Jazz Middelheim Dag 3: jazzpreacher Weston geef masterclass Monk

Park Den Brandt, 3 augustus 2017 - 6 augustus 2017
Jazz Middelheim

Dag drie van Jazz Middelheim werd op het hoofdpodium vrijwel volledig voorbehouden voor muzikale odes aan Art Blakey, Charles Mingus,  Thelonious Monk en - vreemd maar waar - John Lennon. Op het zijpodium was het de beurt aan de jonge, maar uiterst boeiende Ruben Machtelinckx. 

Voor de Jazz Talks had Ashley Kahn de negentigjarige pianist Randy Weston, Billy Harper, Bill Frisell en T.K. Blue opgetrommeld om toelichting te geven bij leven en werk van jazzgenie Thelonious 'Sphere' Monk. De invloed van zijn werk als componist en bandleider was enorm. Veel van zijn composities zoals Epistrophy en Off Minor werden jazzstandards die er ook vandaag nog toe doen.

Op het hoofdpodium werd deze festivaldag op bijzonder straffe wijze geopend door de legendarische, tegenwoordig in Parijs wonende en werkende Afrobeatdrummer Tony Allen, die ooit bij Fela Kuti speelde en hier met zijn kwartet het werk van Art Blakey en zijn Jazz Messengers terug tot leven wekte.

Samen met pianist Jean-Michelle Dary, bassist Michael Allamane en saxofonist Irving Acao bracht Allen Afrobeatversies van een handvol Art Blakey-klassiekers zoals Moanin' en A Night In Tunesia. Jazzveteraan Allen gaf vurige drumsolo's ten beste gaf in Drum Thunder Suite, maar ook pianist Dary sprenkelde lustig pianonotes in het rond. Met veel eerbied en levenslust gingen de heren tewerk.

Als Allen dan toch even het publiek toesprak, gaf hij kort, krachtig en verlegen aan dat hij nu eenmaal van zijn held Art Blakey hield en dat hij deze concertreeks op een heel eigen manier deed. Voor de set baseerde hij zich op de tribute-ep, die hij recent uitbracht, maar er kwam ook een "bonus from the past".

Dit waren geen steriele kopies, maar net bijzondere herinterpretaties door een legende die de herinnering aan een andere legende levendig wilde houden. Een geweldige opener van deze festivaldag.

Op het goed gevulde zijpodium mocht de Antwerpse jazzgitarist Ruben Machtelinckx het gastcuratorschap aanvatten. Dat deed hij met een handvol getrouwen zoals rietblazer Thomas Jillings, Nils Okland op de hardanger fiddle (een Noors, veelsnarig instrument), Niels Van Heertum op eufonium en percussionist Ingar Zach. Op het programma stond materiaal uit het veelgeprezen 'Felt Like Old Folk'.

Dit was donker, maar tezelfdertijd ook heel mysterieus en open. De grote kracht van dit combo zat in het vermogen om samen op zoek te gaan naar een ongekende klankenwereld waarin streepjes folk light en jazz elkaar kruisen; muziek waarin je helemaal kon opgaan en verdwalen.

Het concert bleek echt een samengaan van verschillende persoonlijkheden die bijdroegen aan een groter geheel. Uit het vioolspel steeg weemoed op, of Slavische folk gone wrong en het gesamtkunstwerkje piepte en kraakte heerlijk.

Cruciaal was de opvallende, artistieke integriteit van dit kwartet. De heel eigen klankwereld was niet de meest voor de hand liggende, maar het leverde wel een pracht van een concert op, waarbij een heel rijk aan gevoelens en ideeen werd bespeeld. Ook het filmische aspect van de composities kwam aan bod: Linus pookte zachtjes de verbeelding op met zinnestrelend mooie muziek. Straf concert !

Aan de Main Stage was het verzamelen geblazen voor Mingus Big Band, één van de vele big band-formaties tijdens dit jazzfestival. Een door auteur en weduwe Sue Mingus ondersteund all-star-collectief dat de opdracht had om het werk van de illustere, in 1979 gestorven Charles Mingus nieuw leven in te blazen.

Letterlijk dan, want naast drummer Jonathan Blake, bassist Boris Kozlov en pianist Theo Hill stond er zowaar een klein leger aan blazers klaar om uit het gigantische oeuvre van Mingus te plukken. De big band heeft talloze releases uit, waarvan er heel wat genomineerd werden voor een Grammy Award.

Niet enkel de gekende nummers, maar ook alternatieve zijwegen werden opgezocht. Van bij het begin werd ingezet op variatie door verschillende guestspots. De veelheid aan stemmen maakte het dan ook erg aangenaam om volgen. Boris Kozlov fungeerde als host was en voorzag de stukken van introducties en context.

Dat leverde met composities als Gunslinging Bird (oorspronkelijk titel: If Charlie Parker Were A Gunslinger, There'd Be A Whole Lot Of Copycats) een vol en feestelijk geluid op, dat sterk contrasteerde met de gevoelige folkjazz die Machtelinckx even daarvoor op het zijpodium bracht.

En passant leverde dat knipoogjes op richting jazzhelden als Charlie Parker en ook Jackie McLean kwam aan bod tijdens het aardige Profile Of Jackie. Ook het meer politiek getinte werk van Mingus was te horen: Fables Of Faubus bijvoorbeeld, waarvan de oorspronkelijke tekst gecensureerd werd, en het losjes op een anti-nazigedicht steunende Don't Let It Happen Here (uit 'Blues & Politics'). Uit datzelfde album zou ook het aan Lester 'Prez' Young opgedragen Goodbye Pork Pie Hat de setlist halen.

De virtuoze Mingus Big Band besloot de set met een fijn GG's Train. Het publiek liet zich door al dit spelplezier maar al te graag inpalmen.

Op het zijpodium kregen Linus (Machtelinckx + Jillings) versterking van gitarist en banjospeler Frederik Leroux, een aanstormend talent, en drummer Oyvind Skarbo. Vrije improvisatie als een instrument, niet als een genre, was de missie.

Zij brachten werk uit 'Onland' dat het moest hebben van zachte, sferische klanken die telkens weer andere impressies opleverden. De zoete gitaartokkels, het traag maar trefzeker blazen van Jillings en de extra laagjes van Leroux en Skarbo op gitaar, banjo en drums maakten het helemaal af. Dit was een wonderlijke dialoog waarbij de muzikanten op zoek gingen naar eigen terrein, om dat dan vervolgens in vraag te stellen.

De focus lag naast meditatieve country en folk op "deep listening". Wie zijn best deed, kon daarin onder meer een zekere, zorgvuldig opgebouwde spanning ervaren. Jammer van het omringende geblaat van sommige toeschouwers. In concertzalen als de Rataplan, waar Machtelinckx regelmatig te gast is, komt dit soort muziek vanzelfsprekend beter tot zijn recht. Nu was het eerder een soort roadshow, waarbij ze in relatief korte tijd een impressie van eigen kunnen gaven.

Het gezelschap ging soms helemaal de diepte in en zorgde ervoor dat de schier ongrijpbare sound een heel bijzonder verhaal vertelde. Ze hadden er duidelijk zin in, gingen zelfs over de voor hen voorziene tijd en moesten de set uiteindelijk noodgedwongen staken. Wij hopen alvast dat er een aantal zieltjes voor Linus gewonnen zijn.

Dat gitarist Bill Frisell iets met het werk van John Lennon heeft, bleek al uit 'All We Are Saying'. Op de Main Stage recruteerde Frisell voor zijn eerbetoon aan Lennon pedalsteelspeler Greg Leisz, violiste Jenny Scheinman, bassist Tony Scherr en drummer Kenny Wollesen.

"All We Are Saying - The Music Of John Lennon" was misschien wel het meest kleffe concert van Jazz Middelheim. Zelden zo'n gemakzucht ervaren als tijdens dit concert met die wollige, oversentimentele en ronduit ongeïnspireerde sound.

Noch spanning noch artistieke geestdrift waren hier te vinden. Bovendien speelde Frisell, nochtans een meesterlijk gitarist, vrijwel continu in zijn zeemzoeterige gitaarstijl, die dan nog ondersteund werd met de slaapverwekkende pedalsteel van Leisz en het stemmige, sobere vioolspel van Scheinman. Het kan natuurlijk aan ons liggen, want Frisell werd door het publiek regelmatig voor de inspanningen beloond.

De derde set van Ruben Machtelinckx stond in het teken van het veelgeprezen, in Kopenhagen opgenomen album 'Faerge'. Rond hem een aantal vertrouwelingen zoals Joachim Badenhorst op klarinet en sax, gitarist Helmar Jonsson en contrabassist Nathan Wouters.

Speelse schoonheid en warme klanken, mistige schaduwen, verleidelijk, maar vooral bijzonder. Een zekere frivoliteit ging hand in hand met zorgvuldig opgebouwde spanning. Sterk op de millimeter getrimde jazz, muziek waar je je als luisteraar heerlijk in kon wentelen. Het minimalistische van Nick Drake dook op, maar deze groep eigende zich eveneens een heel eigen, vaak door melancholie aangesterkt geluid toe.

Opmerkelijk hoezeer deze groep gebruik maakte van vaardig aan elkaar geplakte partituren. Minstens zo opvallend was de veelheid aan gitaarwissels. Machtelinckx had een stel gitaren en banjo ter beschikking, maar moest om de haverklap die instrumenten stemmen. De groep begon er goed voorbereid en iets vroeger dan voorzien aan, maar werd en route' geplaagd door technische problemen (een versterker die het plots liet afweten). Toch slaagde Machtelinckx erin om weer een nieuw facet van zijn muzikale inspiraties toe te lichten.

De in Brooklyn, New York geboren pianist Randy Weston bracht met zijn African Rhythms Centennial Tribute een ode bracht aan Thelonious 'Sphere' Monk. De negentigjarige Weston stond vandaag als headliner op Jazz Middelheim om te bewijzen hoe Monk (evenals Count Basie, Sir Duke Ellington en Art Tatum) zijn leven en werk hebben beïnvloed.

De boomlange muzikant ging op zoek naar de essentie van Monk. De discografie van Weston is veelzeggend. Niet alleen heeft hij oog voor de groten in de Amerikaanse jazz, maar evengoed wordt hij diep geaffecteerd door Afrikaanse invloeden. Tezelfdertijd legt hij connecties met Chinese muziek en andere culturele en muzikale (gnawamuziek) uitingen.

Eerst evoceerde Westen Monk solo op piano en koppelde hij wereldwijsheid aan uiterst vaardige vingers. De kenmerkende blue notes werden afgewisseld met plotse akkoorden, toonladders op en af. Net als Monk liet Weston eigenzinnigheid horen; "Misterioso, misterioso".

Weston nam ook de rol van Ashley Kahn als jazz educator over: "Jullie, geacht publiek, zouden immers veel meer naar Monk moeten luisteren, maar ook naar al die andere jazzhelden (Sir Duke, Nat King Cole), waarvan de geschiedenis tot diep in het Afrikaanse supercontinent reikte". In zekere zin maakte hij ook de brug van verleden naar het heden door indirect te verwijzen naar hedendaagse artiesten als Ahmad Jamal die de erfenis van Monk mee levend houden.

"You can't make tradition better, because it is spiritual". Weston zocht er niet naar om Monk heruit te vinden of te herinterpreteren. Muzikaal werd het ondersteund door percussie (de magische conga's van Neil Clarke), walk-and-talk bass (Alex Blake) en veel swing. Weston kreeg al snel het publiek op zijn hand. Niet alleen werd er briljant gemusiceerd, ook zat er veel vaart in de set.

Naar het einde toe plooide Weston op nog diepere roots terug met een languit gespeeld African Sunrise. Als een volleerde jazzpriester maakte hij een impressionante connectie met de spirit en muziek van Thelonious Monk. Misschien wel de meest indrukwekkende passage was Blue Moses waarbij hij gebruik maakte van traditionele gnawamuziek. Ook de daaropvolgende drumsolo was meer dan de moeite.

Om de festivaldag af te sluiten was er nog een toetje in de vorm van Linus + Okland / Van Heertum / Zach op het zijpodium. De ideale gelegenheid om in vrije modus werk uit dat nieuwe album (te verwachten in het najaar) live uit te proberen. Een mooi einde van deze festivaldag.


6 augustus 2017
Philippe De Cleen