Jazz Middelheim 2016 - In de ban van De Biasio

, 2 juli 2018

Stond de eerste dag van Jazz Middelheim nog in het teken van minimalisme en mondde de tweede uit in een door Patti Smith opgepookte rockorgie, dan werden de spots op dag drie vooral gelicht op eigen jazztalent. Met Melanie De Biasio had de dag een headliner, maar ook Stuff en de combinatie Jef Neve & Typhoon zorgden naast Tutu Puoane voor muzikaal vertier.





Net als de vorige dagen gingen we eerst een kijkje nemen bij de Jazz Talks met schrijver, auteur en jazzvormingswerker Ashley Kahn, die onder meer enkele boeken schreef over grootheden als Coltrane (over de totstandkoming van ‘A Love Supreme’), Davis (the making of ‘Kind Of Blue') en de historische ontwikkeling van de jazz (‘The House That Trane Built'). Maar vandaag had hij het exquisiete gezelschap van drummer-percussionist Eric Thielemans (die de dag voordien maar liefst vier keer in de Club speelde) en componist-zangeres Tutu Puoane.

Samen onderzocht het trio de staat van de jazz, en dan meer specifiek de Belgische situatie. Thielemans en Puoane zijn erg uiteenlopende persoonlijkheden die vanuit een heel verschillende achtergrond de ervaring deelden. Ook voor Kahn zelf was het verrijkend om vanuit een Amerikaans perspectief te kijken naar wat er in Europa (België) op jazzgebied gebeurt. Zoals steeds een boeiende, leerrijke zaak, die gesprekken. Zo ontdekten we de fanfareroots van Thielemans, zijn liefde voor voetbal, het omgaan met dyslexie en het voor muzikanten vreselijke c-woord, terwijl het bij Puoane eerder over de waardering van wat er is ging, over de rol die Miriam Makeba speelde en - hoe kon het anders - over Joni Mitchell, van wie ze in de namiddag in twee sets repertoire zou spelen. Naar het einde van het gesprek ging het trio in op de rol van muziekeducatie vanuit een politiek, sociaal en cultureel perspectief.

We pikten een stukje van Avishai Cohen mee, die deze keer samenwerkte met een keur aan muzikanten van het conservatorium, een zoveelste uitdaging die de artist in residence op dit festival aanging. Met veel levenslust (en cool shades) nam hij de kans om samen met de studenten - the jazz generation to come, zeg maar - mee op excursie te nemen. Het illustreert goed wat Ashley Kahn eerder aanhaalde, namelijk het belang van muziekeducatie. Een goed, muzikaal klimaat kan echter maar ontstaan indien daarvoor tijd, ruimte en creativiteit beschikbaar is. Het concert was een uitgestoken hand naar de opkomende jazzgeneratie, waar we vast en zeker nog meer van gaan horen.

Vervolgens trokken we richting Main Stage waar enerzijds de nog maar net uit huwelijksreis in Italië teruggekeerde Jef Neve met anderzijds de Surinaamse rapper Typhoon (die in het echte leven Glenn De Randamie heet) een concert als duo speelde. Beiden leerden elkaar kennen vorig jaar tijdens Beste Buren, een uitwisselingsproject tussen België en Nederland.

Beide heren stonden op Jazz Middelheim zonder echt opnames gemaakt te hebben. Dus wat het zou worden, was ook voor hen een vraagteken. Veel hing af van de inspiratie van het moment. Neve kreeg de eer om het concert in te zetten, al verraste hij door zijn piano te ondersteunen met beats. “Wat als de Hemel valt?”, vroeg de blootvoetse rapper zich af, die nog maar net een optreden op de Antilliaanse Feesten achter de rug had.

De tent was relatief stil en luisterde aandachtig naar de vele levenswijsheden en ervaringen, die muzikaal omlijst werden door het fraaie pianospel van Neve, die zich, zoals altijd, voor het volle pond gaf. De rapper liet zich onder meer voorstaan op activisme rond privacy, vrijheid en netwerken, maar zocht ook het contact met het publiek op (Nooit). Tegen dan zat Neve wederom met beats te spelen en, eens Typhoon op vocaal kookpunt geraakte, ontstond een fraai hoogtepunt. Naar het einde toe begon Neve ook wat meer blue notes te spelen, met Typhoon die het eerst had over shark attacks en iets later de complexiteit van identiteit en relaties dissecteerde.

Een ander uniek gegeven op het festival was het reeds eerder vermelde Joni Mitchell-project van de in Capetown opgegroeide Tutu Puoane. Begin 2017 gaat ze hiermee de baan op, maar het Antwerpse publiek kreeg nu al een staaltje van haar kunnen te zien. Het is een voor haar erg belangrijk project, dat haar na aan het hart ligt. Op saxofoon werd ze begeleid door stersaxofoniste Tineke Postma naast manlief Ewout Pierreux op piano, Clemens van der Feen op bas en Jasper Van Hulten op drums.

In een volgelopen tent opende ze met River, één van Joni's meest fragiele songs. Meteen viel haar aparte, zijdezachte stemgeluid en frasering op. Zo scatte ze zich onder applaus naar The Hissing Of Summer Lawns, afkomstig uit het gelijknamige album. Je kon de dankbaarheid en trots zo van haar gezicht aflezen. Ze maakte vooral indruk door naar diepgang te zoeken, eerder dan snel snel wat covers af te haspelen. Kwamen ook voorbij : Goodbye Pork Pie Hat en vooral God Must Be A Boogie Man, waarbij ze, mede dankzij de inbreng van het publiek, nieuw leven in dat klassieke Mitchell-repertoire stopte. Net als bij Joni telde elke regel en elke zinsnede.

In de tweede set kwam Black Crow aan de beurt, dat uitmondde in een stukje waarin Puoane in haar eigen, onnavolgbare taal zong. Iets verderop volgden dan Hejira en een uitgepuurd, akoestisch I Don't Know Where I Stand (de enige Joni Mitchell-song die ze enkel begeleid met een akoestische gitaar zou spelen). De song gaat over twijfels in het leven hebben, niet goed weten welke richting(en) je uit kan gaan en niet voldoende beseffen wat je in je hebt. Allemaal songs die in het echte leven staan en daaraan gerelateerd kunnen worden. My Old Man, bijvoorbeeld. We zagen in festivalsetting al een erg knap voorsmaakje van wat er volgend jaar nog zit aan te komen.

Eén van dé revelaties op jazzvlak was Stuff. Daar viel niet aan te ontkomen. En gelukkig moest dat ook niet. Op Jazz Middelheim presenteerde het collectief, dat nog niet zo gek lang geleden artist in residence in de AB was, dat ze stilaan klaar waren voor het grotere werk. Geen idee hoe je het moet beschrijven, maar het leek alsof een groot sterrenschip boven Park De Brandt parkeerde om er deze bende op de Main Stage los te laten.

Het nieuwe project heet 'Hybrid Love', bevat fragmenten en samples van Josse De Pauw en verwijst onder meer naar dino's in een dikke laag mist. Ze brachten een analoog-versus-digitaal-verhaal, maar alles eraan klopte. Je voelde aan dat de muzikanten volop genoten van foute sf-soundtracks, die geen hond meer koopt, om die dan te verwerken in een amalgaam dat verwantschap vertoonde met het Noorse Jaga Jazzist. Het klonk "supercosmic in a real Middelheim world", met echo's van Prince en zijn funky nazaat Stijn.

Verdomd groovy allemaal, al zochten de groepsleden vooral een antwoord op de vraag hoe ver je jazz eigenlijk wel kan stretchen. Behoorlijk ver, zo blijkt. Meermaals vroegen we ons af welk muzikaal brouwsel de bende op het podium aan het bekokstoven was, mede dankzij de vele chaotische tempowissels. Absolute meester was killerdrummer Lander Gyselinck, die nog maar eens bewees waarom hij en niemand anders muzikant van het jaar werd. Het publiek genoot ervan, maar wist net als wij niet goed wat hen overkwam. Net als hun liefde hybride was, gold hetzelfde voor de muziek.

Jazz Middelheim nam risico om Stuff relatief vroeg op de avond te programmeren, maar het werkte, al dient gezegd dat we hen veel liever op een wat later uur hadden zien spelen zodat de muziek beter tot zijn recht had kunnen komen. Veel effectenbakjes zagen we op het podium en zo klonk het eigenlijk ook. Zo gevarieerd dat je niet eens de kans kreeg je erbij te vervelen. Topset, topband. Dat het een eer was om op Jazz Middelheim te spelen, liet Gyselinck op het einde nog verstaan. De tent veerde recht en een dik applaus was terecht hun deel. Game, set en match voor Stuff.

We keerden nog even naar de Club Stage om er één van de twee sets die Rebirth::Collective, een bigband in relatief miniformaat, die dag speelde mee te pikken. Veel volk op het podium onder de bezielde leiding van trombonist Dree Peremans met de missie om het werk van Billy Strayhorn levend, fris en relevant te houden. De groep presenteerde er werk uit het laatste album ‘Raincheck’. In die opdracht slaagden ze maar gedeeltelijk, al viel ons vooral de inbreng van de Nederlandse Jesse van Ruller op gitaar op. Niet toevallig is hij de eerste europeaan die de prestigieuze Thelonious Monk-Award op zak mocht steken.

En dan was het tijd voor hoofdact Melanie De Biasio. Die Belgo-Italiaanse nachtegaal bracht ons recent 'Blackened Cities', de opvolger van succesverhaal 'No Deal'. Geen regulier album in de eigenlijke zin van het woord, maar een uit improvisatie ontstane compositie die gelukkig te goed werd bevonden om afzonderlijk te worden uitgebracht. Anders verwoord: ze heeft ervoor moeten vechten om het album, dat slechts vijfentwintig minuten muziek bevat, zo uit te geven. Maar het loonde - dat illustreerde haar concert - absoluut de moeite.

De Biasio schipperde qua belichting en sfeer ergens tussen hemelwit, grauwgrijs en donkerzwart. Een eenzame spot, wat spaarzaam aangeslagen bluesnotes en de immer gracieuze De Biasio, die tergend langzaam, maar trefzeker The Flow aanhaalde (“What’s that look upon your face / It seems you’ve got a lot to say / but no words come”). Het zou een fragment uit een conversatie tussen twee geliefden kunnen zijn: er is echt zoveel te zeggen, maar de tijd staat niet aan onze kant. Een song die opgetrokken leek uit de zwartste klei en net als haar muziek doet denken aan film noir. Jazz op zijn minimaalst, gekristalliseerd tot de prachtigste, muzikale diamant die ze rusteloos ten dienste van het publiek leek te zoeken.

In een muisstille tent verklankte haar kwartet (met sterdrummer Dré Pallemaerts, pianist Pascal Mohy, Pascal Paulus op vintage synths en Sam Gerstmans op bas) de jachtige wind zoals die door de straten van Charleroi waait. En dan had je die stem en die persoonlijkheid. Sobere en kale muziek, weinig opsmuk. De kenmerkende, naar Japan geurende lichtheid van de fluit. No Deal met die spookachtige lyrics die ze je ziel injoeg (“Illwind sweeping across my day / no deal with love / no love with the rest”). De Biasio was sensueel in haar verschijning en communiceerde via lichaamstaal en met name via haar handen. Soms waren dat erg kleine accentjes (een kort lachje alsof haar even een fijne herinnering te binnen viel), op andere momenten accentueerde ze dat door al hamerend op de grond te knielen.

Iets verderop hoorden we Sweet Darling Pain. Alweer een tekst die naast de liefde - altijd ying en yang - het hier en nu, het moment benadrukte. Dat nummer klonk als een bluesshuffle waarin ze vele laagjes venijn prijsgaf.

Blue haalde ze uit debuut ‘A Stomach Is Burning’. Met die song trok ze, handen achter het hoofd, genadeloos de ijle diepte in, om van daaruit aan de weergaloze, briljante, live uitvoering van ‘Blackened Cities’ te beginnen. Die werd ondersteund door de knappe belichting, al waren het vooral de muzikanten die schitterden. “All we do is fightin’ / all we do is workin’ / we dig deeper”. Rond die ene zin bouwde ze haar hele set op. Rusteloos zoekend naar een plek of ruimte om al de gedachten in de geest vrij te laten. Duivels uitdrijven was het. Het leverde een fascinerend, muzikaal gevecht op, want: “Nature argues another way”. Het kwartet bouwde de spanning en de groove op tot een climax die zowaar hogere krachten leek aan te roepen.

“That was a long one, I think”, zei ze. "En wat na die bijzondere suite?", zo vroegen we ons samen met het publiek af. Hoe kan je na zo'n hoogtepunt verder? Lichte pianotoetsen die romantiek en kaarslicht suggereerden. Ze keerde terug naar Sweet Darling Pain “One time you love / one time you leave”. Muziek die je tot in de diepste vezel raakte. Nog even passeerde ze langs The Flow om dan uit te komen bij I Feel You (“A strong appeal for that mystery” en verder ook “God knows / fear knocking on my door/ love’s on my shore”). Op plaat was dat nummer een schijnbaar achteloos niemendalletje van anderhalf minuutje, maar live hoorde je hoe ze exact die noten en akkoorden had uitgezocht en verder had aangescherpt tot een waarlijk intens gebeuren.

I’m Gonna Leave You kondigde het einde van de set aan. Tegen dan had de donkerte zich meester gemaakt van het park. Het nummer klonk als het plagerige spel van aantrekken en afstoten. Een lang uitgerokken mantra, begeleid door een collectief van ruimschoots ervaren rotten in het vak waarvoor we graag de woorden internationale klasse bovenhalen. Wie goed keek had aan haar hand de vele polsbandjes opgemerkt waaruit je kon afleiden dat ze tegenwoordig de wereld afschuimt met haar ‘Blackened Cities’ programma.

Een meer dan terechte headliner en een zeer waardige afsluiter van dag drie, die De Biasio. Het publiek smeekte om een bis en kreeg er twee, waarvan de eerste Be My Husband  was, een bluesclassic die al door menig muzikant (o.a. Damien Rice) gecoverd werd. De Biasio had onlangs op een festival Damien Rice leren kennen, waarna Rice haar vroeg om samen een nummer te spelen. Op Jazz Middelheim kregen we van haar een uitgepuurde, minimale versie, die haar optreden kenmerkte. Minimal, maar dan met maximaal effect. We waren in de ban van De Biasio, die in de haar kenmerkende stijl tekende voor een grandioos concert.

16 augustus 2016
Philippe De Cleen