Jason Isbell & The 400 Unit Van de wereld

Ancienne Belgique, 3 november 2017
Jason Isbell & The 400 Unit

In deze muzikale wereld waar crossovers elkaar voor de voeten lopen en iedereen absoluut zo origineel mogelijk voor de dag wil komen, lijkt het doodgewone liedje met kop, midden en staart ten dode opgeschreven. Maar dan heb je zo iemand als Jason Isbell, die de harten van de aanwezigen in de AB-Box deed overlopen met dat soort van liedjes; soms klein en ingetogen, dan weer groots en wijd opengespreid.

Voor deze tournee had Jason Isbell niet enkel zijn 400 Unit, maar ook singer-songwriter Tift Merritt meegebracht, die met de hulp van een lokale pedalsteelspeler al meteen enkele kampvuurtjes ontstak zonder dat de rookmelders afgingen. Haar intonatie en stem doet wat aan Martha Wainwright denken, maar de liedjes leunen meer tegen de (alt)country aan. Met toetsen of gitaar begeleidde ze zichzelf bij nummers als het pakkende Travelling Alone of Something Came Over Me, dat ze opdroeg aan de hoofdact.

Die Jason Isbell heeft stilaan zijn demonen terug in de fles gestopt en lijkt te zijn opgefleurd nu hij een gezin heeft. En dat hoor je ook in zijn songs. Af en toe wordt er nog gerefereerd naar de tijd dat hij zijn heil zocht op de bodem van een whiskyfles, maar het zijn vooral zijn levensgezellin en dochter die de hoofdrol krijgen toebedeeld in de liedjes die hij dezer dagen schrijft.

Een aanklacht, zoals hij die in White Man's World verwoordt, start bijvoorbeeld bij zijn dochter en eindigt er ook. Want het zijn je kinderen, die verder moeten met de wereld waarin je nu leeft. En het zijn zij, die je de moed geven om ermee door te gaan, vaak tegen beter weten in.

Bijna alles van 'The Nashville Sound' kwam aan bod en na een eerste kennismaking werd er met Anxiety al meteen ingebeukt. Je wist dat je hier geen wild experiment hoefde te verwachten, maar het vuur, waarmee Isbell en zijn kompanen de songs brachten, nam elke behoefte daaraan ook weg. En dat gold niet alleen voor de stevige rootsrocksongs, ook als hij de akoestische gitaar ter hand nam en de band zich op de achtergrond hield, voelde je de positieve vibes zo opstijgen uit het publiek. Aan alle kanten werden liedjes als Elephant woord voor woord meegezongen. Dit publiek was hier niet toevallig verzeild geraakt.

Ook van humor was de man uit Muscle Shoals, Alabama niet gespeend. Omdat hij steeds weer geïrriteerd werd door de talloze flashes, stelde hij voor even te poseren zodat de would-be-fotografen nog één keer konden flitsen vooraleer de gsm voorgoed weg te stoppen. En zo geschiedde, inclusief de Eddie Van Halen-pose. En dan waren er nog verhalen over de stripclub, die meer volk trok dan zijn optreden, of over een dansend stekelvarken (“I shit you not!”). De sfeer was dan ook los, hetgeen nog niet betekende dat de muziek minder boeiend was.

Want als de gitaren ronkten, was de band één en al ernst. Dat werd ten top gevoerd met de afsluiter Never Gonna Change, die Isbell terugvoerde naar zijn Drive-By Truckers-periode, maar waarvoor hij hiervoor het gitaarduel aanging met lead- en/of ritmegitarist Sadler Vaden. Dan werd meteen duidelijk waarom Patterson Hood en Mike Cooley Isbell er toen bij haalden. Want niet alleen is Isbell een uitstekend songschrijver, hij kan ook een gierende solo uit zijn instrument halen.

Er was nog ruimte voor een warm If We Were Vampires en een cover van Tom Petty's American Girl vooraleer de lichten ons terug tot de realiteit brachten. Even waren we van de wereld, zoals een goed concert dat hoort te doen, maar helaas achterhaalde de realiteit ons ook nu weer.

Bekijk alle foto's hier.


4 november 2017
Patrick Van Gestel (Foto's: Patrick Van Den Troost)