat nummers aan bod. Opmerkelijk is dat het merendeel van de nummers overeind blijven, ook zonder de blazers, strijkers en achtergrondzangeressen. Zo brengt Marshall tijdens de bisnummers een erg ontroerende versie van Lived in Bars. Could We gaat dan weer een beetje de mist in door de scheut rock die de groep toevoegt. Het lichtvoetige dat het nummer net zo mooi maakt, gaat hierdoor verloren.
Deze groep houdt zich op de achtergrond en de aandacht is dan ook voornamelijk op Chan gericht. Zij ontpopt zich elk optreden een beetje meer tot charismatische frontvrouw, die er van leert te genieten om op het podium te staan. Ze lacht, praat met het publiek, danst en beeldt haar liedjes uit met grote gebaren. Wie dichtbij staat, merkt echter dat het haar toch wat moeite kost. Ze staat er soms wat onwennig en verloren bij nu ze haar whisky heeft omgeruild voor koffie. Cat Power rookt dan ook de ene sigaret na de andere en verschuilt zich achter gekke danspasjes. Ook de groep is duidelijk een grote steun voor haar, al valt het op dat Chan het mooist klinkt als ze minimaal begeleid wordt. In de AB maakte ze nog tijd voor enkele solomomenten, in de Botanique doet ze dat jammer genoeg niet. De kleinere groep is een verademing, maar de nummers boeten soms nog steeds aan kracht in. Wij kijken dan ook uit naar de moment waarop Chan zich gesterkt genoeg voelt om alleen op tournee te gaan. Wij pleiten voor meer Chan en minder groep. Nu we toch bezig zijn: minder covers en meer eigen werk zou ook mogen. Het gaat de goede kant op met Cat Power, maar dat wil niet zeggen dat we niet veeleisend mogen zijn.
