John Grant - Welcome in the dangerous mind of John Grant

Trix, 21 november 2018

John Grant was nog eens in het land waarvan hij de taal zo schattig vindt. En hij bracht de band mee die zijn vijftigste verjaardag had opgeluisterd in Ohio. Dat was, naar verluidt, een stevig feestje. En omdat wij van feestjes houden, zakten wij graag af naar Trix.

Two Medicine, de band van Midlake-bassist Paul Alexander, mocht John Grant aankondigen en deed dat ook echt aan het eind van de set. Het afscheid werd namelijk gezongen: “It’s time for John Grant to join us”. Het was het enige grappige moment in de verder erg serieuze, dromerige set waarin akoestische gitaar en langgerekte synthpartijen heerlijk versmolten met de mooie samenzang van het duo.

Oblivion zette de toon al werd daarna voorzichtig de rand van de dansvloer opgezocht met Will Not. De twee nummers waren alleszins illustratief voor de rest van de set waarin Paul Alexander en Aimee Adams de nummers vaak in elkaar lieten overlopen zodat er amper ruimte was voor applaus. Nog niet eens zo dom, want zo werd de magie niet doorbroken. Bindteksten lieten ze ook achterwege. En zelfs onderling communiceerden ze subtiel en woordenloos. Toch die debuutplaat ‘Astropsychosis’ nog eens opleggen thuis.

Aan de merchandising verkocht men een T-shirt van John Grant met daarop iets als ‘Welcome in the dangerous mind of John Grant’. De ideale titel voor deze recensie, want ook vanavond toonde de beer verschillende facetten van zijn overweldigende persoonlijkheid.

Aan de ene kant heb je de John Grant van gevoelige pianoliedjes als It Doesn’t Matter To Him, Is He Strange? en Caramel, maar er is ook de “drag queen” John Grant die met glitters op het gezicht en in de baard elektronische dance maakt en niet zou misstaan in een zweterige homoclub. En dan is er ook nog de vertwijfelde John Grant die zijn mooiste nummers uiteen laat rijten door splijtende gitaarsolo’s en onverwachte uithalen.

Tempest uit zijn meest recente album ‘Love Is Magic’ trok de set aarzelend op gang. Het is zo’n nummer dat langzaam aanzwelt om dan te eindigen in een zompige, elektronische brij met opzettelijk offbeatdrums. Het gaat over escapisme en is één van Grants minder persoonlijke nummers, maar wel eentje dat maatschappelijk relevant is.

Dat zijn ook nummers als Global Warming en Grey Tickle, Black Pressure, het titelnummer van zijn vorige plaat, die even later volgden . Even leek het dus alsof we vertrokken waren voor een serieuze avond, maar dan doken we plots het nachtleven in met Preppy Boy - waarin zowaar een koebel opdook - en Smug Cunt waarvoor Paul Alexander kwam meezingen over masturbatie. Voor we het wisten, bevonden we ons midden in het vreemde universum van Grant dat steeds weirder werd met Metamorphosis en Pale Green Ghosts.

Ook voor de gevoelige, tedere John Grant achter de piano was er plaats. Voor twee nummers toch, want het daaropvolgende Glacier eindigde zoals de titel klinkt: zwaar, schurend en alles meesleurend. Met He’s Got His Mother’s Hips en Black Belt doken we terug de club in voor wat verstrooiing om dan nog eens uit elkaar gescheurd te worden door het intense Queen Of Denmark.

Even moesten we wachten op de bisronde, maar die was meteen goed voor rechtopstaande haren op de armen met Marz, één van de gevoeligste nummers die Grant ooit pende. En ook al beweerde hij daarna “The Greatest Motherfucker” te zijn die we ooit zouden ontmoeten, we knuffelden hem graag op Caramel.

Het was lang geleden dat we John Grant hadden gezien, maar hij koesterde nog altijd liefde voor het Vlaams en wij zullen deze vreemde, gigantische teddybeer in ons hart blijven dragen.

22 november 2018
Marc Alenus