Jazz Middelheim Dag 2: Britse elektronica en intimiteit

Park Den Brandt, 3 augustus 2017 - 6 augustus 2017
Jazz Middelheim

De tweede festivaldag was het Britannia that Ruled: veel Britse nu-jazzexponenten als Portico Quartet en Cinematic Orchestra, maar ook artist in residence Giuliana dook weer op. En Chantal Acda mocht het gastcuratorschap van Jozef Dumoulin overnemen.  

Ashley Kahn legde vandaag Jozef Dumoulin op de rooster voor zijn Jazz Talks, maar ook Jason Lindner en Fabian Almazan kwamen met plezier toelichten hoe het nu zat met de knobdialers en -twisters. Terwijl de zon erdoor kwam, hoorden we hoe het jazzpraatje vooral draaide rond keyboards, synths en de manier waarop elektronica en technologie steeds meer intrede maken in de jazzwereld. Tijdens de luistersessie kon je vaststellen hoe bijzonder aanstekelijk en dansbaar dat knoppengedraai kon zijn.

Op het hoofdpodium stond de Londonse groep Portico Quartet aan. Die band illustreerde treffend hoe jazz en elektronica met elkaar kunnen versmelten. Zij brachten sfeervolle livemuziek met saxofoon, bas, drums, maar er werd evenzeer goed gebruik gemaakt van de mogelijkheden die de hedendaagse technologie biedt zoals drummachines en samplers. Meer zelfs: die elektronica bleek net de basis van de sound. Dat leverde instrumentale mood music op, in het verlengde van groepen als GoGo Penguin, BadBadNotGood en Stuff!.

Kenmerkend was de vrijheid waarmee deze band tewerkging. Als de bas bijvoorbeeld bespeeld kon worden met een bankkaart, dan deden ze dat gewoon. En net als GoGo Penguin op Gent Jazz groeide deze groep met ouder werk als Ruins en nieuwe tracks als Endless en Current History gaandeweg een beetje boven zichzelf uit. Complexe ritmiek werd aangevuld met de soms heerlijk voluit gaande, soms schurende (mini)saxofoon. En naar het einde van de set dook er met Clipper ook een zoete latin feel op. Jammer dat ze die instrumentale set maar voor een halfvolle Main Stage moesten brengen.

Portico Quartet zorgde met een degelijke en professionele set met veel werk uit het nieuwe album (Objects To Place In A Tomb, Aluminium Beam, het fraai uitgewerkte Spinner en bisnummer City Of Glass) voor een vroeg hoogtepunt.

Gastvrouw Chantal Acda ging daarna in een intussen goed volgelopen Club Stage in dialoog met het veelkoppige mannenkoor Arc Sonore, samen met percussionist Eric Thielemans en eufoniumspeler Niels Van Heertum. Al van bij het begin zoog Acda de aandacht naar zich toe met We Will, We Must uit 'Let Your Hands Be My Guide'. Maar ook het koor liet zich niet onbetuigd en maakte duidelijk waarom zij één van de meest gevraagde koren in het land zijn.

Door het aparte, vaak sacrale karakter van het koor en de manier waarop zij gestalte gaven aan de songs van Acda, kreeg je een apart effect. Misschien dat dit soort intieme performances niet meteen op een festival past, maar geen ziel die daarom maalde.

Acda stond garant voor een korte, maar geslaagde set, waarmee meteen werd bewezen dat de composities van Acda ook in andere context overeind blijven. Naar het einde toe kwam er zelfs een wat aparte spanning uit voort, omdat de ijle, soms noordelijke klanken richting ambient uitgingen om naar het einde toe getopt te worden door het eufonium van Niels Van Heertum.

Met zijn 'Beat Music'-project ging het op het hoofdpodium voor Mark Giuliana deze keer om de nobele kunst der improvisatie, één van de vele gedaanten van de muzikant. Vanzelfsprekend putte hij uit zijn 'Beat Music: The Los Angeles Improvisations'.

Samen met bassist Chris Morrissey en toetsenist Jason Linder werkte Giuliana zich al snel in het zweet. Uptempo ritmes, die soms stevig versnelden, dan weer in het gareel werden gehouden, maakten er inherent deel van uit. Niets stond op voorhand echt vast. Het kon alle richtingen uit en dat bewees de drummer met deze mix van jazz, soul, rock en kwieke electronics. Met 'Beat Music' zit hij in het verlengde van wat Makaya McCraven doet: beats en (complexe) drumpatronen ontwikkelen en op basis daarvan al improviserend een stevige jam met topmuzikanten aangaan.

Giuliana zocht de schemerzone tussen akoestisch en elektrisch op. De feel eerder dan (technische) precisie was belangrijk. Beestig hoe Giuliana dolde met samples (van Meshell 'Ndegeocello in Strife). Die samples gebruikte hij om een boodschap mee te geven en op zoek te gaan naar de muzikale bronnen en inspiraties van zijn jeugd. Dan denken we bijvoorbeeld aan de Bob Marley-cover Johnny Was. In afsluiter en hoogtepunt Public Interest  werden drums, beats en knallende improv gekoppeld aan atmosferische samples, die de invloed van televisie, radio en media aan de kaak stelden.

Dit project toonde een heel ander aspect van Giuliana dan met zijn jazz quartet de dag voordien.

Slagwerker Eric Thielemans, bassist Shahzad Ismaely (Marc Ribot, Lyenn) en gitarist Jean-Yves Evrard (Maak's Spirit) testten met het 'Translations'-project uit of het werk van Chantal Acda ook in instrumentale versie stand hield. Dat deden ze hier voor de allereerste keer live.

Dit was totale deconstructie; radicaal, met schurende gitaarsoli en dolle exploraties door Evrard, het soort waar pakweg fans van John Zorn en Rudy Trouvé wild van worden; zo hemeltergend dwars dat er vrijwel nergens nog een aanknopingspunt te vinden was met het werk van Acda.

De Zorneske variatie teerde op frictie, maar ook op instinct en impuls. Deze set stond in schril contrast met de kwetsbare intimiteit die Acda's werk kenmerkt. Ook het spontane, het directe en intuïtieve hoorden daarbij.

"The only word left is gooodbye", zo en niet anders opende de Brit Matthew Herbert zijn set. Met zijn Brexit Big Band nam hij zeer duidelijk een politieke stelling in, maar koppelde dat ook aan een straffe performance.

"Bigger than life" was dit concert; Herbert als bandleider naast een hoop blazers (trompetten, saxen, trombones) inclusief een Belgisch-Nederlandse delegatie (met Steven Dellanoye, die daags voordien nog bij Urbex speelde) en een uitgebreid koor. Desondanks zat er meer dan ooit swing in de pan.

Krakende radiosamples leidden de big band in, maar niet voordat Herbert kort toelichtte dat het met dit Brexit Big Band project vooral zijn intentie was om meer dan ooit samenwerking en solidariteit te benadrukken. Niet alleen was dit een conceptueel huzarenstukje met zowaar "a legal document put to music", ingeleid door ratelende speelgoedinstrumenten, maar ook een uiterst doordacht proces waarbij progressieve en creatieve concepten een feestelijk muzikale en vaak inventieve vertaling kregen.

De ravissante vocaliste Rahel Dessalegne droeg daar in sterke mate toe bij. Zij deed denken aan de zijdezachte stem Billie Holiday, maar kon evengoed ijzig koud een dolk in je hart steken zoals Beth Gibbons dat kan.

Herbert liet een stapel exemplaren van The Daily Mail aanrukken om die "rightwing shit" te verscheuren, netjes ingepast in de muziek. De muzikale begeleiding was soms late nite jazz, maar kon ook als de beesten swingen. Verderop vertaalde het koor de vertwijfeling (de tegen elkaar kakelende yes- en no-kampen) en chaos naar muziek. Aan concepten en ideeën was er dus geen gebrek en Herbert bedacht er steeds weer de gepaste, muzikale begeleiding bij om zo de bitterzoete ironie maximaal uit te spelen. Haaks daarop stond het minimalisme van Be Still, ingeleid door hartkloppingen, dat ook voor een hoogtepunt zorgde. Herbert bespeelde zo meesterlijk verschillende stemmingen.

Entertainment is een vak en Matthew Herbert beheerst die stiel tot in de puntjes. De hilarische knipogen - soms open en bloot, soms subtiel tussen de regels te lezen - werden briljant geregisseerd. Naar het einde toe werd de inbreng uit het publiek letterlijk in het geheel opgenomen. Herbert liet een meterslange microfoon over het publiek zwaaien om er samples uit te puren. Ook zijn kurkdroge humor ("My flemish is terrible", nadat het publiek de tel miste) werkte bijzonder aanstekelijk.

De combinatie Chantal Acda en Bill Frisell was mooi om zien; twee verwante zielen die elk op hun manier intimiteit, broosheid en fragiliteit verklankten. Twee gitaren, soms akoestisch, dan weer versterkt en die bijzondere stem en composities van Acda was alles wat dit duo nodig had. Hoe dun en ragfijn de muzikale begeleiding soms ook was, de emoties waren reuzengroot. Dit was hét krop-in-de-keelmoment van de dag, dat in scherp contrast stond met de bombast en extraversie van voorganger Herbert.

Dit was ontwapenende fluisterfolk; sober, maar openhartig en eerlijk. Frisell is de ideale metgezel voor de sobere, maar elegante melodieën van Acda. Het publiek luisterde in een volle tent geboeid naar de manier waarop dit tweetal hun muzikaal pact met de wereld deelden.

Op een druk bezochte Main Stage maakte The Cinematic Orchestra zijn opwachting. De groep opteerde ervoor om vooral nieuw werk uit een binnenkort te verschijnen album aan te boren. Niet dat de classics gespaard werden. Een lang uitgesponnen Man With The Movie Camera opende bijvoorbeeld de set in een zachtjes kabbelende flow, aangevuurd met blips en beats, helemaal op maat van de Ninja Tune fans. Zo werd er letterlijk nieuw leven in het oude werk geblazen.

Flite bijvoorbeeld moest het helemaal hebben van elektronica en wilde, pulserende ritmiek, die verschillende richtingen uitging. Dit was een livevertaling van 'headphone music' waarin je helemaal in kon opgaan. Meermaals hoorde je hoe het publiek de band aanmoedigde. Cinematic Orchestra loste de verwachtingen dan ook helemaal in. De epische grandeur waarmee ze de composities kracht bijzetten, mag er wezen.

Ook het nieuwe werk werd in de armen gesloten. De soulvolle ballad The Reveal gaf al een voorproefje van het nog te verschijnen album, met knap gitaarwerk van Grey Reverend. Maar de echte sterren van deze hippe nu-jazzshow waren de zangeressen Heidi Vogel en Bev Taiwah. Dat de sound sterk afhankelijk is van allerhande knoppendraaierij en spitstechnologie, maakte de groep goed door ook in te zetten op echte instrumenten zoals de saxofoon van Swinscoe. En heel de groep smeet zich om hun headlinerslot op deze festivaldag te verantwoorden.

Naar het einde toe waren er nog een handvol klassiekers als Burn Out, Ode To The Big Sea (dat naar de kale sound van Roads van Portishead neigde) om er een punt achter te zetten met de werkelijk fenomenale vocals in All That You Give.

Dit concert was een genot voor fans van trendy nu-jazz - het publiek smeekte om een bis, maar kreeg die niet - maar verstokte jazzpuristen moesten we even uit hun slaap halen.

Toch nog naar de Club Stage om Chantal Acda de kroon op haar festivaldag te zien zetten. Dat deed ze met een heuse big band, waarin de eerder vermelde muzikanten werden aangevuld met gitarist Gaëtan Vandewoude (Isbells), bassist Alan Gevaert (dEUS), cellist Simon Lenski en de blazers van Gerd Van Mulders, goed voor een heerlijk feestje.


5 augustus 2017
Philippe De Cleen