Les Nuits 2017: Thee Oh Sees Ontploft

Botanique, 21 mei 2017
Les Nuits 2017: Thee Oh Sees

Een avondje garagerock met extra’s; zo zou je deze Nuit kunnen omschrijven. De van het zweet plakkende lichamen, die de zaal verlieten na de show, gaven al aan dat dit er eentje was om niet meteen te vergeten.

Het moet nogal knetteren ten huize The Glücks als daar ruzie is, af te lezen aan de verbetenheid waarmee Alex (gitaar en zang) en Tina (zang en drums) zich in de muziek bijten. Dan sneuvelt er ongetwijfeld meer dan één bord. Aan de andere kant hebben ze met deze muziek een prima uitlaatklep om de frustraties, die in hun leven als koppel opduiken, weg te kanaliseren.

In de Chapiteau van de Botanique was er al meer dan genoeg volk opgedaagd voor dit eerste optreden van de garagerockavond van Les Nuits. En dat was ongetwijfeld terecht. Het duo knalde de set door de boxen alsof hun leven ervan afhing. Alex’ blonde haren eindigden als een vogelnest, waaruit net met het nodige geweld een koekoek was verjaagd, en Tina kweekte armspieren voor zover dat nog nodig was. En het publiek smulde ervan, zette de eerste schuchtere poging tot moshpit in en deed zowaar al een eerste gelukkige door het luchtruim zweven. Wie kon het dan wat schelen dat de teksten van dit duo niet meteen geschikt zijn voor filosofische discussies? De fun in dit optreden maakte dat meer dan goed.

Het volgende duo pakte het subtieler aan. La Jungle bracht herinneringen boven aan het vroege Battles en BRNS, maar dan iets popgevoeliger. Want hoewel er volop gesampled, geloopt en geëexperimenteerd werd, kwam het geheel vlot binnen. Zelfs toen er uitstapjes richting hardcore werden genomen, paste dit nog binnen het popidioom.

Wel leuk was de afwisseling die er voortdurend in de set zat. De instrumentale songs werden verhakseld, onderbroken, omgegooid om dan even verder terug in de plooi te vallen. Soms was het funky, soulvol, kwamen er Prince-trekjes bovendrijven, dan weer werden er beats tussengegooid en waanden we ons in een Brusselse club.

Je kreeg hoe dan ook de tijd niet om te bekomen; daarvoor waren er te veel indrukken om te verwerken. La Jungle is zeker de moeite om een keertje aan het werk te zien. Misschien pasten ze iets minder tussen het garagerockgeweld, maar geen Waalse haan (of Vlaamse leeuw), die daarnaar kraaide (of brulde). En de Casio-versie van Whams Wake Me Up Before You Gogo sloot het geheel in stijl af.

Bij een concert van Thee Oh Sees staat er één ding vast: het wordt een feestje. En dat was niet anders in de Chapiteau van de Botanique. Toen John Dwyer bekende dat dit het laatste concert van de show was - “We’ve got bills to pay” - voor hij de afsluiter inzette, ging er nog een laatste keer een tornado door de tent, werd de ultieme energie uit de vermoeide lijven geperst als om de vier hoofdrolspelers op dat podium in stijl terug naar huis te sturen. De band zette nog één keer alle troeven in; Dwyer gooide zich op zijn knieën, probeerde de microfoon (naar goede gewoonte) door te slikken en speelde met de synthesizer, gitaar (of allebei samen) en de bijhorende knoppen. Het zweet droop van de tentwanden en stond op het voorhoofd van de voldane fans.

Maar buiten dat ene vaststaande feit, bleek er ook heel wat veranderd te zijn met de laatste paar (uitstekende) platen die deze band had gebaard. Er stonden namelijk twee drumstellen op het podium, netjes centraal tegen de rand. En zowel Dan Rincon, die al sinds 2015 meedraait, als Paul Quattrone ranselden het publiek vooruit als waren het slavendrijvers bij de bouw van de piramide. Daarbij zorgde Dwyer dan af en toe voor een accentje door zijn microfoon op een cimbaal of tomtom te richten, terwijl hij zich uitleefde op zijn eigen instrumentarium.

U wil hoogtepunten? Onbegonnen werk! Vooreerst geven wij grif toe de helft van de songs niet herkend te hebben, ook al omdat het geblaf van Dwyer zo goed als onverstaanbaar is en dan is er nog de enorme catalogus waarmee rekening moet worden gehouden. Bovendien was het levensgevaarlijk om in de storm, die door de zaal woedde, te proberen iets te noteren zonder je potlood in de rug van je voorganger te planten; zo'n beetje zoals Dwyer zijn gitaar steeds weer hanteerde als een speer richting het hoofd van de dichtstbijzijnde drummer, maar dan iets minder groot.

Deze show van Thee Oh Sees was niet zoals de vorige, maar bewijst nog maar eens waarom je dit minstens eenmaal in je leven gezien moet hebben. En als je hen al aan het werk gezien hebt, is de nieuwe opstelling meer dan reden genoeg om hen opnieuw te zien ontploffen.


22 mei 2017
Patrick Van Gestel