Kula Shaker - Een avondje peace, love and understanding
HA Concerts, 26 februari 2026
Waarom we toch blijven teruggrijpen naar de gouden gitaarjaren negentig? Dat heeft niet enkel met de leeftijd van de redactie of die van u – ons leespubliek – te maken, maar ook met het feit dat veel superbands en genres toen ontstonden, in tijden waarin een album nog een geheel was, de zapcultuur of shuffleknop op cd-spelers nog niet zo populair was, en een groep zich dus ook langere tijd moest bewijzen.
Helaas is met ons jeugdig enthousiasme de focus op sommige bands een beetje verdwenen. Zoals bij Kula Shaker, een psychedelisch Brits combo dat zich schuilhoudt achter de blonde goeroe-rockgod Crispian Mills, en eind jaren negentig enkele knallers van Indisch gepeperde hits op zijn naam mocht schrijven (Govinda, Tattva, Hush, Hey Dude,…). Om vervolgens dus naar de achtergrond te verdwijnen, ondanks enkele sterke opflakkeringen. In feite maakte de band zelfs nooit echt slechte dingen met de inmiddels toch al zeven studioplaten.
Het publiek in Ha Concerts bleek een mooie mengeling van de fans, die wel bleven, de vrouwentienerhartjes die Mills destijds wist te veroveren, een curieus Handelsbeurspubliek en een brede waaier van psychedelische muziek-lovers, getuige enkele gedateerde bandshirts van pakweg The Doors of Pink Floyd. Dat om samen ondergedompeld te worden in de typische happy-together-spirit met Indische invloeden (sitar, tabla, mantras), want in casu is er aan die kenmerken bij Kula Shaker nog niets veranderd. En dus ook niet aan het maken van sterke songs, waarvan de melodie je meteen vrolijk laat meewiegen.
Soms snel en met wat meer bluesy gitaarwerk om echt naar de zevende hemel te reiken, zoals opener Lucky Number van de gloednieuwe plaat ‘Wormslayer’: een knallende rocker met alweer kenmerkende liefdesverklaringen (“Oh, you’re my lucky number / I’m counting on you to keep me alive”), stevige grooves en lekker klagend sitarspel. Voor dat laatste moet je trouwens bij Galdalf The Grey-lookalike toetsenist Jay Darlington zijn, die eerder even afhaakte, maar nu terug het oorspronkelijke kwartet vervolledigt. Uitbundig en meteen met de deur in huis, zoals we het hadden gehoopt.
Van die nieuwe plaat kreeg de zaal trouwens veel te verwerken, zelfs netjes in volgorde. Good Money, Charge Of The Light Brigade en Broke As Folk vervolgden de bedwelmende trip omwille van het gloednieuwe karakter, iets meer naar het publiek toe gepolijst met leuke flarden van The Stone Roses (Fool's Gold) of The Doors (Riders On The Storm), twee songs die drijven op een bezwerende ritmiek en dus perfect binnen het Kula Shaker-wereldje pasten.
Over die psychedelica valt trouwens ook wel het nodige te zeggen. Zo zorgden de bluesy solo’s en kronkelende licks van Mills, de genadeloos herhalende bas en tegendraadse drumpartijen, en vooral het vibrerend Hammondspel of net de modern glijdende keypartijen van Darlington voor mooi in elkaar vervlochten, soms stevig uitpakkende partijen, waarbij regelmatig tapes met natuurgeluiden, Shiva-/Vishnoe-/Rama-gezangen of extra benevelende bubbels werden gedrapeerd. Maar voor hetzelfde geld dook de band met een strak Idontwannapaymytaxes helemaal de jaren-zeventig-hippietijden in. En dan kwamen de visuele lavalamp en felgekleurde oliebubbel-effecten, die live werden gemanipuleerd over de hele concertzaal door een speciaal meegekomen “Liquid Light Sorcerer” compleet tot hun recht. De geëerde George Harrison in de prachtige, akoestisch gecoverde ballade Isn’t It A Pity (1970) zou er trots op geweest zijn. (Of was die Harrison misschien aanwezig als reïncarnatie in de op Harrison lijkende toetsentovenaar Jay Darlington?)
Zo zwalpte het viertal wel vaker heen en weer tussen zeventig jaar hippiemuziek. Soms heerlijk kaal met een akoestisch slaapkamerliedje als Day For Night, soms voluit en met stevig gierende partijen, zoals het ietwat bitsige Wormslayer, waarmee de show afsloot. Het waren trouwens die extra’s die Kula Shaker nodig had om niet helemaal in doezelland weg te kwijnen onder al die benevelende impressies, al had het heerlijk lome Grateful When You’re Dead / Jerry Was There met de afwisselende gitaar- en keyboardsolo’s wel eindeloos mogen doorglijden.
Op het einde mocht de lavalampbubbel helemaal uitbarsten in het bisrondje “We all sing together”, rond Tattva (met een stukje Hallelujah van Happy Mondays), Hush Hush (inclusief Charlatans-orgelspel) en vooral Govinda, samen, op bijna sektarische wijze. Global happiness en hippieness. Op de terugweg naar huis vernamen we dat de USA en Israël in Iran een oorlog begonnen waren. Back to reality. In elk geval heeft Gent stevig van dit avondje "peace, love and understanding" kunnen genieten.

