Jazz Middelheim 2011: John Zorn's Book of Angels
Een standbeeld aan de overkant
Fabian Desmicht
Park Den Brandt, — 16 augustus 2011
De tweede festivaldag van Jazz Middelheim 2011 gaat de geschiedenis in als een hele bijzondere. Omdat de setlists enkel Hebreeuwse titels bevatten? Ook, maar vooral omdat componist John Zorn als gastcurator een uniek programma samenstelde rond zijn indrukwekkende Book of Angels. Een waar privilege voor de samengestroomde massa in Park Den Brandt, want Zorn is dit jaar maar éénmaal in Europa te zien. En laat ons vooral niet vergeten dat hij met name met Bar Kokhba en het Masada Sextet concerten bracht om in te kaderen.
In een inmiddels bijna twintig volumes tellende reeks hebben talloze muzikanten en ensembles hun licht laten schijnen over Zorns tweede songboek met Masada-composities, het zogenaamde Book of Angels. Onder hen de Amerikaanse pianist Uri Caine. Aan hem kwam de eer toe om de Zorn-dag helemaal in zijn eentje voor geopend te verklaren. In zijn handen kreeg de alom gekende Masada-taal een heel eigen tongval, waarin minstens evenveel klassiek als jazz te bespeuren was.

Hij bracht ook de zon mee - figuurlijk dan - want de regen spaarde de tentzeilen niet. We hebben het over de korte dansende nootjes, waarmee hij Rimmon opluisterde. De sfeer van Chick Corea’s ‘My Spanish Heart’ maakte zich van ons meester, al hield Caine ons ook een lepel dissonanten voor, die erin ging als honing. Tijdens Savliel maakten we kennis met zijn humoristische zijde. Hij bracht het licht cartoonesk maar stijlvol. De toetsenklep deed dienst als percussie. Met de rug van zijn linkerhand deed hij een loopje over de lage noten, met de vingers van zijn rechter trappelde hij voorzichtig over de hoge.
Uri Caine bleef verrassen en verbazen en hield er een duizelingwekkend tempo op na. Hij wachtte het applaus niet af om verder te gaan naar zijn volgende stuk. Na slechts zes composities in een nagenoeg perfecte set, liet hij het podium meteen aan de kruidige wereldkeuken van Mycale. “We’re very happy to sing John Zorn’s music.”, vertelde de Israëlische Ayelet Rose Gottlieb. Dat klonk best vreemd, want Zorns vocale muziek is schaars. Mycale bracht ons naar exotisch terrein en wist de trip tot op zekere hoogte boeiend te maken.
Eerst de feiten: Mycale, dat zijn vier zangeressen uit Marokko, Israël, Argentinië en New York, wier zeer verschillende stemmen zich samensmeden tot een ingenieus, polyglottisch vlechtwerk. Harmonieën, percussieve stemmen, Bobby McFerrin-achtige bassen, een indrukwekkende Spaanse solopartij voor Sofia Rei Koutsovitis (in Ahaha), een klappend publiek dat tijdens Natiel voor een klezmer-toets zorgde… het zat er allemaal in. Maar de boog verloor na de helft van de set heel wat van zijn spanning. Onze – toegegeven: ongetrainde – oren begonnen te verlangen naar meer dan stemmen alleen.
Dat verlangen werd ingevuld door Bar Kokhba, een uitzonderlijk collectief rond Mark Feldman (viool), Erik Friedlander (cello) en Greg Cohen (bas) – ofwel het Masada String Trio – aangevuld met de onnavolgbare Joey Baron op drums, Cyro Baptista op percussie, Marc Ribot op gitaar én John Zorn als dirigent.
Ook Bar Kokhba kon nauwelijks in de categorie ‘jazz’ geduwd worden. De muziek liet het meest gracieuze en grootse in de Masada-composities naar boven komen, was afwisselend teder, intens en stormachtig, maar constant fijnzinnig. Ze bracht ons op een wolk boven de Méditerrannée en het Midden-Oosten.
Ook Bar Kokhba kon nauwelijks in de categorie ‘jazz’ geduwd worden. De muziek liet het meest gracieuze en grootse in de Masada-composities naar boven komen, was afwisselend teder, intens en stormachtig, maar constant fijnzinnig. Ze bracht ons op een wolk boven de Méditerrannée en het Midden-Oosten.
Dé gouden tandem was het duo Feldman-Friedlander. Tijdens de solorondes overklasten ze wat je enkele momenten eerder niet eens voor mogelijk had gehouden. Op aangeven van Zorn schakelden ze moeiteloos van pizzicato naar legato en omgekeerd. Maar ook een louter ondersteunende rol ging hen goed af, zoals in het epische Kisofim, dat werd doorspiest met magistrale solo’s van Ribot. Ribot had onder meer blues en zelfs country&western in zijn lexicon en was cruciaal voor de vele stomende groepsmomenten waarop Zorn aanstuurde.
De meester zorgde voor een strakke regie – een sluitend “eendenbekje” betekende fade-out – maar had alle redenen om rustig achterover te leunen. Met verve manoeuvreerde Bar Kokhba zich door het van climaxen vergeven Sohier, het tumultueuze Karet en het militaire, maar aangrijpende Kochot. De muzikale interactie en de soli van elk bandlid weken op geen enkel ogenblik af van het allerhoogste niveau. De staande ovatie bereikte de achterste rijen van de tent.
Het was op alle vlakken een uitstekende generale repetitie voor wat zou volgen: een set van het uitgebouwde Masada Sextet. “Nieuwkomer” Uri Caine wist zich wonderwel te positioneren tussen het blaasgeweld van Dave Douglas (trompet) en John Zorn (altsax). Net als percussionist Cyro Baptista, wiens vindingrijkheid nóg beter tot zijn recht leek te komen. Zo bereikte de speelse interactie van meet af aan ongekende hoogten, tot op het punt dat we in openingsnummer Mibi een vleugje Naked City onderscheidden.
Het was ondertussen gezellig in de tent, tenminste voor wie droog zat. De regen kletterde op de tent en vanop het puntje van onze stoel volgden we hoe de basintro van Rahtiel overging in een plechtig thema en daarna in een jachtig ritme van Joey Baron. Hoe diezelfde Baron tekeerging in “Masada-hit” Beeroth, terwijl Zorn en Douglas nonchalante accenten legden. Hoe ook erg gevoelige composities zonder hevig uitschietende noten zoals Psisya erg veel bijval oogstten. Hoe een repetitieve bas en rusteloze drums herinnerden aan de modale funk-work-outs van Miles Davis… Of hoe je tijdens een concert kunt denken: dit móet gewoon als album uitgebracht worden!
Kortom, het Masada Sextet maakte het plaatje van de ganse dag compleet. Het Book of Angels maakte de indruk van een ruwe diamant die door elk van de bands en artiesten ter plekke werd gepolijst tot een kostbare edelsteen. Een sterk stateeg overigens, die John Zorn. Want door zijn eigen programma toonde hij niet alleen zijn meesterschap als componist en arrangeur, maar ook de duizelingwekkende continuïteit van zijn oeuvre.
En opnieuw bekroop je de gedachte: Zorn is een icoon van de hedendaagse kunst. Hij verdient een standbeeld aan de overkant van de straat, daar waar ooit het festival begon dat hij zelf mee groot heeft gemaakt.
