Les Nuits Botanique
Muzikaal genot voor een onderbevolkte Rotonde
Tessa Joris
Botanique, Brussel — 8 november 2008
Les Nuits Botanique vormen elk jaar een kleine catastrofe voor het budget van menig muziekliefhebber. We begrijpen dan ook volledig dat u kritisch bent in het selecteren van concerten. U wil de toppers halen uit het aanbod, zonder er financieel aan ten onder te gaan. Dat kan niemand u verwijten. Echter, een mens zou denken dat drie dames in een minirok wel wat volk naar de Botanique zouden kunnen lokken. Niets bleek maandag minder waar, want de Rotonde bleef heel de avond onderbevolkt. We kunnen gerust spreken over een schande, want buiten mooie benen had de avond ook muzikaal heel wat te bieden.
Opener van dienst is Maria Taylor, die recent haar tweede soloplaat uitbracht en eerder haar sporen verdiende met Azure Ray. Ze vangt aan met de dromerige popsong Smile and Wave, terwijl het publiek met mondjesmaat binnensijpelt. Maria laat zich vergezellen door vijf groepsleden, waaronder twee gitaristen. Zelf speelt ze ook nog gitaar, wat resulteert in een stevig rocktintje. De evolutie van het soms melige '11:11' naar het minder brave ‘Lynn Teeter Flower’ wordt live extra in de verf gezet. Zo wordt nog maar eens duidelijk dat de zeemzoete meisjesmuziek van Azure Ray al lang verleden tijd is voor Taylor. Ze houdt het dan ook vooral bij nummers uit haar laatste album en benut alle gitaren ten volle. Maria Taylor laat zich niet van haar stuk brengen door de beperkte opkomst en brengt een erg sterke set. Door het strikte tijdschema van de avond wordt ze gedwongen om een paar liedjes over te slaan. Jammer, want we hadden graag meer gehoord.
De avond was op dat moment eigenlijk al geslaagd, maar bleek nog meer verrassingen in petto te hebben. Frida Hyvönen is een ietwat geschifte, maar vooral uitermate grappige Zweedse singer-songwriter. Met haar spitsvondige bindteksten en zelfbewuste attitude weet ze het publiek bijna meteen voor zich te winnen. Tussen haar nummers door neemt ze foto’s van het publiek, vertrouwt ze ons toe dat een carrière als fruitcriticus haar ook wel zou liggen en entertaint ze het publiek beter dan de gemiddelde stand up comedian. Vergezeld door haar piano, brengt ze eenvoudige maar toch erg verrassende liedjes. Ze houdt duidelijk van een flinke portie drama, maar verliest zich nooit in het pathetische. Frida bezingt de liefde op een erg verfrissende manier en verovert met gemak de harten van het beperkte publiek.
Als laatste is Hafdis Huld aan de beurt. Gekleed in een roze minirokje, dito hakschoenen en glitter make-up ziet ze er uit als Barbie in levenden lijve. Ze was de zangeres van de IJslandse groep Gus Gus, wat steevast als referentie bij haar naam geplaatst wordt. Haar eerste soloplaat 'Dirty Paper Cup' klinkt echter helemaal anders en zou Gus Gus fans wel eens kunnen ontgoochelen. De Botanique wordt echter verre van teleurgesteld door Huld. Met pretlichtjes in de ogen brengt girly girl Hafdis kinderlijk eenvoudige, maar erg charmante liedjes. Instrumenten zoals de xylofoon en de ukelele dragen bij tot de eigenheid van haar muziek. Als Hafdis vol enthousiasme babbelt, klinkt ze krakerig en zelfs wat irritant. Als ze daarna echter begint te zingen, blijkt haar stem erg vol en mooi. Haar duidelijk hoorbare IJslandse accent maakt het geheel enkel opmerkelijker. Hafdis Huld is het prinsesje dat leeft in haar eigen naïeve sprookjeswereld. In het gezelschap van haar groepsleden resulteert dit wereldbeeld in de ideale popmuziek, gedrenkt in een sfeer van zorgeloosheid. “Ice cream is nice. Monsters are not.”, zingt ze. We hadden u geen betere levenswijsheid kunnen voorschotelen.
