Laundry Day 2018 - Lil' Kleine niet de grootste

Middenvijver, 31 augustus 2018

Ongeveer 22 500 feestvierders waren gisteren aanwezig op de eenentwintigste editie van Laundry Day, traditioneel de afsluiter van een druk festivalseizoen. Dat is een pak minder dan vorig jaar, toen de organisatie nog 27 500 bezoekers wist te lokken. Veel publiekstrekkers waren er dan ook niet echt te vinden op de affiche. Maar het festival weigert dan ook om mee te gaan in de populaire stroom, iets waar wij bijzonder blij mee zijn.  

 

Voor headliners moest je dit jaar niet op Laundry Day zijn. De organisatie doet er namelijk alles aan om meer te zijn dan gewoon het zoveelste “populaire” festival. Ze willen zelf de toon aangeven. Kijk maar naar de vernuftige podiumopstelling die vorig jaar voor het eerst werd geïntroduceerd.

Acht podia werden in een cirkel neergepland, afgescheiden met reusachtige zeecontainers die sublieme geluidskwaliteit voor elke stage garandeerden. Goed voor een muzikale rondreis waar verschillende genres verkend konden worden. Voor elk was er wel wat wils, maar toch was het niet over de koppen lopen. Vooral de Fire is Gold-stage en die van Labyrinth Club bleken, ondanks de puike line-up, onderbezocht. Jammer, want er waren zo veel goede acts om te ontdekken.

Zo troffen we bijvoorbeeld K1D aan voor tien man en een paardenkop. Triest, want de Belgo-Senegalees wist perfect hoe hij een fatsoenlijke performance op poten moest zetten. “Come to the front y’all, I like it real cosy”, lokte hij de aanwezigen naar zich toe. Terwijl we hem zo live hoorden, dachten we bijna dat hij recht uit Atlanta hierheen was gekomen. Luister maar naar Netflixxx, dat zo uit Migos’ nieuwe album zou kunnen komen. Klein verschil: K1D klinkt live wél goed, in tegenstelling tot veel Atlanta-rappers (Young Thug op Couleur Café, *ahum*). Zonder schroom staat hij op het podium, spuwend over seks en wiet, terwijl heel wat zoete walmen onze neus prikkelden. En we namen het hen niet kwalijk, want nummers als Medicated smeken er gewoon om. Maar goed, uiteindelijk ramde hij in allerijl nog enkele topnummers door onze strot (op Fucked Up ging iedereen écht even fucked up), om af te sluiten met een ode aan de overleden XXXTentacion. En weg was-ie.

Voor onze dansbenen was René LaVice dan weer een goede kickstart. In het verleden maakte hij al verschillende remixes voor zwaargewichten als Nero, Rudimental, Wilkinson en The Prodigy, en tegenwoordig is hij host van een BBC Radio 1 show. Je kan dus stellen dat hij wel een en ander achter de hand heeft. Voor Laundry Day zorgde hij voor een perfecte balans tussen eigen producties (Poke The Bear, Air Force 1), die hij razendsnel mixte met andere juweeltjes binnen het genre (Caterpillar van Black Sun Empire of Tour van Macky Gee, bijvoorbeeld). De Canadees heeft het mixen in de vingers, en dat voel je van begin tot einde.

Toch liep ook niet alles op Laundry Day van een leien dakje. Niet alleen zaten er, zoals u vast al heeft vernomen, verschillende mensen vast in een twintig meter hoge draaimolen, ook op sommige stages bleken er defecten. Zo liet het geluid het tijdens het Brusselse collectief Stikstof meer dan eens afweten. “Horen jullie ons? Wattefok!” riep Zwangere Guy na minutenlang gesukkel uit. Het was zo erg dat de Brusselaren uiteindelijk besloten om maar meteen publiekslieveling Frontal op te gooien (dat nooit eerder zo agressief klonk) en ruim twintig minuten voor het voorziene einde van het podium te verdwijnen. Tja, iedereen weet dat Guy en kompanen nogal temperamentvol zijn, hé.

Ook bij TheColorGrey was het sukkelen. En dan hebben wij het niet over de verkoudheid, waar hij naar eigen zeggen mee te kampen had. We hebben het eerder over de overdreven lange soundcheck, waardoor Will Michiels uiteindelijk pas vijfentwintig minuten voor het voorziene einde op het podium klom.

Niet dat hij het wachten niet waard was, hoor. Grey beschikt over een ruim aanbod aan ijzersterke producties die hij zeer overtuigend weet te brengen. En dan hebben we het niet alleen over radiohits als On & On of Need to Know (die hij al in het begin van zijn set op het publiek afvuurde), maar ook over het strakke Options of het intieme Silence Speaks. Goed, het publiek was niet altijd gemakkelijk mee te krijgen, maar hij slaagde er uiteindelijk wel in bij Jamaica. En zo dook hij nog naspringend de coulissen in, terwijl wij nog een tijdje bleven nazinderen.

Het laatste uur bleek de massa zich uiteindelijk te begeven naar de stage van Top Notch voor waarschijnlijk de grootste publiekstrekker op de affiche. Lil’ Kleine, die vorig jaar nog een half uurtje had om de Antwerpenaren te overtuigen, werd ook dit jaar weer uitgenodigd, maar dan voor een uurtje. Op zich geen probleem, hij heeft meer dan genoeg hits om zo’n uurtje te vullen, maar het Nederlandse rapicoon bleek toch te kampen met sterallures. Nadat hij een kwartier op zich liet wachten, zette hij uiteindelijk het razendpopulaire Krantenwijk in als opener, maar veel meer dan geschreeuw kwam er jammer genoeg niet uit. Ook bij het daaropvolgende Patsergedrag kreeg hij er nauwelijks meer uit dan de twee eerste woorden en “een, twee, drie, spring!”. Is dat dan hoe er tegenwoordig gerapt moet worden?

Hij zou beter een voorbeeld nemen aan Roméo Elvis, die op dat moment aan een andere stage klappen uitdeelde. Hoewel er voor hem nauwelijks meer dan vijftig mensen klaar stonden, vond hij zichzelf tenminste niet te goed om echt te rappen. Hij bracht het grootste deel van ‘Morale 2’, zijn recentste plaat, bijzonder overtuigend (zo vernietigend Sabena was, zo intiem wist hij Drôle de Question te brengen). Hij schrok ook niet terug voor experiment (heeft iemand een idee hoe die drum-‘n-bass remix van Bébé Aime La Drogue heet, die hij achter het originele aan plakte?!) en bracht zelfs de lyrics van zijn kompaan Caballero op Bruxelles Arrive helemaal zelf. Geen tape, geen onnodig geschreeuw, enkel échte rap. Nu jij, Lil’ Kleine.

 

2 september 2018
Jeroen Poelmans