Jazz Middelheim Dag 4: Een vol huis voor Van Morrison

Park Den Brandt, 3 augustus 2017 - 6 augustus 2017
Jazz Middelheim

Dag vier, de laatste festivaldag in het wonderlijke park Van Brandt en een vol huis voor muzikale legende Van Morrison, die niet teleurstelde maar evenmin het verwachte vuurwerk opleverde.

Een beetje een bijzondere dag ook, die wat vroeger dan normaal van start ging. Klokslag twaalf zetten we de festivaldag in aan een door zonnestralen omgeven club stage met een Jazz Talk met jazz educator Ashley Kahn. Die had niemand minder dan artist in residence Mark Giuliana uitgenodigd voor een 'Before & After'-luistersessie, zoals hij eerder op het Mondriaan Jazz Festival deed met Ravi Coltrane. Een “test”, al wilde Kahn het niet als dusdanig omschreven hebben. Bedoeling was om te zien en te horen hoe de artiest in kwestie reageert, om een inzicht te krijgen in waar artiesten zoal op letten zodat je als toeschouwer en luisteraar mee in de gedachtewereld van de artiest kon kruipen.

Voor een wel héél erg select publiek van welgeteld drie luisteraars (inclusief ondergetekende) – al kwam er gaandeweg nog wat publiek bij – brachten Khan & Giuliana een onderhoudende en boeiende jazz talk, de laatste van dit festival en misschien wel de meest bijzondere. Het siert de organisatie van Jazz Middelheim dat ze deze talks blijven organiseren, zeker ook omdat ze op die manier niet alleen de context van de muziek verbreden, maar vooral ook de toegankelijkheid van de jazz en de band tussen artiest en publiek bevorderen.

Helaas moesten Khan & Giuliana er voortijdig mee ophouden omdat Giuliana op het hoofdpodium zou aantreden met Penny Freeman ft. Mark Giuliana, de verzamelnaam van een aantal studenten uit het koninklijk conservatorium. Net als zijn voorgangers (o.a. Avishai Cohen) liet de ruimschoots ervaren Giuliana zich maar al te graag verrassen door zijn medemuzikanten zoals gitarist Willem Heylen, pianist Karel Cuelenaere en bassist Cyrille Obermeier.

Zo'n artistiek uitdagende samenwerking is natuurlijk altijd iets om naar uit te kijken. Zo had de gelegenheidsformatie maar een handvol dagen om iets in elkaar te boksen voor dit concert als opener van de laatste festivaldag. Repertoirekeuze,  bijvoorbeeld bleek best een grote uitdaging. Voor dit project putte het collectief onder meer uit de respectievelijke oeuvres van Aka Moon en Octurn naast enkele eigen composities. En zelfs metal (!) bleek een invloed te zijn.

Dat bleek een goede zet. We hoorden ondanks de aanwezige stress een zeer fijn concert waarbij de speelkans ten volle benut werd. Gaandeweg ging de bende rond Giuliana steeds beter spelen en bekommerden ze zich minder om de perfectie. Klankgewijs zocht Penny Freeman (een groepsnaam die geïnspireerd werd op een artikel in de krant) verschillende zones en texturen op, gaande van uiterst verfijnd (en dromerig zoals Slaapzacht) tot meer uitzinnige passages.

Veel spelplezier op het podium ook, dat zien we natuurlijk altijd graag. En de aanstekelijkheid waarmee deze bende musiceerde kwam ook erg goed over. Er was ruimte om te spelen en te improviseren. Dat deden ze ook naar best vermogen. Grote duim voor Penny Freeman ft. Mark Giuliana die zelfs een bis (Unwind?) uitlokten.

Tof ook om te merken dat de organisatie van Jazz Middelheim zich om dit soort projecten bekommert, tenslotte zijn dit de actoren die mee de toekomst van de Belgische jazz zullen gaan vormgeven. We gaan ongetwijfeld nog veel van dit jong talent horen !

Op naar saxofonist (en vocalist) Nicolas Kummert die het zijpodium mocht inpalmen. Dat deed hij eerst met een set in duo met Igor Géhénot op piano. Die laatste is een nog jonge pianist, een jazzbelofte zowaar die al een aantal albums op zijn cv heeft staan, zoals onder meer het recente 'Delta' en eerder ook het veelgeprezen 'Motion' en 'Road Story'.

Met zijn tweetjes namen ze rustig de tijd om het publiek voor zich te winnen. De combinatie piano en sax maakte het meer dan de moeite, al sprongen ook de vocals van Kummert er wat uit. Net als bij Chantal Acda werkte de duobezetting heel goed, net omwille van de eenvoud en precisie waarmee beide muzikanten speelden. En elkaar ook desgevallend complementeerden. Twee vrienden die vol vertrouwen een muzikale dialoog aangaan, we zien het maar al te graag gebeuren.

Dat leverde een intieme en bovenal warm klinkende set op, waarbij vooral het repertoire opviel. Zo weerklonk plots Smells Like Teen Spirit (Nirvana) en later zouden ook Hallelujah (Leonard Cohen)  - te vinden op zijn album 'La Diversité' - en Wonderwall (Oasis) passeren. Nadeel: wie van slechte wil was, vond het 'een doordeweeks coverbandje'. En dat was het nu net niét.

Het illustreerde goed dat Kummert wel weg wist met een aantal standards die weliswaar geen jazz waren, maar dan toch een jazzy jasje kregen aangemeten. We hoorden veel oprechte liefde voor poppy melodietjes, maar vooral twee muzikanten in een intieme en eerlijke setting. Kummert liet horen over een aardige stem te beschikken die in die kale dialoog met piano en sax soms wat naar Chet Baker neigde (wat tussen de regels door weer een knipoogje was naar Van Morrison die ooit met Chet Baker speelde).

Nog nagenietend van een al te korte set van het duo Kummert-Géhenot trokken we alweer naar de Main Stage waar de Britse Becca Stevens voor een heel goed optreden tekende. De componiste had een kleine band rond zich verzameld, maar begeleidde zichzelf op gitaar en ukelele. Grote verrassing was de inzet van de fantastische bassist Chris Morrissey (Mark Giuliana) die inviel voor haar vaste bassist, die thuis bleef om de geboorte van een zoon of dochter mee te maken.

"Hi, we're Becca Stevens Band and we're gonna play some original music for you", zo vatte Stevens haar concert aan. Al snel bleek de stemmige jazzrock doel getroffen te hebben bij het publiek dat zich liet vervoeren door de muziek en de niet zelden sarcastische humor die Stevens gaandeweg steeds vaker bedreef. Ze bracht ook een optreden waarin heel wat contrasten zaten: van engelachtige ukelele en charango songs tot assertieve, uit de kluiten gewassen rocksongs.

Aan het begin van de set putte ze onder meer uit haar 'Perfect Animal' en ‘Weightless’ album (Canyon Dust) , al schakelde ze snel over naar een mix waarbij vooral het nieuwere werk uit 'Regina' een plaats kreeg. Genieten van de grasshoppers tijdens Queen Mab bijvoorbeeld en ook Lean On en Venus waren te horen.

Stevens was opgetogen met de boomrijke omgeving en bracht samen met haar band (met o.a. Michelle Willis op keys) voor een goed gevulde Main Stage poppy songs die met hun hooks duidelijk een publiek vonden, zoals Well Loved uit "the queen album". Naar het einde toe viel vooral het aan artist in residence Mark Giuliana opgedragen en van bij Stevie Wonder bekende As - "an unconditional lovesong" - op. Die introduceerde ze door te zeggen dat ze het nummer voor de allereerste keer speelden op de trouwerij van Giuliana.

Met The Muse wilde ze haar concert besluiten, maar het publiek vroeg en kreeg meer met het van Joni Mitchell bekende Help Me, waarmee de Becca Stevens Band in een trek door een drie maanden durende tour besloot. Becca Stevens maakte heel wat nieuwe fans in de zaal, zo bleek ook uit de signeersessie achteraf. Een royaal concert dus, die ons eraan herinnerde dat zij naast Chantal Acda helaas een van de weinige vrouwelijke stemmen op deze affiche was.

Op het zijpodium had Nicolas Kummert inmiddels wat andere muzikale talenten rond zich verzameld zoals gitarist Lorenzo Di Maio, gitarist Benjamin Suzereau en bassist Daniele Cappuci. Daarmee presenteerde Kummert het publiek een drumloos kwartet onder de noemer 'Résonance'.

Het curatorschap van het zijpodium biedt natuurlijk vele voordelen, al is de belangrijkste misschien wel dat je je er als artiest sterker kan profileren door verschillende facetten te laten zien en door soms wat onverwachte samenwerkingen samen aan te gaan.

Hier dook een onuitgegeven kwartet op dat naar believen kon freewheelen en de mogelijkheden van de hen gegunde carte blanche erg goed benutte. Jazz, maar dan vooral ondersteund door het gitaarwerk van Suzereau en Di Maio, waardoor onder meer verwezen werd naar het werk van Jim Hall en Bill Frisell. Knap ook hoe het geheel letterlijk resoneerde.

Meer dan ooit heeft Dans Dans een internationaal profiel, wat ook af te lezen valt uit hun tourschema. Hier op Jazz Middelheim was het, zoals te voorspellen viel, een dik verdiend gewonnen thuismatch. Het trio Dockx-Jacques-Cassiers kon eigenlijk niet veel anders dan er een heerlijk feestje van maken.

In hun achterzak vier albums. Al lieten ze op het hoofdpodium als vanouds de inspiratie van het moment de vrije loop. Dat is de grote sterkte van deze groep: straffe composities die zich niet laten hinderen door een welbepaald frame.

Dans Dans betoverde het publiek en nam het mee op een trip zoals onder meer tijdens het uit de recente langspeler 'Sand' geselecteerde TV Dreams met die uiterst minimale, ja zelfs dansende gitaarlickjes.

Maar even goed gaf de groep, die gisteren nog een try-out speelde in het Brusselse Café Merlo, ook van jetje en speelde zich diep in het zweet. Met een explosieve gitaarbeul als Bert Dockx die soms erg lijfelijk zijn gitaar bestierde met als tegengewicht de beheerstheid van de wat stillere Frederic 'Lyenn' Jacques op bas en het trefzekere en secure drumwerk van Steven Cassiers bouwde het Dans Dans trio langzamerhand de spanning op.

Het publiek kon hier niet genoeg van genieten, ook al was jazz slechts een van de elementen in het erg aparte groepsgeluid. De groep, fans van experimentelere jazzstuff als ICP Orchestra, John Zorn en cinema (Ennio Morricone), teerde op eigen materiaal, maar besefte gelukkig dat ze op een jazzfestival stonden waardoor een streepje Duke Ellington (Fleurette Africaine) niet mocht ontbreken en ook het stevig schurende Freedom Suite - Movement 2 (de Sonny Rollins bewerking van op het debuut) passeerde.

Naast jazz bleek ook blues (o.a. de op cassette gespeelde Blind Lemon Jefferson sample) en folk een inspiratiebron voor de groep die iets ronduit uniek doet met allerhande ideeen en invloeden en heel eigen sound en signatuur presenteerde.

Woorden volstaan niet om de ervaring van dit concert uit te drukken, daarvoor moet je dit Dans Dans trio zelf beleven. Het trio stond meer dan terecht op het hoofdpodium van Jazz Middelheim, al stonden ze daar misschien net iets te vroeg geprogrammeerd. Wie hen aan het werk zag in donkere, duistere zaaltjes als Het Bos weet ongetwijfeld wat we bedoelen. Al maakt dat ook deel uit van de flexibiliteit van deze band die zowel in een klein café als op het hoofdpodium van een jazzfestival uit de voeten kan.

Na de heerlijke Dans Dans-set trokken we wederom naar de Club Stage waar Nicolas Kummert aantrad samen met de Senegalese gitarist Hervé Samb en drummer Jasper Van Hulten. 'Sym', zo heette het project.

Vooral de bijzondere inbreng van Samb die soms flirtte met funk en rock viel ons hier erg op, die zich richt op eigen projecten en albums. Veel energie, veel groove ook, naast spelplezier. Memorabel was het stukje Somewhere Over The Rainbow dat plots opdook en naar het einde van de set toe zorgde dit trio voor een bijzondere herinterpretatie van de Coltraneklassieker A Love Supreme. Die herinnerden ons eraan dat ook Kummert diverse invloeden opslorpt, gaande van poptunes tot meer poëtische en verstillende jazz.

En dan was het de beurt aan headliner Van Morrison, de man die voor een vol huis in Jazz Middelheim zorgde. De Ierse muzikant staat bekend als een knorrige brompot en een last voor journalisten, maar hij leek opvallend goedgezind aan zijn set op Jazz Middelheim te beginnen. Mogelijkerwijs had dat te maken met nieuw werk van hem dat er zit aan te komen.

Driedelig pak, zonnebril, trendy hoedje. Van The Man was er net als het talrijk opgekomen publiek klaar voor.

Openen deed hij met een wat zwierderig ingezet Moondance, slechts een van zijn vele klassiekers uit zijn meer dan uitgebreide discografie. En al snel volgde ook een klassieker als Have I Told You Lately die hij opvallend vroeg prijsgaf en helemaal niet opspaarde tot de bissen. Helaas bleek het een wat zielige, opmerkelijk ongeïnspireerde muzakversie waarvoor je hem wou kielhalen als je kone. Hij speelde het omdat het publiek dat nu eenmaal van hem verwachtte, meer niet.

Met de uitgebreide songcatalogus van Van The Man kon het concert alle richtingen uitgaan. Al hoorde je wel duidelijk dat hij zich niet al te veel aantrok van de legendarische platen in zijn oeuvre en zich liet leiden door recenter materiaal zoals het uit 'Keep Me Singing' geplukte Too Late of het zich alweer in blues wentelende Roll With The Punches.

De Ier bracht in wezen een concert waarbij hij maar al te zelden écht goud (zoals met Got To Get Back) aanraakte. Warm Love bijvoorbeeld, werd net als een kabbelend Sometimes We Cry eveneens maar al te luchtigjes afgeraffeld. En dat de zoals steeds zich in stilte hullende Van Morrison (op een enkel Thank You'tje na of een wat norsig aangekondigde songtitel) de muziek liever deed spreken dan zich eens tot het publiek te richten kon je jammer vinden, maar het bleek eigen aan de onvermurwbare Van Morrison die zijn status als nukkige brombeer alle eer aandeed.

Zijn optreden was dus niet altijd Magic Time of Precious Time. Opvallend was hoezeer hij zich in de blues wentelde, met onder meer citaties van Sonny Boy Williamson (een bijzonder straf Help Me) en de blueshelden van weleer zoals zijn maatje John Lee Hooker. Blueskraker Baby Please Don't Go mondde uit in een stukje Parchman Farm (Bukka White), waarin de Ier zijn vertrouwde mondharmonica alle eer aandeed. Die bluesy passages zoals ook Shake Rattle And Roll waren erg goed, maar werden naar ons gevoel te zeer verstoord door 'wegwerpsongs' en crowdpleasers als het tot goedgeluimdheid aanzettende Bright Side Of The Road of Jackie Wilson Said (I'm In Heaven When You Smile).

Van kan nog een behoorlijk stukje blazen. En ook vocaal was het goed. Geweldige band ook,  die onder meer schitterde tijdens In The Afternoon waarin ook nog eens Ancient Highway geciteerd werd. Alleen: niets aan interactie met het publiek. Zodoende kwam het concert vaak erg steriel en uiterst afstandelijk over. Dat is jammer, wetende dat Van The Man soms goed is voor werkelijk fenomenale concerten, al is zijn échte glorietijd (check gerust hoe Van op het recent heruitgegeven 'It's Too Late To Stop Now' het ene na het andere hoogtepunt laat horen) stilaan wel voorbij.

Wie kwam voor het vroegere werk, kwam helaas al te bedrogen uit. Van raakte het maar uiterst zelden aan (op de het uit de oerklassieker 'Astral Weeks' gehaalde The Way Young Lovers Do na misschien), al liet hij niet na om toch een paar hits voor de grote mensenzee voor hem te spelen. Vooral naar het einde toe diende hij het publiek te paaien door wat lusteloos de meezingers Brown Eyed Girl en een rockend Gloria (jaja, G-L-O-R-I-A kreeg zeker de tent nog eens old fashioned aan het dansen en de handjes op elkaar) nog eens van stal te halen.

Toen de negentig minuten om waren, vertrok Van zonder boe of ba naar de coulissen, niet echt gevend om een publiek dat bijzonder véél voor hem over had. Op naar de volgende in te vullen ninety minutes of superstar fame waarin we nu al met zekerheid tien minuten Brown Eyed Girl en Gloria kunnen weggeven.

Nee, dan hadden we hem ons véél liever iets (éérlijk: eigenlijk eender wat) uit misschien wel zijn échte meesterwerk 'Veedon Fleece' horen spelen of een wereldsong als Tore Down A La Rimbaud. Helaas, pindakaas. Nu, niet dat Van echt zwaar teleurstelde. Zover willen we zeker niet gaan, maar een beetje muzieklegende als Van zou op dergelijke festivals nét iets meer peper in zijn set gedraaid mogen hebben en wat meer risico en durf om wat meer 'transcendentale songs' uit zijn songcatalogus te brengen.

Dat het een slécht optreden was zult u ons niet horen vertellen. Blues, soul, jazz, gospel, folk,.. . Het zat echt allemaal in verweven. Dat is deels ook het kenmerkende van Vans optredens: een beetje van alles wat, een hedendaagse, hybride sound waar Van het vocale werk wat kracht bijzette met een streepje saxofoon en véél mondharmonica en zich liet omringen door stielmuzikanten. Maar écht goed tot de sterren uit de hemel spelen was er deze keer helaas niet bij.

We trokken als allerlaatste toetje naar het zijpodium om daar Drifter, de band met saxofonist Nicolas Kummert en de Finse pianist Alexi Tuomarila (o.a. Tomasz Stanko,..) aan het werk te zien. Het kwartet met onder meer ook drummer Teun Verbruggen (Jef Neve Trio, Flat Earth Society, Bureau Of Atomic Tourism,..) in de rangen had er duidelijk zin in en speelde dan ook erg energiek.

'Had zo op het hoofdpodium gekund', zo liet iemand zich ontvallen. En dat klopte helemaal. Al van bij start Crow Hill werd duidelijk dat de groep waanzinnig getalenteerd is. Wat een vitaal spelende topdrummer is Teun Verbruggen zeg ! En ook Tuomarila liet horen dat klaviervaardigheid zijn “fort” is. Bovendien is de groep knap geruggesteund door de prachtig spelende Alex Gilain die naast akoestische en elektrische bas ook gitaar speelde, onder meer tijdens het waanzinnig fraaie en emotioneel pakkende Upside Down.

Drifter is een kwartet vol krachtige persoonlijkheden, zo leidde je al snel af. Zij brachten geen complexe(re), maar net héél vrije en uiterst toegankelijke jazz. Drifter is in wezen de doorstart van het Alexi Tuomarila Quartet. Voor hun set putte de groep met tracks als het beeldend mooie Lighthouse vooral uit het album 'Flow', waarmee ze zowel bij pers als bij publiek veel lof oogstte.

Dit waren toppers van muzikanten die hun instrument beheersten, maar vooral het avontuur opzochten. Naar het einde toe kregen we ook The Elegist en Vagabond te horen. Tegen dan had Drifter het publiek helemaal voor zich gewonnen. Restte nog een prachtig strikje rond de concerttent te halen met een bij Sting geleend King Of Pain. Het regende uitzinnige reacties en de groep verzocht het publiek om te gaan dansen, waarna ook Kummert met zijn sax zich al dansend tussen het publiek gooide. “Nog een enkele bis voor ze ons hier buiten zwieren”, liet een overduidelijk genietende Kummert zich ontvallen. Zo werd duidelijk dat Drifter hier op Jazz Middelheim weer een aantal nieuwe fans had aangesproken.

Dit was een pracht van een concert om heerlijk de nacht mee in te duiken. Daarmee besloten  Nicolas Kummert en co niet alleen deze festivaldag, maar ook een erg fijn vierdaags jazzfestijn met ontzettend véél hoogtepunten en maar een handvol tegenvallers.


7 augustus 2017
Philippe De Cleen