John Mayall & the Bluesbreakers Een groot cliché

Ancienne Belgique, Brussel
John Mayall & the Bluesbreakers
Zeventigplussers die nog toeren, ze worden steeds talrijker. Sommige van hen, zoals Mavis Staples of Leonard Cohen, lijken enkel beter geworden te zijn met de jaren. Andere legendes, zoals B.B. King, kunnen de tijd niet meer bijbenen en verliezen aan glans in de hedendaagse spotlights. John Mayall & The Bluesbreakers behoren jammer genoeg tot de laatste categorie. Al is dat voornamelijk aan Mayalls palinggladde band te wijten.

De ruige meidenband voor Mayall was geen onaangename verrassing. The Pack A.D. is niet het soort voorprogramma waarbij iedereen gezapig in de bar blijft babbelen. De zaal was aardig volgelopen en luisterde aandachtig naar het indrukwekkende stemgeluid van Becky Black. Het meisje leek amper twintig, maar moest qua passie en stem zeker niet onderdoen voor iemand als Patti Smith. Tijdens het laatste nummer kregen ze het publiek zelfs aan het klappen. Aan songs ontbreekt het de Canadezen nog een beetje, maar het duo liet een stevige eerste indruk na.

Dan was het de beurt aan John Mayall. Of toch bijna. Want de man liet zijn groep eerst enkele nummers alleen spelen, om het publiek al wat op te warmen. Als een volleerde showband hielden The Bluesbreakers ons in spanning over het moment dat “the boss man” eindelijk zou verschijnen. Ons liet het Siberisch koud. We voelden ons zelfs een beetje beledigd. Zo’n aanpak kan werken in Amerika, maar niet hier. Als je betaald hebt voor John Mayall, wil je de man zelf in een hoofdrol zien en niet zijn omhooggevallen band.

De komst van Mayall zelf bracht weinig soelaas. De man bracht een interessante mix van klassiekers en nieuw materiaal, maar elke emotie werd eruit weggevlakt door het routineuze spel van zijn “sessiemuzikanten”. Nummers als het oorspronkelijk sensuele All Your Love verdronken in een teveel aan noten en de lelijke hoge drumsound.

Sporadisch had het concert ook zijn mooie momenten. Als Mayall zijn mondharmonica bovenhaalde en zelf alle aandacht opeiste, klonk hij betoverend als vanouds. Burn The Bridges was een van de weinige songs die eenvoudig werden gehouden. Daardoor was het honderd keer mooier dan de rest. Op zulke momenten klapte het publiek spontaan mee en klonk het applaus voller en enthousiaster dan ooit.

Liedjes als deze waren echter zeldzame oases in een woestijnlandschap. De vervelende gitarist verknoeide het grootste deel van het concert met zijn overenthousiast Amerikaans gewauwel en zijn potsierlijke soloreeksen. John Mayall en zijn Bluesbreakers klonken zielloos en routineus. Alle passie leek verdwenen. In een woord: teleurstellend.

November 8, 2008
Lene Hardy